Nederland telde in 2024 ruim 15.500 hoveniersbedrijven, en 77 procent daarvan is een zelfstandige zonder personeel. Nog geen tien procent, ongeveer 810 bedrijven, heeft meer dan tien mensen in dienst. Het aantal mkb-bedrijven in deze branche groeide in tien jaar met ruim tachtig procent.
Dat betekent dat het meeste wat te koop komt een eenmanszaak is: een busje, een aanhanger, wat machines en een klantenkring. Wie een bedrijf mét personeel zoekt, kijkt naar een veel kleinere groep en concurreert met collega's die willen groeien. De vraag die je bij beide stelt is dezelfde, en die gaat over de aard van het werk.
Koop je aanleg of koop je onderhoud?
Dit is de belangrijkste scheidslijn in de branche. Aanleg is projectwerk: een tuin ontwerpen, bestrating leggen, beplanting aanbrengen. Dat levert grote opdrachten op met een goede marge, maar het is telkens opnieuw verkopen en het valt weg zodra mensen minder aan hun tuin uitgeven. Het plantmateriaal komt van een teler; wil je die opkweek zelf in handen hebben, dan kijk je naar een kwekerij.
Onderhoud is het tegenovergestelde. Snoeirondes, maaien, verzorgen: kleiner per opdracht, maar het komt elk jaar terug en het vult je rooster. Een hoveniersbedrijf met een stevige onderhoudsportefeuille heeft een voorspelbare basisomzet waarop je kunt plannen en financieren.
De omzet wil je gesplitst zien naar aanleg en onderhoud, over drie jaar. Vraag bij het onderhoud door: hoeveel contracten zijn er, wat is de looptijd en welk deel wordt jaarlijks verlengd? Een orderboek met aanlegprojecten is bij een overname minder waard dan een lijst met klanten die volgend voorjaar weer bellen.
Wie zijn de opdrachtgevers van dit hoveniersbedrijf?
Er zijn vier soorten en ze gedragen zich anders. Particulieren leveren de beste marge maar zijn gevoelig voor de economie. Bedrijven en verenigingen van eigenaren geven meerjarig onderhoud dat vaak in een onderhoudsplan is vastgelegd, en dat is de stabielste omzet die er in deze branche bestaat.
Woningcorporaties en gemeenten werken met aanbestedingen en bestekken. Die contracten lopen doorgaans een tot vier jaar, soms met verlengingsopties, en ze zijn groot genoeg om een bedrijf te dragen. Ze zijn ook groot genoeg om het om te duwen als ze wegvallen, en het aantal nieuwe groenaanbestedingen bij gemeenten is bovendien teruggelopen.
De omzetverdeling over die vier groepen is je basis, en bij aanbesteed werk hoort de einddatum per contract erbij. Een hoveniersbedrijf dat voor de helft van één gemeentelijk bestek afhankelijk is, koop je met een ander bod dan een bedrijf met tweehonderd particuliere onderhoudsklanten.
Vraag het onderhoudsbestand als lijst, niet als bedrag
Vraag om een overzicht van alle lopende onderhoudsafspraken, met per klant de frequentie, het jaarbedrag en het jaar waarin die klant is begonnen. Dat laatste is het interessantst: klanten die er al acht jaar bij zitten, blijven meestal ook na een overdracht. Vraag daarnaast hoeveel van die afspraken op papier staan en hoeveel op een jaarlijks telefoontje berusten. Dat verschil zie je direct terug in wat een koper ervoor wil betalen.
Het seizoen bepaalt je hele personeelsplanning
Het werk loopt van maart tot oktober, met de drukste periode in het voorjaar. In de winter blijft er snoeiwerk, renovatie en verharding over, maar dat vult het rooster niet vanzelf. Wie personeel in dienst heeft, betaalt dus twaalf maanden voor een omzet die in acht maanden wordt verdiend.
De cao vangt dat deels op met een jaarurenmodel, waarbij in het hoogseizoen meer uren worden gemaakt die in de rustige maanden worden opgenomen. Vraag of dit bedrijf daarmee werkt en hoe de urenstanden er aan het eind van het jaar uitzien. Een flinke stuwmeer aan opgebouwde uren is een verplichting die je overneemt.
Hoe wordt de winter gevuld? Bedrijven die zich hebben toegelegd op boomonderhoud, bestrating of gladheidsbestrijding hebben een tweede seizoen; bedrijven die dat niet hebben, sturen mensen naar huis of houden ze aan het werk zonder dekkende omzet.
Het materieel vult een groot deel van de balans
Een hoveniersbedrijf draait op machines: bussen, aanhangers, maaiers, versnipperaars en bij grondwerk een minigraver. Vraag daarom een complete materieellijst met per stuk het bouwjaar, de draaiuren of kilometerstand en de eigendomsvorm. Een deel staat vaak in lease of financiering, en die verplichting gaat niet vanzelf op jouw naam over. Ligt het zwaartepunt bij grondwerk en zwaar materieel in plaats van bij groen, dan is een loonbedrijf overnemen de betere vergelijking; daar benadert de koopsom de waarde van het machinepark.
Kijk daarbij vooruit naar de eisen die opdrachtgevers gaan stellen. Gemeenten en corporaties nemen emissieloos werken steeds vaker mee in hun bestekken, en in de branche wordt gewerkt aan doelstellingen om het overgrote deel van het handgereedschap op accu te laten draaien. Een bedrijf dat die omslag al heeft gemaakt, koop je met een voorsprong.
Reken met de dagkosten van een ploeg. In de markt wordt voor een uitgeruste ploeg gerekend met ongeveer negenhonderd euro per dag, inclusief reistijd, materiaal, afvalverwerking en machinegebruik. Zet dat naast wat er per dag wordt gefactureerd; daar zit je marge.
Vakbekwaamheid, broedseizoen en keurmerken
Voor het professioneel gebruik van gewasbeschermingsmiddelen is een bewijs van vakbekwaamheid nodig dat vijf jaar geldig is en met bijscholing wordt verlengd. Vraag per medewerker welke bewijzen er zijn en wanneer ze aflopen; dat is een kleine controle die je een probleem bespaart.
Let daarnaast op het broedseizoen. Sinds de natuurbeschermingsregels per 1 januari 2024 in de Omgevingswet zijn opgegaan, geldt er een zorgplicht die het opzettelijk verstoren van nesten verbiedt. Er is geen vaste periode waarin snoeien verboden is; het gaat erom of er daadwerkelijk wordt gebroed. Vraag hoe dit bedrijf dat controleert en vastlegt, want een overtreding kost geld en reputatie.
Dan de certificaten. Groenkeur is gebaseerd op ISB-kwaliteitseisen en stelt eisen aan vakbekwaamheid en aan het aandeel gecertificeerde specialisten; VCA gaat over veiligheid. Allebei worden ze bij aanbestedingen regelmatig gevraagd, dus zonder die papieren val je bij een deel van het werk af.
Welke cao geldt hier eigenlijk?
Dat is in deze branche een echte vraag, want er zijn er twee. De cao voor het Hoveniersbedrijf loopt van oktober 2024 tot en met juni 2026 en kent in drie stappen zeven procent loonsverhoging: 2,5 procent per januari 2025, twee procent per juli 2025 en nog eens 2,5 procent per januari 2026.
Daarnaast is er de cao Groen, Grond en Infrastructuur, die van januari 2025 tot en met september 2026 loopt en eveneens op zeven procent uitkomt, maar met andere stappen: vier procent per januari 2025 en tweemaal anderhalf procent daarna. Welke van de twee van toepassing is, hangt af van wat het bedrijf feitelijk doet.
Zoek dat dus uit voordat je rekent, en controleer of de loonadministratie klopt met de regeling die wordt toegepast. Cijfers van vóór die verhogingen tonen je loonsom in beide gevallen te laag.
De cijfers waarop je een hoveniersbedrijf beoordeelt
Begin bij het uurtarief. Een zelfstandige hovenier rekent gemiddeld rond de 48 euro per uur exclusief btw, met een bandbreedte van ruwweg veertig tot vijfenzeventig. Van dat tarief gaat het grootste deel op aan loon, met daarnaast materiaal, machinekosten en overhead.
De gerealiseerde uren per medewerker, met het percentage dat is doorbelast, laten zien waar de marge zit. In een branche waarin reistijd, laden en afvalverwerking zomaar een uur per dag opeten, is de verhouding tussen betaalde en gefactureerde uren het cijfer dat het verschil maakt.
Kijk ook of de prijzen zijn meegegroeid met de kosten. In de branche werden de afgelopen jaren indexatiepercentages geadviseerd van bijna tien procent voor 2023, ruim vier procent voor 2024 en ruim vijf procent voor 2025. Een bedrijf dat die verhogingen niet heeft doorgevoerd, laat een omzet zien die de gestegen loonkosten niet meer dekt.
Het terrein waar het materieel en het materiaal staat
Een hoveniersbedrijf heeft ruimte nodig die je van buiten niet meeweegt: een loods voor machines en gereedschap, een plek voor aanhangers en containers, en meestal een terrein voor grond, bestrating en snoeiafval. Vraag daarom vroeg waar dat allemaal staat en onder welke afspraak.
Wat is de resterende looptijd van de huur, de prijs en de opzegtermijn, en staat er iets op papier? In deze branche wordt vaak van een bekende of van een boer in de buurt gehuurd, soms zonder contract. Dat werkt jarenlang prima en het is precies het onderdeel dat bij een eigenaarswissel kan opzeggen.
Kijk daarnaast of het terrein past bij wat het bedrijf doet. Groenafval opslaan en overslaan vraagt om een plek waar dat mag, en niet elke locatie is daar planologisch voor bedoeld. Vraag of er in het verleden iets over is gezegd door de gemeente en of er meldingen of vergunningen aan hangen.
Wat kost een alternatief als die huur wegvalt? Een geschikt terrein met een loods in de buurt van je werkgebied is niet overal te vinden en de prijs is de afgelopen jaren gestegen. Dat bedrag hoort in je afweging, ook al lijkt de kans klein dat je het nodig hebt.
Zo vind je een hoveniersbedrijf dat te koop komt
Let bij de fiscale kant op de btw. Op het werk van een hovenier geldt in beginsel 21 procent, en het verlaagde tarief voor werk aan woningen gaat hier niet zonder meer op. Laat je adviseur nakijken hoe dit bedrijf factureert, want een verkeerd toegepast tarief levert een naheffing op die bij jou terechtkomt.
Leg daarna bij Silverfield vast in welke regio je een hoveniersbedrijf zoekt, welk budget je hebt en hoeveel mensen je aankunt. Nieuwe aanmeldingen worden met dat profiel vergeleken, en bij een bedrijf dat aansluit neem jij zelf het initiatief.
Laat de onderhoudsportefeuille en de materieellijst voordat je tekent beoordelen door een accountant die deze branche kent. Bij een hoveniersbedrijf zit de waarde in die twee, en niet in het orderboek.