Nederland telt inmiddels ongeveer 1.500 zorgboerderijen, tegen zo'n 900 in 2021. Ruim 930 daarvan zijn aangesloten bij de Federatie Landbouw en Zorg. Samen vangen ze meer dan 30.000 mensen op, van jongeren met een hulpvraag tot ouderen met dementie.
De omvang loopt sterk uiteen. Bij de aangesloten bedrijven lag de gemiddelde omzet in 2024 rond de 351.000 euro, met gemiddeld twaalf tot vijftien deelnemers per dag. Er zijn bedrijven met drie deelnemers en bedrijven met veertig.
Wie zo'n bedrijf wil overnemen, moet dus eerst uitzoeken wat voor onderneming eronder zit. En die vraag gaat niet over de schuur of het land, maar over de contracten.
Bij een zorgboerderij koop je contracten, geen hectares
Dit is het onderscheid met een gewone agrarische overname en het bepaalt je hele onderzoek. Op een melkveebedrijf koop je grond, dieren en productierechten. Hier koop je een stroom deelnemers die door een gemeente, een zorgkantoor of een grotere zorgaanbieder wordt betaald.
De grond en de gebouwen doen er nog steeds toe, want ze bepalen wat je kunt aanbieden en hoeveel mensen er terechtkunnen. Maar ze zijn niet wat de omzet maakt. Valt de financiering weg, dan houd je een boerderij over met een dagbestedingsruimte erin.
Begin met een overzicht van alle deelnemers met de financieringsroute erbij, en niet met een totaal. Vraag ook hoe lang zij er gemiddeld al komen. Deelnemers blijven in deze sector vaak jaren, en dat is precies wat een zorgboerderij zo aantrekkelijk maakt om over te nemen.
Uit welke wet wordt deze zorg betaald?
Er zijn vier routes en ze verschillen wezenlijk in zekerheid. Dagbesteding via de Wet maatschappelijke ondersteuning wordt door de gemeente ingekocht. Zorg via de Wet langdurige zorg loopt via het zorgkantoor en vraagt een indicatie van het CIZ. Jeugdhulp loopt weer via de gemeente, onder de Jeugdwet.
Daarnaast betaalt een deel van de deelnemers met een persoonsgebonden budget. Dat is de meest wendbare route, want de deelnemer kiest zelf, maar het is ook de minst voorspelbare: er zit geen contract met een instantie onder dat je kunt overleggen.
De vierde route is onderaannemerschap. Veel kleine bedrijven leveren hun zorg via een grotere aanbieder die het contract met de gemeente heeft. Dat scheelt administratie, maar het betekent ook dat je omzet aan een tussenpartij hangt die morgen kan besluiten het anders te doen. In de jeugdhulp steeg het aandeel onderaannemerschap van twee procent in 2017 en 2018 naar dertien procent in 2023 en 2024. Wie een zorgbedrijf wil overnemen, koopt juist vaak die hoofdaannemerspositie, inclusief het contract met de gemeente en de onderaannemers die eraan hangen.
Vraag de omzet uitgesplitst per financieringsroute
Vraag over drie jaar hoeveel omzet er uit de Wmo kwam, hoeveel uit de Wlz, hoeveel uit de Jeugdwet, hoeveel uit persoonsgebonden budgetten en hoeveel via onderaannemerschap. Die verdeling is de belangrijkste risicoanalyse die je kunt maken. Een zorgboerderij die voor tachtig procent van één gemeente afhankelijk is, koop je met een ander bod dan een bedrijf met vier opdrachtgevers en een stevige pgb-groep ernaast.
De aanbesteding onder de omzet van een zorgboerderij
Gemeenten kopen dagbesteding en jeugdhulp in via aanbestedingen, en die contracten worden langer. De mediane looptijd voor Wmo en jeugdhulp steeg van zeven jaar in 2022 naar acht jaar in 2026, en meer dan zestig procent van de contracten loopt zes jaar of langer. Dat is prettig nieuws voor een koper.
Tegelijk wordt er selectiever ingekocht. In de jeugdhulp groeide het aandeel selectieve aanbestedingen van tien procent in 2017 en 2018 naar 22 procent in 2023 en 2024. Kleine aanbieders vallen daarbij vaker af, wat verklaart waarom zoveel zorgboerderijen inmiddels als onderaannemer werken.
Per contract wil je de einddatum weten, de verlengingsopties, en of overdracht aan een nieuwe eigenaar mag. Contracten zijn aan de instelling gebonden en gaan niet vanzelf mee; in de praktijk wordt zo'n wijziging pas bij een verlenging geregeld. Reken erop dat je daarover met de gemeente om tafel moet voordat je tekent.
Wat de Wtza en het keurmerk van je vragen
Een zorgboerderij is een zorgaanbieder en valt onder de Wet toetreding zorgaanbieders. Er geldt een meldplicht sinds 2022, en de vergunningplicht is per 1 januari 2025 uitgebreid. Wie zich niet meldt, riskeert een boete die kan oplopen tot negentigduizend euro. Controleer dus of dit bedrijf zijn papieren op orde heeft.
Daarnaast geldt de Wkkgz, met een klachtenregeling, een onafhankelijke klachtenfunctionaris en aansluiting bij een geschilleninstantie. Die instantie doet binnen zes maanden uitspraak en kan een schadevergoeding tot vijfentwintigduizend euro toekennen. Vraag of er de afgelopen jaren klachten zijn geweest en hoe die zijn afgehandeld.
Dan het Kwaliteitskeurmerk Landbouw en Zorg, dat sinds 2002 bestaat en waarvoor ruim 850 bedrijven gecertificeerd zijn. Er hoort een fysieke audit bij, ongeveer eens per drie jaar. Gemeenten en zorgkantoren vragen er bij inkoop vaak naar, dus zonder keurmerk sta je bij de volgende aanbesteding zwakker.
Het agrarische deel en het bestemmingsplan
Veel bedrijven combineren de zorg nog met echte agrarische productie, en dat is meer dan decor. Dieren verzorgen, oogsten en onderhoud zijn het werk waar de dagbesteding uit bestaat. Vraag dus wat er daadwerkelijk wordt geproduceerd en of daar nog omzet uit komt of dat het puur voor de deelnemers is.
Daarnaast is er het omgevingsplan. Zorg verlenen op een locatie met een agrarische bestemming is niet vanzelfsprekend toegestaan; daar hoort een aanduiding of een aparte bestemming bij. Loopt dat niet goed, dan koop je een bedrijf dat formeel iets doet wat op dat adres niet mag.
Kloppen de vergunningen voor het agrarische deel nog met de huidige omvang? Bij een zorgboerderij die in de loop der jaren van boerenbedrijf naar zorgbedrijf is geschoven, is het papier vaak achtergebleven bij de praktijk.
Reken met dagdelen, niet met omzet
Dagbesteding wordt per dagdeel afgerekend, en een dagdeel is vier uur. Voor zorg uit de Wet langdurige zorg lag het maximumtarief per 1 januari 2025 op 74,40 euro per dagdeel. Je omzet is dus vrij simpel te reconstrueren: aantal deelnemers maal aantal dagdelen maal tarief.
De bezetting per dagdeel over twee jaar laat zien of het bedrijf vol zit. Maandag en dinsdag zitten meestal vol, terwijl vrijdag structureel rustiger is, en dat verschil bepaalt je rendement omdat je begeleiding er wel moet zijn. Vraag ook hoeveel deelnemers er in het afgelopen jaar zijn in- en uitgestroomd. Een buitenschoolse opvang overnemen draait om hetzelfde weekpatroon; daar betaalt niet de gemeente maar de ouder, met kinderopvangtoeslag tot een maximumuurprijs.
De kostenkant hoort ernaast. Uit brancheonderzoek onder zorgboeren blijkt dat het personeel gemiddeld ruim veertig procent van de omzet opslokt. Wordt er gerekend met een marktconform ondernemerssalaris, dan blijft er in de sector ongeveer een derde van de zorgomzet over als marge. Dat is het getal waar je op stuurt.
Wat een zorgboerderij waard is
De prijs bestaat uit twee delen die je los van elkaar moet beoordelen. Er is de exploitatie, met haar deelnemers, contracten en keurmerk. En er is het vastgoed met de grond, dat op een boerderij een fors bedrag vertegenwoordigt maar dat zonder de zorgomzet een heel andere bestemming krijgt.
Voor de exploitatie geldt dat schattingen uit de overnamemarkt voor kleinere zorgbedrijven uitkomen op een factor maal de winst, waarbij de contractpositie de doorslag geeft. Anders dan bij een agrarisch bedrijf is dat niet de grondwaarde maar de vraag hoe lang je omzet vaststaat.
Voordat je tekent, laat je die twee delen apart doorrekenen door een accountant met ervaring in de zorglandbouw. Dat is een specialisme: iemand die alleen agrarische bedrijven waardeert kijkt naar de verkeerde kant van de balans.
Een zorgboerderij overnemen of er zelf een starten
Wie een zorgboerderij wil beginnen, kan een bestaand bedrijf overnemen of zelf een boerderij ombouwen. Die tweede route klinkt aantrekkelijk en is in de praktijk het langste pad. Je hebt te maken met de bestemming van het erf, met een toelating voor het leveren van zorg en met de gemeente of het zorgkantoor dat de zorg moet willen inkopen.
Bij een overname staan die drie er al, en dat is de reden dat er voor lopende zorgboerderijen serieuze belangstelling is. Vraag wel per onderdeel of het meeverhuist: de toelating, de contracten en de cliënten met een persoonsgebonden budget hangen niet allemaal op dezelfde manier aan de onderneming.
Zelf starten kan goed uitpakken wanneer je al een boerderij hebt en de zorg erbij wilt doen. Je bouwt dan langzaam op, met een paar deelnemers tegelijk, en je hoeft geen goodwill te betalen. Reken wel op een aanloop van jaren voordat de zorgtak zichzelf draagt, en op een gemeente die eerst wil zien dat je het aankunt.
Beide routes naast elkaar, met de tijd erbij. Een overname geeft je vanaf dag één deelnemers, een dagbesteding die draait en medewerkers die het werk kennen. Zelf beginnen geeft je een bedrijf dat helemaal van jou is, tegen de prijs van een paar magere jaren waarin de boerderij het moet dragen.
Zo vind je een zorgboerderij die te koop komt
Er komt de komende jaren aanbod vrij, want de sector is snel gegroeid en veel oprichters lopen tegen hun pensioen aan. Tegelijk staat de financiering onder druk: gemeenten krijgen vanaf 2026 structureel 2,4 miljard euro minder, en het tekort in de jeugdzorg liep op tot boven de achthonderd miljoen.
Dat maakt het onderscheid tussen een goed en een kwetsbaar bedrijf groter dan ooit, en het maakt vroeg in beeld zijn belangrijker. Bedrijven met een lang contract en een keurmerk gaan onderhands weg, meestal naar iemand die er al werkt.
Je zoekprofiel bestaat uit de streek, je budget en het aantal deelnemers waar je plek voor hebt. Je kunt daarbij zorgkenmerken meegeven, zoals het aantal actieve cliënten, het type zorg en de financieringsvorm. Elke nieuwe aanmelding gaat langs dat profiel en bij een bedrijf dat aansluit beslis jij of je contact opneemt.