In mei 2024 telde Nederland ruim 9.200 kinderdagverblijven, samen goed voor bijna 318.000 kindplaatsen in de dagopvang. In 2025 waren het er ruim 326.000, tegen bijna 315.000 in 2023. In het derde kwartaal van 2025 gebruikten ongeveer 909.000 kinderen een vorm van formele kinderopvang. Wie een kinderdagverblijf wil kopen, komt dus in een sector die nog steeds plaatsen bijbouwt.
Achter al die locaties staan ongeveer 2.450 organisaties met samen ruim 17.000 registratienummers. Het overgrote deel is klein en heeft één of twee locaties. Daar is de houder meestal ook de leidinggevende, en soms staat hij of zij zelf op de groep. Een overname begint in deze branche niet bij de prijs, maar bij de registratie. Zoek je werk met schoolgaande kinderen en zonder die vergunningen, dan is een huiswerkinstituut een veel eenvoudiger overname.
De houderwijziging bij de gemeente
Elke locatie staat met een eigen nummer in het Landelijk Register Kinderopvang, op naam van de houder. Wil je een kinderdagverblijf overnemen, dan moet de houder in dat register veranderen. Die wijziging vraag je samen met de verkoper aan bij de gemeente waar de locatie staat. Dat gebeurt minstens acht weken voor de beoogde overnamedatum. De gemeente heeft daarna tot acht weken voor haar besluit. Bij een houderwijziging komt bovendien de GGD langs om te toetsen of alles nog klopt. Tussen het eerste gesprek en je eerste werkdag als houder zitten dus al snel een paar maanden.
De reden voor die volgorde raakt ouders direct. De kinderopvangtoeslag hangt aan het registratienummer en aan de houder die daarbij hoort. Begin je met de exploitatie voordat de wijziging rond is, dan klopt die combinatie niet en missen ouders hun toeslag. Die ouders bellen dan jou en niet de verkoper. Wacht je het besluit van de gemeente af, dan loopt de toeslag van de gezinnen zonder onderbreking door.
De houderwijziging in je koopovereenkomst
Met een overdracht die opschortend afhankelijk is van een positief besluit van de gemeente, neem je pas over als de registratie op jouw naam kan. De overdrachtsdatum ligt dan na dat besluit. In de overeenkomst staat ook wie het formulier indient en wie welke stukken aanlevert, want de aanvraag komt van beide partijen. Op papier duurt het minimaal acht weken, in de praktijk eerder drie maanden.
De maximumuurprijs als plafond
Wat je aan ouders kunt vragen, bepaalt de overheid in deze sector indirect. Voor de dagopvang gold in 2025 een maximumuurprijs van 10,71 euro. In 2026 is dat 11,23 euro, bijna vijf procent meer. Voor de buitenschoolse opvang ging het maximum in die jaren van 9,52 naar 9,98 euro. Formeel is dat alleen een plafond voor de vergoeding. Wat een houder daarboven rekent, betaalt de ouder volledig zelf. Omdat ouders vergelijken, werkt het in de praktijk toch als prijsplafond. Het uurtarief van de locatie naast dat maximum laat zien hoeveel ruimte er nog over is. Aan de kostenkant is die ruimte klein. Volgens het sectorrapport over 2024 ging bij de kleinste houders gemiddeld ruim tachtig procent van de omzet naar personeel. Bezetting weegt hier daarom zwaarder dan het tarief.
Hoe jonger de groep, hoe meer personeel
De verhouding tussen beroepskrachten en kinderen ligt wettelijk vast en bepaalt je hele personeelsbegroting. Tot een jaar is het één beroepskracht op drie kinderen. Van één tot twee jaar is dat één op vijf, van twee tot drie één op zes en van drie tot vier één op acht. Een groep telt hooguit zestien kinderen. Sinds 1 juli 2024 wordt de ratio over de hele locatie berekend en niet meer per groep. Dat geeft planningsruimte, maar de rekensom blijft gelijk: hoe jonger de kinderen, hoe duurder de bezetting. De leeftijdsopbouw van een kinderdagverblijf zegt daarom meer dan het totale aantal kinderen. Bij het kopen van een buitenschoolse opvang valt die som gunstiger uit. Daar gaat het om oudere kinderen en mag tot een derde van de formatie andersgekwalificeerd zijn.
Bovenop de ratio komen kwaliteitseisen die uren kosten. Baby's hebben recht op vaste gezichten en er geldt een vierogenprincipe. Elke organisatie heeft een pedagogisch beleidsmedewerker nodig. Die heeft vijftig uur beleidswerk per locatie, plus tien uur coaching per fte. Staan die uren al in de loonkosten die de verkoper laat zien, dan rekent je begroting met de hele formatie. Het cijfer waarmee je bood, is dan ook het cijfer waarmee je straks werkt.
Bezetting per dag in een kinderdagverblijf
In het register staat hoeveel kindplaatsen een locatie heeft. Dat is capaciteit en geen omzet. Wat een locatie opbrengt, lees je af aan de bezetting per groep en per dag over minstens twee jaar. Maandag, dinsdag en donderdag zijn de piekdagen. Woensdag en vrijdag zijn structureel leger. Het personeel van een kinderdagverblijf staat net als de begeleiding op een zorgboerderij de hele week op het rooster. Daardoor bepaalt dat weekpatroon je rendement. Drie volle dagen en twee halflege leveren een heel ander resultaat op dan een week die gelijkmatig gevuld is.
Het aantal plaatsen groeit landelijk harder dan het aantal kinderen dat ze gebruikt. Een wachtlijst is daardoor niet meer vanzelfsprekend. Een kinderdagverblijf dat er toch een heeft, onderscheidt zich daarmee. Voor je prognose telt vooral de doorstroom. Elk jaar vertrekken de oudste kinderen naar de basisschool, en elk jaar komen er jongere bij. Een locatie waar de instroom de uitstroom bijhoudt, begint volgend jaar met even volle groepen.
Het inspectierapport lees je vooraf
De GGD inspecteert elke locatie minstens één keer per jaar. De rapporten staan openbaar in het register. Voordat je met de houder aan tafel zit, kun je dus al lezen wat er de afgelopen jaren is gevonden. Een tekortkoming is op zich niet fataal. Landelijk werd in 2024 bijna 95 procent van de geadviseerde herstelmaatregelen echt uitgevoerd. In de rapporten van opeenvolgende jaren zie je terug hoe deze houder reageerde op wat de inspecteur vond.
Niet elke bevinding weegt even zwaar. Een fout in de administratie is in een middag hersteld. Tekortkomingen op veiligheid, gezondheid of pedagogisch beleid raken de bedrijfsvoering. Komen ze terug, dan kan de gemeente een last onder dwangsom opleggen. In het uiterste geval legt ze de exploitatie stil. Is bij een kinderdagverblijf elk punt het jaar erna uit het rapport verdwenen, dan had het een houder die deed wat de inspectie vroeg. Je neemt dan een locatie over zonder punten die al jaren blijven terugkomen.
Personeel, screening en de cao
Iedereen die op een kinderdagverblijf werkt, heeft een Verklaring Omtrent het Gedrag en staat in het personenregister. Op dat register draait een continue screening, die een signaal geeft als er iets misgaat. Het register hoort actueel te zijn, met ook de vaste bezoekers en stagiairs erin. Intussen neemt het personeelstekort af. In mei 2024 meldde dertig procent van de kinderdagverblijven een tekort, een jaar later 23 procent. Bij de buitenschoolse opvang ging het in dezelfde periode van 44 naar 36 procent. Een locatie met een complete ploeg is daarom een stuk minder kwetsbaar dan een locatie met open plekken.
De cao Kinderopvang loopt van januari 2025 tot en met december 2026 en is sinds juni 2025 algemeen verbindend verklaard. De lonen gingen in juli 2025 met 2,5 procent omhoog en in september 2026 nog eens met 1,5 procent. Een jaarrekening van voor die verhogingen toont nog de lagere loonsom. Met de lonen van nu klopt je begroting ook in je eerste jaar met het kinderdagverblijf.
Een kinderdagverblijf met het oog op 2029
Het kabinet werkt aan een regeling waarbij de opvang vanaf 1 januari 2029 voor bijna iedereen vrijwel gratis wordt. De vergoeding gaat tot 96 procent, met een budget van rond de negen miljard euro per jaar. Het wetsvoorstel is sinds oktober 2025 openbaar en het parlement moet er nog over beslissen. Een lagere eigen bijdrage betekent meer vraag van ouders. Aan de kant van het personeel wordt het spannender. Stijgt de vraag echt, dan verwacht men een tekort van tienduizenden medewerkers. Hoe de vergoeding straks bij de houder terechtkomt, is ook nog niet uitgewerkt. Een kinderdagverblijf met ruimte in het pand en een team dat kan meegroeien, kan die extra vraag opvangen. Een locatie die nu al aan haar plafond zit, kan dat niet.
Wat een kinderdagverblijf kost
In de overnamemarkt rekent men voor deze sector met ongeveer vier tot zes keer de EBITDA. Dat is de winst voor rente, belastingen en afschrijvingen. Bezetting, uurtarief en loonkosten komen daar dus allemaal in terug. Is het pand eigendom van de verkoper, dan wordt het apart gewaardeerd. Het kan een fors deel van de koopsom uitmaken.
Bij een kinderdagverblijf ter overname bied je mee tegen partijen die dit beroepsmatig doen. Investeerders bezitten ruwweg een zevende van de markt. Zo'n partij heeft doorgaans financiering en een eigen team voor het boekenonderzoek. Jij hebt iets anders te bieden: continuïteit voor een team en voor ouders die geen grote organisatie willen. Voor een houder die zelf twintig jaar op de groep stond, kan dat zwaarder wegen dan het hoogste bod.
Van melding naar gesprek met de houder
Een kinderdagverblijf te koop verschijnt op het moment dat een houder besluit te stoppen, en dat moment kies jij niet. Je wilt zo'n locatie dus zien op de dag dat ze wordt aangemeld. In je zoekprofiel leg je vast in welke regio je zoekt en voor hoeveel kindplaatsen je verantwoordelijkheid wilt dragen. Meldt een houder daar een locatie aan, dan leest ons team de aanmelding eerst na. Zodra ze in het aanbod staat, krijg jij bericht. De locaties zelf zie je nadat je met je e-mailcode bent ingelogd.
Spreekt een locatie je aan, dan neem jij het initiatief met een contactverzoek aan de houder. Die krijgt bij je verzoek te zien wie je bent en besluit dan zelf of hij je spreekt. Daarna praat je rechtstreeks met elkaar over de groepen en het team. Een bedrijf kopen in de kinderopvang teken je het zekerst met een adviseur die de sector kent, want die leest het registratiedossier en de inspectierapporten met je mee.