Nederland telde in 2023 ongeveer 2.300 fitnesscentra, tegen ruim 1.500 in 2010. In 2022 deed 27 procent van de Nederlanders tussen twaalf en 79 jaar wekelijks aan fitness, een aandeel dat in twintig jaar bijna verdubbelde. Ongeveer drie miljoen mensen doen dat individueel, maar inmiddels is de markt verzadigd. Budgetketens rekenen rond de twintig tot dertig euro per maand en drukken daarmee de prijs. Een club met begeleiding vraagt vijftig euro of meer. Een kleine club moet het daarom van een eigen publiek hebben.
Wie een sportschool gaat overnemen, koopt dus een stroom maandelijkse incasso's. Bij het kopen van een bedrijf als dit draait de vraag om twee dingen. Hoe lang houdt die stroom aan? En wat kost het om hem op peil te houden? Het antwoord zit in de leden, de contracten, de apparaten en het pand.
Wat het ledenbestand van een sportschool vertelt
In de Nederlandse fitnessbranche ligt het jaarlijkse ledenverloop op ongeveer 35 tot 40 procent. Een club moet elk jaar ruim een derde van zijn leden opnieuw binnenhalen om alleen maar gelijk te blijven. Het ledental op een bepaalde dag zegt daarom weinig. De in- en uitstroom per maand over minstens twee jaar zegt veel meer. Daarin zie je het ritme van de zaak. Januari loopt vol met nieuwe inschrijvingen, en het voorjaar laat zien hoeveel daarvan blijft hangen. Een sportschool met tweeduizend leden en veertig procent verloop is een heel ander bedrijf dan een met vijftienhonderd leden en twintig procent.
Dan is er de vraag wie er werkelijk komt. Naar schatting komt zo'n dertig procent van alle leden nooit, en dat is de groep die als eerste opzegt. Tegenover die slapers staat een groep waar je als koper op kunt bouwen. Van de leden die in hun eerste vier maanden trouw komen trainen, verlengt ongeveer 61 procent na een jaar. Het toegangssysteem houdt bij hoeveel unieke bezoekers er per maand binnenkomen, en dat getal laat zien hoe groot die trouwe kern is.
De reeks die meer zegt dan de jaarrekening
De instroom en uitstroom per maand over twee jaar, naast het aantal unieke bezoekers uit het toegangssysteem, vertellen in vijf minuten hoe de club ervoor staat. Het aantal leden dat nu in opzegging staat, is omzet die binnen een kwartaal verdwijnt.
Abonnementen die met de leden meegaan
De voorwaarden waarop de leden ooit tekenden, gaan met hen mee naar jou. Een consumentenabonnement mag na de eerste periode niet stilzwijgend voor opnieuw een vaste periode worden verlengd. Daarna geldt het voor onbepaalde tijd en mag het lid met hoogstens een maand opzegtermijn stoppen. Werkt de club nog met jaarcontracten die vanzelf een jaar doorlopen, dan zijn die bedingen aantastbaar en kunnen leden alsnog per maand opzeggen. Een deel van de omzet die op papier vastligt, ligt dan in werkelijkheid los. In de algemene voorwaarden zie je dus hoeveel van de incasso echt vaststaat. Werkt een club al met maandelijks opzegbare abonnementen, dan heb je die zekerheid meteen.
Ook de naam van de club gaat mee. Wat leden over opzeggen schreven, staat in de recensies. Een club met weinig klachten daarover is na de overname makkelijker te vullen. Een sportschool draait bovendien op abonnementen, en dat maakt het een ander soort zaak dan een praktijk. Wil je liever een diëtistenpraktijk overnemen, dan reken je met cliënten die een traject volgen en geen maandabonnement hebben.
Apparatuur: eigendom of lease
Na de huur is de inrichting de grootste post van een sportschool. In de markt rekent men voor een kleine studio met vijfentwintig- tot vijftigduizend euro. Een middelgrote club kost vijftig- tot honderdduizend euro. Een volledig uitgeruste zaak zit op een ton tot ruim tweeënhalf. Goede merkapparatuur houdt het bij normaal onderhoud tien jaar of langer uit. Is de inrichting eigendom van de club, dan koop je dus iets wat nog jaren meegaat.
Bij lease ziet de rekensom er anders uit. Een volledige inrichting in lease kost vier- tot twaalfduizend euro per maand. Zo'n contract gaat niet vanzelf op jouw naam over, en de resterende verplichting kan een groot deel van je budget opeten. In de looptijd, de restwaarde en de overdrachtsbepaling lees je wat je werkelijk overneemt. Het onderhoudslogboek laat per apparaat zien hoeveel jaren er nog in zitten. Is de helft aan vervanging toe, dan ligt die investering binnen twee jaar bij jou. Wat de club de afgelopen drie jaar verving en wat er op de planning stond, geeft een eerlijk beeld van die rekening.
Btw op sporten, lessen en supplementen
Er lag een plan om het btw-tarief op sportbeoefening per 2026 te verhogen van negen naar 21 procent. Dat plan is afgeblazen. Het geven van gelegenheid tot sporten valt dus onder het verlaagde tarief, en dat houdt in deze branche de marge overeind. Groepslessen in de zaal vallen ook onder negen procent, net als personal training in de eigen accommodatie. Geeft een trainer elders les, dan geldt het algemene tarief. Sportvoeding en supplementen vallen onder 21 procent.
Een splitsing van de omzet per tarief over drie jaar laat zien welk deel uit abonnementen komt en welk deel uit alles daaromheen. Ze laat ook zien of er iets onder negen procent loopt dat daar niet hoort. Die naheffing komt na de overname bij jou terecht. Wie naast een club ook naar een fysiotherapiepraktijk kijkt, vindt daar de omgekeerde splitsing: behandelingen zijn vrijgesteld en trainingsabonnementen zijn belast.
Een balie met instructeurs of een pas bij de deur
Een club met balie, instructeurs en groepslessen draait anders dan een zaak die met een toegangspas dag en nacht open is. Bij duizend vierkante meter met twaalf- tot vijftienhonderd leden kost personeel honderddertig- tot honderdnegentigduizend euro per jaar. Onbemand is goedkoper, maar het vraagt meer van je systemen en trekt leden die op de prijs letten. Bemand kost geld en levert binding op, wat je terugziet in minder verloop. Welk model een sportschool draait, bepaalt dus voor een groot deel wat voor leden er komen.
Personal trainers en groepslesdocenten sturen in deze branche jarenlang een factuur in plaats van een loonstrook te krijgen. Sinds 1 januari 2025 handhaaft de Belastingdienst weer volledig op schijnzelfstandigheid. Dat is een zelfstandige die in de praktijk werkt als werknemer. Een trainer die zijn eigen rooster en tarief bepaalt, ook elders werkt en ondernemersrisico loopt, staat stevig als zelfstandige. Draait hij vaste lessen op tijden die de club bepaalt, dan lijkt dat op een dienstverband. De fiscus kan dan naheffen over de jaren dat het zo liep. Een club waar de trainers duidelijk zelfstandig werken of gewoon in dienst zijn, neem je daarom over zonder zo'n rekening uit het verleden.
Voor het personeel in loondienst is de vraag welke cao er geldt. In de cao Sport stegen de lonen voor 2026 met 2,9 procent, en de eindejaarsuitkering ging omhoog. Voor 2027 staat er 2,5 procent in. Of die cao voor deze club geldt, is in de commerciële fitness niet vanzelfsprekend. Weet je welke cao geldt, dan liggen je loonkosten voor de komende twee jaar vast.
Het pand van een sportschool: energie, huur en douches
Een sportschool is een pand met veel vierkante meters en veel warmte van mensen die zweten. Van de lopende kosten is de energierekening na huur en loon de grootste. Hoe hoog ze uitvalt, hangt af van de staat van de luchtbehandeling. Het verbruik over drie jaar laat dat zien, zeker naast het bouwjaar en de laatste onderhoudsbeurt van luchtbehandeling en verwarming. Ledverlichting, een warmtepomp of een betere regeling verdienen zich in zo'n pand snel terug. In die reeks zie je of de vorige eigenaar dat al deed of dat die winst nog voor jou ligt. Voor een zaak van vijfhonderd vierkante meter wordt gerekend met acht- tot vijftienduizend euro aan totale maandlasten.
Het huurcontract bepaalt of je over drie jaar nog op dezelfde plek zit. De resterende looptijd, de indexatie en de verlengingsopties wegen daarbij het zwaarst. Bij een sportschool is de locatie een groot deel van de reden dat leden lid zijn. Loopt de huur binnen twee jaar af, dan is verlenging een voorwaarde voor de koop. Kleedruimtes en douches zijn de plek waar leden het hardst over oordelen. Ze zijn ook duur in onderhoud. Het laatste werk aan leidingen, boilers en tegels vertelt je wat er de komende jaren aankomt.
Wat een sportschool kost
Voor een fitnesscentrum rekent de overnamemarkt met ruwweg drie à vier keer de EBITDA. Dat is de winst vóór rente, belasting en afschrijving. Die factor is aan de lage kant. Voor jou als koper betekent dat een lagere instapprijs voor een zaak waar elke maand geld binnenkomt. Het ledenbestand vernieuwt zich wel elk jaar voor een derde, en de prijsvechters drukken op de marge. De prijs van een sportschool rust daardoor op twee dingen: het ledenbestand en de leasecontracten. De zaal zelf weegt veel minder. Kijkt je accountant juist die twee na voordat je tekent, dan weet je of de factor die de verkoper noemt past bij de club die je werkelijk overneemt.
Van melding tot gesprek met de clubeigenaar
Een club gaat soms naar de instructeur die er al jaren werkt. Soms koopt de eigenaar van een club twee dorpen verderop hem erbij. Om als buitenstaander op tijd in beeld te zijn, leg je bij ons een zoekprofiel vast met de branche en de regio waar je zoekt. Een eigenaar die zijn sportschool aanmeldt, komt pas online nadat iemand zijn aanmelding heeft gelezen. Staat er zo een sportschool ter overname online die op je profiel aansluit, dan krijg je daar bericht van op het moment dat hij zichtbaar wordt.
Na het inloggen zie je welke clubs er nu te koop staan. Spreekt een club je aan, dan vraag je de eigenaar om contact. Hij bekijkt eerst wie er aanklopt en bepaalt zelf of hij met je om tafel gaat. Zegt hij ja, dan praat je rechtstreeks met hem over zijn leden, zijn trainers en zijn contracten. Over de prijs die jullie daarna afspreken, rekenen wij geen percentage.