Nederland telde begin 2024 ongeveer 10.350 bedrijven met fysiotherapie als hoofdactiviteit. Vijf jaar eerder waren dat er 9.485. Zo'n 3.275 daarvan zijn eenmanspraktijken en 7.075 zijn praktijken met meer mensen. Er werken bijna 26.000 BIG-geregistreerde fysiotherapeuten. Ruim vier miljoen Nederlanders gaan jaarlijks bij een van hen langs. In onderzoek onder praktijkhouders zei 54 procent te overwegen om te stoppen. Zeventien procent had daar al stappen voor gezet. Dat zijn ongeveer 1.700 eigenaren die hun praktijk ooit willen overdragen.
Wat je koopt als je een fysiotherapiepraktijk overneemt
Wie voor zichzelf wil beginnen, kan een eigen praktijk starten of een bestaande overnemen. Het grootste verschil zit bij de zorgverzekeraars. Een nieuwe praktijk meldt zich aan en begint meestal onderaan. Een lopende praktijk heeft afspraken die al jaren meegaan. Bij een overname betaal je voor een agenda die al gevuld is. De praktijk heeft een naam in de wijk en de verwijzers weten de weg.
Zelf beginnen is goedkoper op de eerste dag en duurder in de twee jaar daarna. In die tijd bouw je met je eigen uren op wat je bij een overname koopt. Reken beide routes dus door. Bij een overname tellen de vraagprijs en de financieringslasten. Bij zelf starten tellen de inrichting en de apparatuur. Zwaarder wegen de maanden waarin je nog niet vol zit, met het inkomen dat je dan misloopt. Kun je twee jaar op halve kracht draaien, dan kun je prima zelf beginnen. Wil je vanaf de eerste maand behandelen, dan is een fysiotherapiepraktijk overnemen de kortere weg.
De contracten met de verzekeraars
Van wat een fysiotherapiepraktijk binnenhaalt, loopt ongeveer 81 procent via contracten met zorgverzekeraars. Bij bijna elke praktijk ligt het aandeel in die orde. Die contracten staan op naam van de huidige praktijk en gaan bij een overname niet automatisch over. Als nieuwe eigenaar maak je met elke verzekeraar zelf afspraken. Geen van hen is verplicht de relatie voort te zetten. Je voorwaarden hoeven ook niet die van de verkoper te zijn. Een grote praktijk met jarenlange contracten krijgt meestal zonder veel gedoe nieuwe afspraken.
Een koper die de verzekeraars vóór zijn bod spreekt, weet welke voorwaarden een nieuwe eigenaar krijgt en of de verkoper een tijd mag aanblijven. Met die antwoorden onderhandel je met de verkoper op feiten. Zonder contract wordt het ongecontracteerde zorg. De patiënt krijgt dan meestal zestig tot tachtig procent van het gemiddelde gecontracteerde tarief vergoed en betaalt de rest zelf. Binnen een kwartaal zie je dat terug in de agenda.
Het tarief per zitting
Een gecontracteerde zitting reguliere fysiotherapie leverde in 2024 en 2025 gemiddeld 25,63 tot 29,29 euro op. Voor specialistische behandelingen zoals manuele therapie of kinderfysiotherapie lag dat ruwweg tussen 37 en 45 euro. Die bedragen komen uit de onderhandeling met de verzekeraar en niet uit je eigen prijslijst. Groei komt dus uit meer zittingen en uit de mix van behandelingen, en daar heeft een nieuwe eigenaar zelf invloed op. Je plan hoeft niet op de tarieven te leunen, want die stonden jarenlang bijna stil. De aanpassing voor 2025 en 2026 kwam uit op iets meer dan vijf procent, terwijl de kosten harder stegen. Toch houdt 22 procent van de praktijken meer dan twintig procent van de omzet over als resultaat. Bij zo'n praktijk vertelt de herkomst van dat resultaat je het meest over wat je koopt. Bij het kopen van een tandartspraktijk ligt het anders. Daar stelt de Nederlandse Zorgautoriteit maximumtarieven vast na kostprijsonderzoek.
De herkomst van de omzet laat zien hoe vast de agenda staat. Een deel komt uit de basisverzekering en een deel uit aanvullende pakketten. Een ander deel betalen patiënten zelf. Voor volwassenen met niet-chronische klachten valt fysiotherapie buiten het basispakket. Die omzet hangt aan de aanvullende verzekering van de patiënt. Staat een aandoening op de chronische lijst, dan betaalt de basisverzekering vanaf de eenentwintigste behandeling.
De behandelindex
De behandelindex zet het gemiddelde aantal zittingen per patiënt af tegen het landelijk gemiddelde, dat op honderd staat. Verzekeraars gebruiken hem bij de contractering. Een hoge index levert gesprekken op en soms slechtere voorwaarden. De cijfers over drie jaar laten de behandelstijl van de praktijk zien en het risico waarmee je de volgende contractronde ingaat.
Blijft de patiënt bij de praktijk?
Hier zit de goodwill. Patiënten kiezen hun fysiotherapeut persoonlijk en blijven bij die persoon. Wie weet welke patiënten bij welke behandelaar horen, weet dus ook hoeveel goodwill hij echt koopt. Een overzicht per behandelaar laat zien hoeveel actieve patiënten ieder heeft en hoeveel zittingen per week. Het laat ook zien hoe lang ze er al werken en welk deel van de agenda aan de eigenaar hangt. Dat deel weeg je apart. Vertrekt de eigenaar na de overdracht, dan gaat een deel van zijn patiënten met hem mee en blijft een ander deel weg. Een fysiotherapiepraktijk waar vier therapeuten elk een eigen kring hebben, staat steviger dan een praktijk waar de eigenaar tachtig procent van de behandelingen doet. Ook die tweede kan een goede koop zijn, als de prijs rekening houdt met wie er vertrekt.
Het patiëntendossier verhuist niet vanzelf mee. Voor de overdracht naar een nieuwe behandelaar is toestemming van de patiënt nodig. Het dossier moet twintig jaar bewaard blijven. Een verkoper die dit ruim voor de overdracht regelt, levert een praktijk op waarin de dossiers klaarstaan. Achteraf is daar niets meer aan te doen. Bij een psychologiepraktijk speelt hetzelfde, alleen loopt een traject daar maanden.
Welke registraties de fysiotherapiepraktijk draagt
Bij een fysiotherapiepraktijk hangt een deel van de eisen aan personen en een deel aan de onderneming. Wat aan een persoon hangt, neem je alleen over als die persoon blijft. Iedere fysiotherapeut moet BIG-geregistreerd zijn, en die registratie is persoonsgebonden. Voor herregistratie is in vijf jaar 2.080 uur werkervaring nodig. Dat is gemiddeld zo'n acht uur per week. Verzekeraars vragen meer. Zij verwachten deelname aan een kwaliteitsregister met rond de 140 kenniseenheden scholing per vijf jaar. Intercollegiale toetsing hoort daar ook bij. Een overzicht per medewerker laat zien of die registraties actueel zijn en wanneer ze verlopen.
Aan de kant van de onderneming gaat het om twee wetten. De Wtza stelt eisen aan de toetreding en het bestuur van een zorgaanbieder. De Wkkgz verplicht tot een klachtenregeling met een onafhankelijke klachtenfunctionaris. Ook aansluiting bij een geschillencommissie is verplicht. De klachten van de afgelopen jaren en hun afhandeling laten zien of die regeling ook werkt.
Therapeuten op een percentage van de omzet
In veel praktijken krijgt een therapeut geen loon maar een percentage van zijn eigen omzet. Dat is doorgaans 65 tot 80 procent. Zo bleven de vaste lasten jarenlang laag. De Belastingdienst treedt sinds 1 januari 2025 weer volledig op tegen schijnzelfstandigheid. Daarmee is die constructie een vast punt in je onderzoek geworden. De vraag is of zo'n therapeut echt zelfstandig is. Bepaalt hij zijn eigen agenda en kiest hij zijn eigen patiënten? Werkt hij ook elders en loopt hij ondernemersrisico? Is het antwoord nee, dan lijkt het op een dienstverband. Dat risico kun je in de koopovereenkomst afdekken. Dat loont, want de fiscus kan dan alsnog heffen over elk jaar waarin de therapeut zo heeft gewerkt. Die rekening gaat naar de nieuwe eigenaar en niet naar de verkoper.
De afspraken per medewerker vertellen je precies welke mensen en welke voorwaarden je overneemt. Ze zijn ook de enige bron, want een cao voor de eerstelijns fysiotherapie is er sinds 2004 niet meer. Wat op papier staat, is dus wat je overneemt.
Waar de marge van een fysiotherapiepraktijk heen gaat
Fysiotherapie door een BIG-geregistreerde behandelaar is medische zorg en vrijgesteld van btw. De keerzijde is dat de praktijk de btw op inkopen en een verbouwing niet terugkrijgt. Wil je na de overname investeren in apparatuur of in de ruimte, reken dan met de bedragen inclusief btw. Niet alles valt onder de vrijstelling. Trainingsabonnementen en medische fitness zijn belast. Voor valpreventie zonder therapeutisch doel en voor sportmassage geldt hetzelfde. Draait de praktijk daar een flink deel van de omzet mee, dan krijg je een gemengde administratie en een andere aftrek. Wie een sportschool overneemt, zit met zijn hele omzet in dat belaste deel. Voor sportbeoefening geldt daar negen procent.
Huisvesting kost een fysiotherapiepraktijk gemiddeld rond de twaalf procent van de omzet, met grote verschillen per regio. De looptijd van het huurcontract bepaalt hoe lang je zeker bent van dat adres. Bij een overname telt ook of de verhuurder met een nieuwe huurder moet instemmen. Zit de fysiotherapiepraktijk in een gezondheidscentrum met huisartsen, dan is het adres zelf veel waard. Je koopt dan een stroom verwijzingen die aan dat adres vastzit.
Waar je een fysiotherapiepraktijk te koop vindt
Veel praktijken wisselen van eigenaar zonder dat een buitenstaander het ziet. De koper is vaak een therapeut die er al werkt of een collega uit de buurt. Ook ketens die de sector samenvoegen, kopen mee. Die ketens zijn snel en hebben hun financiering klaar. Als zelfstandige koper wil je dus vroeg in beeld zijn.
Op Silverfield leg je daarvoor in een zoekprofiel vast wat voor praktijk je zoekt. Een praktijkhouder die zijn fysiotherapiepraktijk aanmeldt, komt pas in het aanbod nadat iemand zijn aanmelding heeft gelezen. Sluit die praktijk aan op jouw profiel, dan krijg je bericht op het moment dat ze online komt. Zo hoef je niet te wachten tot het nieuws via collega's rondgaat. Het aanbod zelf bekijk je na het inloggen. Spreekt een praktijk je aan, dan vraag je de praktijkhouder om contact. Hij bekijkt eerst wie er bij hem aanklopt en bepaalt zelf of hij met je om tafel gaat. Zegt hij ja, dan praat je rechtstreeks met hem over zijn behandelaars, zijn patiënten en zijn contracten.
Twijfel je nog tussen een praktijk en een heel ander soort zaak? Ook een bedrijf kopen in een andere branche gaat met hetzelfde zoekprofiel. Wordt het concreet, neem dan een accountant en een adviseur met ervaring in de zorg in de arm. Zij kijken met jouw belang voor ogen naar de contracten, de behandelindex en de registraties.