S Silverfield

Voor kopers van een huiswerkinstituut

Huiswerkinstituut te koop: neem een instituut over met leerlingen en begeleiders

Een lopend huiswerkinstituut kopen doe je hier rechtstreeks bij de oprichter. Na het inloggen zie je welke instituten van eigenaar wisselen.

Zoek een huiswerkinstituut

Je logt in met een code per e-mail, zonder wachtwoord.

Terugkeer na de zomer

Hoeveel leerlingen in september terugkomen, staat in geen jaarrekening en zegt het meest.

Het zomergat

In juli en augustus komt weinig binnen, terwijl de huur gewoon doorloopt.

Btw of niet

Zonder inschrijving in het CRKBO is bijles belast met 21 procent.

Het aantal ondernemers in huiswerkbegeleiding en bijles groeide tussen 2014 en 2024 met ruim zestig procent. In die tien jaar kwam het boven de vijfduizend uit. De Onderwijsinspectie schatte in 2025 dat een kwart tot een derde van de scholieren betaalde bijles of begeleiding krijgt, al is de concurrentie groter dan tien jaar geleden.

Onder die vijfduizend ondernemers zit veel verschil. Aan de ene kant staat een student die aan de keukentafel bijles geeft. Aan de andere kant staat een instituut met eigen locaties en een vaste ploeg begeleiders. Bij het eerste koop je vooral een naam en een telefoonnummer. Bij het tweede neem je een organisatie over met huur, roosters en personeel. Welk soort huiswerkinstituut je zoekt, bepaalt wat er bij de overdracht precies overgaat. Daarna volgt bij elk soort dezelfde vraag: waar komen de leerlingen vandaan, en blijven ze?

Het schooljaar bepaalt wanneer het geld binnenkomt

Een huiswerkinstituut verdient op het ritme van de school. September brengt de aanloop. De winter is rustig en in het voorjaar ligt de piek. In juli en augustus komt er weinig binnen, terwijl de huur doorloopt. Die zomer maakt de kaspositie in deze branche belangrijker dan de winst. Twee maanden vaste lasten zonder inkomsten vragen werkkapitaal, en iemand moet dat opbrengen. Valt de overdracht in juni, dan ben jij het. De omzet per maand over drie schooljaren laat die curve precies zien. Daarin lees je ook hoe diep het zomergat bij dit instituut is.

Examentraining is een aparte stroom. Het gaat om intensieve lessen in de weken voor het eindexamen, tegen een hoger tarief. Die omzet is gevoeliger voor concurrentie dan de vaste begeleiding. Ouders kiezen er namelijk elk jaar opnieuw voor, en een ander instituut kan ze volgend voorjaar net zo goed binnenhalen. De verdeling over huiswerkbegeleiding, bijles per uur en examentraining laat zien hoe breed een instituut staat. Leunt het vooral op de examenweken, dan heeft het een smallere basis dan de jaarcijfers doen denken.

Wie er na de zomer terugkomt

Het belangrijkste cijfer van een huiswerkinstituut staat in geen jaarrekening. Het gaat om de leerlingen die in juni stopten en in september opnieuw begonnen. Over drie schooljaren en per leerjaar bekeken, laat dat de echte kracht van de zaak zien. Een brugklasser die tot zijn examen blijft, is vier tot zes jaar omzet. Een examenkandidaat vult één jaar de agenda en is dan weg. Twee instituten met evenveel leerlingen kunnen daardoor weinig op elkaar lijken. Bij het ene zit de omzet van de komende jaren al aan tafel. Bij het andere begint de werving elke zomer opnieuw.

Daarnaast telt hoe nieuwe leerlingen binnenkomen. Dat gebeurt via ouders die het instituut aanbevelen, via een school die doorverwijst of via betaalde online reclame. Die kanalen zijn niet even veel waard. Een aanbeveling kost niets en gaat met de naam mee naar de nieuwe eigenaar. Betaalde reclame moet jij na de overdracht blijven betalen. Komen de leerlingen vooral van één middelbare school om de hoek, dan hangt de instroom aan die school. Begint die zelf met huiswerkbegeleiding, dan merk je dat direct.

De begeleiders van een huiswerkinstituut

Begeleiders zijn in deze branche meestal studenten, pas afgestudeerden en zelfstandigen. Dat houdt de kosten laag zolang er nieuwe mensen instromen. Het betekent ook verloop en verschil in kwaliteit per begeleider. Hoe lang begeleiders gemiddeld blijven, bepaalt hoeveel werving je na de overname zelf doet. Het contract waaronder ze werken, bepaalt wat je van ze overneemt. Een werkwijze op papier van de intake tot het contact met ouders maakt de aanpak overdraagbaar. Doet iedere begeleider het op zijn eigen manier, dan hangt de kwaliteit aan de eigenaar die bijstuurt. Juist die eigenaar vertrekt.

Werken de begeleiders op factuur, dan speelt de controle op schijnzelfstandigheid. Vanaf 1 januari 2025 controleert de fiscus daar weer actief op. Daarvan is sprake als iemand op papier zelfstandig is, maar in de praktijk werkt als werknemer. In 2026 viel bovendien de mildere aanpak van het overgangsjaar weg. Een begeleider die op vaste middagen in jouw ruimte volgens jouw methode lesgeeft, past slecht in het plaatje van een zelfstandige. Dat risico neem je bij een overname mee, en het hoort mee te wegen in wat je voor de zaak overhebt.

Voor ouders telt ook de verklaring omtrent het gedrag, kortweg VOG. Daarmee verklaart de overheid dat iemands justitiële verleden geen bezwaar is voor dit werk. In het onderwijs is zo'n verklaring de norm, en ouders vragen ernaar. Heeft iedereen die met leerlingen werkt er een, dan kun je die vraag vanaf de eerste dag beantwoorden. Begeleiders in dienst gaan bij een overname van de onderneming met een ongewijzigd contract mee. Met begeleiders op factuur begin je opnieuw, met afspraken die jij zelf opstelt.

De btw-vrijstelling voor een huiswerkinstituut

Onderwijs is onder voorwaarden vrijgesteld van btw. Een particuliere aanbieder regelt dat via het Centraal Register Kort Beroepsonderwijs, kortweg CRKBO. Een opleider die daarin staat, mag zijn onderwijs zonder btw aanbieden. Zonder die inschrijving is bijles belast met 21 procent. Daarom doet het ertoe hoe het instituut de omzet nu behandelt, en op welke grond. Even belangrijk is of de inschrijving bij een eigenaarswissel meegaat, of dat jij je opnieuw moet inschrijven. Dat de verkoper het nu op een bepaalde manier doet, bewijst nog niet dat het klopt.

Het scenario zonder vrijstelling hoort ook in je berekening. Ouders betalen een prijs inclusief btw. Valt de vrijstelling weg, dan stijgt die prijs met een vijfde. Een deel van de ouders haakt bij zo'n stijging af, en die leerlingen komen in september niet terug. Een bevestiging van een accountant die seizoensbedrijven kent, geeft je daarover zekerheid voordat je tekent.

Een formule of een eigen naam

Een deel van de instituten werkt onder een franchiseformule. Dat is een landelijke naam met een vaste methode, waarvoor de vestiging een vergoeding betaalt. Bij bestaande formules ligt die rond de zes procent van de omzet, met een marketingbijdrage erbovenop. Daartegenover staan een bekende naam en soms aanvoer van leerlingen. Het franchisecontract bepaalt een groot deel van wat je koopt, en daarmee ook wat een redelijke prijs is. Het vertelt hoe lang de afspraak nog loopt. Het beschrijft ook het rayon: het gebied waarin geen andere vestiging van dezelfde formule mag komen. En het zegt of de formule een nieuwe eigenaar moet goedkeuren. Die toestemming kost tijd.

Een zelfstandig instituut geeft meer vrijheid en minder houvast. De naam is dan van jou, en er gaat geen vergoeding naar een formule. De instroom regel je wel zelf, zonder landelijke naam die ouders al kennen. En de methode zit mogelijk alleen in het hoofd van de vertrekkende eigenaar.

Overnemen of zelf beginnen

Een huiswerkinstituut starten lijkt eenvoudig. Een ruimte, een paar begeleiders en een website zijn snel geregeld. Maar ouders kiezen op aanbeveling, en die bouw je op met resultaten die je nog niet hebt. Daarom is een lopend instituut geld waard, terwijl de inventaris weinig voorstelt. Dat verschil heet goodwill. Het is wat je betaalt bovenop de waarde van de spullen, voor de leerlingen, de naam en de organisatie.

Wie in maart start, komt door twee magere kwartalen voordat september instroom brengt. In die maanden betaal je de huur, de inrichting en de werving. Je vaste lasten zijn dan nog niet gedekt. Tel je dat bij elkaar op, dan heb je een bedrag om naast de goodwill te leggen die voor een lopend huiswerkinstituut wordt gevraagd. Pas dan zie je wat een huiswerkinstituut kopen je werkelijk oplevert.

Wat een huiswerkinstituut overnemen kost

Bij een huiswerkinstituut te koop bestaat de prijs uit weinig inventaris en veel goodwill. De basis van het gesprek is wat er overblijft als de eigenaar zichzelf een normaal loon betaalt voor zijn uren. Daarbij tellen ook de avonden waarin hij zelf begeleidt. Dat getal laat zien hoeveel van de winst eigenlijk zijn eigen arbeid is. Wat daarna overblijft, is wat de zaak opbrengt zonder hem.

Een huiswerkinstituut heeft zijn drukte op middagen en vroege avonden, en de rest van de dag staat het pand leeg. Het aantal plekken en hoe vol ze per dagdeel zitten, laten zien hoeveel ruimte er nog is. Ruimte die nog vrij is, is groei zonder verhuizing.

Wanneer je een huiswerkinstituut overneemt

Een eigenaar die stopt, praat eerst met mensen die hij kent. Dat zijn zijn begeleiders, een collega in de regio of zijn franchisegever. Daardoor komt niet elk huiswerkinstituut ter overname in de openbaarheid. Wie bij ons de branche en de regio heeft vastgelegd, hoort het als er een aanmelding bijkomt die daarop lijkt. Misschien trekken jonge kinderen en opvang overdag je meer. Dan is het kopen van een kinderdagverblijf een andere weg, met strengere regels voor ruimte en personeel.

Het moment van overnemen verdient net zoveel aandacht als de prijs. Neem je vlak voor de zomer over, dan doe je zelf de werving voor september. Neem je in het najaar over, dan koop je een lopend jaar. Je betaalt dan ook voor leerlingen die al binnen zijn. Wie een bedrijf kopen wil dat op het schooljaar draait, onderhandelt daarom ook over de datum.

Leerlingen die in september weer aan tafel schuiven

Kies de regio waar je een instituut zoekt. Wordt er in die regio een huiswerkinstituut aangeboden, dan laten we het je weten.