S Silverfield

Voor eigenaren van een softwarebedrijf

Softwarebedrijf verkopen: een koper voor je product, je abonnees en je code

Hier vindt je softwarebedrijf een koper: een branchegenoot of investeerder die jouw product wil overnemen. Wat een koper biedt, hangt vooral af van de omzet die volgend jaar vanzelf terugkomt.

Plaats je softwarebedrijf gratis

Aanmelden duurt een minuut of tien en verplicht je tot niets.

Abonnementen apart

Een koper waardeert terugkerende omzet anders dan uren, dus hij wil de twee gescheiden zien.

Rechten op de code

Wat een freelancer bouwde, is pas van het bedrijf na een schriftelijke overdracht.

Kennis gespreid

Weten meer mensen hoe het systeem werkt, dan ziet een koper minder risico.

Er wordt in deze markt volop gekocht. Grotere aanbieders nemen kleinere over om hun product te verbreden of om aan ontwikkelaars te komen. Investeerders kopen er meerdere bij elkaar tot een groep die op dezelfde techniek draait. Een gezond softwarebedrijf met een eigen product trekt daardoor meer dan één soort koper. Ook een klein product dat je alleen of met een paar mensen bouwt, kan voor een grotere aanbieder het stuk zijn dat zijn pakket aanvult. Welke koper het ook wordt, hij komt met twee vragen. Hoeveel van je omzet komt volgend jaar vanzelf terug? En draait het product door als jij er niet meer elke dag aan werkt? Hoe steviger jouw antwoord, hoe minder hij van zijn bod afhaalt voor onzekerheid.

Abonnementen en uren in je softwarebedrijf

In veel jaarrekeningen staat de omzet op één regel. Abonnementen, licenties en gedetacheerde uren liggen daar op één hoop. Voor de Belastingdienst is dat prima. Voor wie een softwarebedrijf koopt, is het juist de belangrijkste splitsing in je cijfers, want daarop bouwt hij zijn bod. Abonnementen en eenmalige licenties wegen voor hem anders dan professional services en detachering. Draait een deel van je IT-bedrijf op detachering, dan kijkt een koper vooral hoe groot het productdeel daarnaast is. Ook de brutomarge verschilt per stroom. Bij SaaS ligt de marge op abonnementen meestal tussen de zeventig en negentig procent. Zit jouw product in die band, dan is dat een van de sterkste punten van je verhaal. Ligt je marge lager en ken je de reden, dan leg je die aan tafel zelf uit.

Een koper telt als terugkerend wat ook echt terugkomt. Een invoeringstraject dat je één keer factureert, hoort daar niet bij, ook niet als er elk jaar een bij een andere klant bijkomt. Hoe zuiverder je terugkerende omzet, hoe minder er in het boekenonderzoek nog van afgaat. Bij het verkopen van een webdesignbureau kijkt een koper even streng. Daar tellen onderhoudsabonnementen mee en losse bouwopdrachten niet.

Klantverloop en de waarde van een abonnee

Op het verloop rekent een koper in deze branche af, en dat werkt hard door. Stel dat je nu elke maand anderhalf procent van je klanten kwijtraakt. Loopt dat op tot drie procent, dan halveert de waarde van een gemiddelde klant. Andersom werkt het net zo sterk. Een verloop dat al twee jaar laag en stabiel is, maakt elke abonnee in zijn ogen meer waard. De netto omzetretentie weegt even zwaar. Dat getal zet wat je bestaande klanten nu opbrengen af tegen een jaar geleden. Ligt het boven de honderd procent, dan groeit je softwarebedrijf zonder één nieuwe klant. Een sterker argument aan tafel is er nauwelijks.

Wil je in het jaar voor de verkoop ergens tijd in steken, dan levert sturen op verloop meestal meer op dan sturen op nieuwe verkoop. Bij het verkopen van een app of online dienst gaat het net zo. Daar komt een groot deel van het verloop uit betalingen die mislukken.

De rechten op je code

Hierop strandt een verkoop vaker dan op de prijs. Code die een werknemer in dienstverband schreef, is van het bedrijf. Code van een zelfstandige of onderaannemer is dat alleen als het auteursrecht schriftelijk is overgedragen. In de beginjaren is die overdracht bij menig softwarebedrijf blijven liggen. Liggen de akten van overdracht er wel, dan koopt een koper het product zonder voorbehoud. Zonder die akten verlaagt hij zijn bod, of hij laat een deel van de koopsom in escrow staan. Het goede nieuws is dat een ontbrekende overdracht met zo'n akte ook nu nog te regelen is, in een paar weken. Met opensourcecomponenten zit het net zo. Copyleft-licenties als GPL en AGPL kunnen eisen stellen aan afgeleid werk. Weet je welke licenties er in je product zitten, dan hoeft een koper die onzekerheid niet in zijn prijs door te rekenen.

Grote klanten en een wisseling van eigenaar

In zakelijke softwarecontracten staat steeds vaker een bepaling voor het geval de aandelen van eigenaar wisselen. De klant mag dan opzeggen of opnieuw onderhandelen. Tien jaar geleden gold dat voor een kwart van de zakelijke technologiecontracten. Inmiddels is het naar schatting ongeveer veertig procent. Een contract zonder zo'n bepaling is voor een koper omzet waar hij op kan bouwen. Zulke bepalingen kunnen bij een verlenging ook weer uit een contract verdwijnen. Een grote klant wil bij een overdracht vooral weten of zijn leverancier over een jaar nog dezelfde is en of de roadmap blijft staan. Staan je grote klanten achter een overdracht op het moment dat je je softwarebedrijf ter overname aanbiedt, dan weet een koper waar hij aan toe is.

Ook je serviceafspraken tellen mee: de beloofde beschikbaarheid, de reactietijden en de boetes als je die niet haalt. Een uptime die je over twee jaar kunt laten zien, maakt van die afspraken een belofte die al is nagerekend.

Technische schuld en verouderde componenten

Elk product draagt oude keuzes mee, en dat rekent niemand je aan. Wat telt, is dat de omvang bekend is. Een koper die weet hoeveel ontwikkeltijd naar nieuwe functies gaat en hoeveel naar onderhoud, kan met je product rekenen. Hetzelfde geldt voor de versies die er draaien en wat het kost om ze bij te werken. Noem je verouderde frameworks zelf, dan gelooft hij de rest van je verhaal ook. Verrast het technisch onderzoek hem, dan wordt hij bij elk ander punt voorzichtiger. Voor componenten met bekende kwetsbaarheden weegt dat zwaarder. Sinds 15 augustus 2026 geldt de Cyberbeveiligingswet, en de Cyber Resilience Act komt erachteraan. Een product dat al is bijgewerkt, draagt die last niet mee naar de nieuwe eigenaar.

Een softwarebedrijf dat niet in één hoofd zit

In menig softwarebedrijf kennen één of twee mensen de kern van het systeem. De eigenaar is soms een van hen. Voor wie een softwarebedrijf overnemen wil, is dat het grootste risico. Die mensen kan hij niet kopen, en op deze arbeidsmarkt vervangt hij ze niet zomaar. Ontwikkelaars die over een verkoop horen, hebben binnen een week drie gesprekken elders. Juist daarom betaalt een koper graag voor een team waarin elk kritiek onderdeel door meer dan één persoon begrepen wordt. Een architectuur en bouwstraat die iemand van buiten kan volgen, maken het product minder afhankelijk van wie er nu werkt.

Werk je alleen, dan ben jij die ene persoon, en dan verkoop je je kennis mee. Een koper krijgt een werkende applicatie met klanten die elke maand betalen. Blijf je na de overdracht een half jaar zijn technische aanspreekpunt, dan neem je een groot deel van zijn zorg weg. Bij de verkoop van een webshop speelt hetzelfde, met de kennis van het bestelsysteem, de koppelingen en de advertentieaccounts.

Privacy, DORA en de innovatiebox

Een koper kijkt of je verwerkersovereenkomsten actueel zijn en kloppen met wat je feitelijk doet. Het gaat om waar de data staat, wie erbij kan en welke subverwerkers je gebruikt. Kloppen die afspraken, dan neemt hij je klantcontracten over zoals ze zijn. Voor één groep leveranciers gaat dat nog verder. Lever je aan banken of verzekeraars, dan speelt sinds januari 2025 ook DORA mee. Die instellingen moeten hun ICT-leveranciers vastleggen en contractueel dichttimmeren. Zijn die heronderhandelingen al achter de rug, dan is dat voor een koper een zorg minder.

Gebruik je de innovatiebox, dan betaal je negen procent belasting over de winst uit eigen software. De beschikkingen en de urenregistratie voor de WBSO onderbouwen dat voordeel, zodat een koper het in zijn prijs kan meenemen.

Wat je softwarebedrijf opbrengt

Schattingen uit de overnamemarkt zetten Nederlandse softwareontwikkelaars in 2025 op ongeveer 7,4 keer de EBITDA. IT-dienstverleners kwamen in dat jaar uit op ongeveer 6,7 keer. Bij een echt productbedrijf rekent men meestal met de terugkerende omzet in plaats van de winst. Voor winstgevende SaaS met gematigde groei komt dat neer op drie tot zes keer die omzet.

Over die factor gaat de onderhandeling zelden. Ze gaat over de vraag welke omzet echt terugkomt en hoe hard je verloopcijfers zijn. Daarnaast telt of alle rechten op de code bij de vennootschap liggen. Na een jaar met stabiele retentie en sluitende akten krijg je een ander bod dan vlak nadat je grootste klant heeft opgezegd. Wie een groeiend abonnementsbedrijf alleen met een winstmultiple waardeert, doet het structureel tekort. Dat verschil betaal jij. Een adviseur die softwarebedrijven kent, rekent met de maat die bij jouw verdienmodel hoort.

Van aanmelding tot het eerste gesprek

Wie zijn softwarebedrijf verkopen wil, is met de aanmelding ongeveer tien minuten bezig. Je jaarcijfers, contracten en code laat je pas zien aan een koper die serieus is. Wij lezen je aanmelding na voor ze online gaat. Daarna staat je softwarebedrijf in het aanbod voor ingelogde kopers. Wie een passend zoekprofiel heeft, krijgt bericht.

Een geïnteresseerde koper meldt zich met een contactverzoek. Daarin lees je wie hij is en waarom je product hem aanspreekt. Of je erop ingaat, bepaal je zelf. Het gesprek voer je rechtstreeks met hem, zonder makelaar. Laat je accountant de prijs en de voorwaarden met je doorrekenen voordat je iets tekent. Wie eerst breder wil lezen over een bedrijf verkopen, vindt daar hoe het hele traject verloopt.

Zet je product in handen van een koper die verder bouwt

Beschrijf je markt, je verdienmodel en de looptijd van je contracten. Kopers met een passend zoekprofiel krijgen een seintje, en met wie je praat, kies jij.