De eerste vraag bij elk softwarebedrijf is hoeveel omzet er binnenkomt zonder dat iemand er nieuwe uren voor verkoopt. Daarmee weet je of je een product koopt of een bureau. Het ene bedrijf bouwt maatwerk op projectbasis. Het andere levert een eigen product aan klanten die elke maand betalen.
In 2025 telde de Nederlandse ICT-sector ruim 106.000 actieve bedrijven. Dat is ongeveer 4,4 procent van alle bedrijven in het land. Eind dat jaar hadden 609.000 ICT-professionals er hun werk, zes procent van alle werkenden. De sector groeit ook sneller dan de economie als geheel. In 2024 steeg de toegevoegde waarde van ICT met 3,2 procent. De hele economie bleef dat jaar op 1,1 procent steken.
Uren, licenties of abonnementen
Een IT-bedrijf dat detacheert of maatwerk levert, leeft van uren. Stoppen de mensen, dan stopt de omzet. Een softwarebedrijf met een eigen product verkoopt licenties of abonnementen. Dat geld komt ook binnen in een week waarin niemand achter zijn scherm zit. Bij de meeste bedrijven zitten om het product heen ook invoering en training. Soms is er een detacheringspoot die de loonkosten dekt.
De verdeling over drie jaar vertelt je wat je werkelijk overneemt. Neem een SaaS-bedrijf met tachtig procent abonnementsomzet en een urenbureau met precies dezelfde omzet. Financieel zijn dat twee verschillende ondernemingen. Wie ze door elkaar haalt, betaalt te veel of biedt te weinig. Bij het kopen van een webdesignbureau ligt de verhouding weer anders. Daar komt het terugkerende deel uit onderhoud en hosting.
Wat de terugkerende omzet van een softwarebedrijf waard is
De jaarlijkse en maandelijkse terugkerende omzet zijn pas iets waard met de berekening ernaast. Een wettelijke definitie bestaat niet. Daardoor tellen eenmalige invoeringskosten of hardware er soms ongemerkt in mee.
Het klantverloop weegt minstens zo zwaar. Maandelijks verloop onder de drie procent geldt in deze markt als goed. Boven de zeven procent wordt het zorgelijk. Een klein verschil in dat percentage raakt de waarde hard. Gaat het verloop per maand van anderhalf naar drie procent, dan is een klant over zijn hele looptijd nog maar de helft waard.
Daarnaast is er de netto omzetretentie. Die zet wat de bestaande klanten dit jaar opbrengen naast wat ze vorig jaar opbrachten. Uitbreidingen tellen erin mee, opzeggingen ook. Honderd procent is de ondergrens en honderdtien tot honderdtwintig is sterk. Ligt het cijfer boven de honderd, dan groeit het bedrijf zonder dat het één nieuwe klant tekent. Bij het kopen van een app of online dienst voor consumenten ligt het verloop meestal flink hoger.
Vier cijfers naast het verloop
Naast het verloop tellen de kosten om een klant binnen te halen. Ook telt hoe lang het duurt voor die kosten terug zijn. Vijftien maanden is in deze markt de middenmoot en onder de twaalf is sterk. De levenslange waarde van een klant hoort ongeveer drie keer zo hoog te liggen als wat het kostte om hem te winnen. Op de abonnementsomzet haalt software een brutomarge van zeventig tot negentig procent. Ligt die jaar na jaar lager, dan kosten de infrastructuur of de support meer dan het model kan dragen.
Wie de broncode bezit
Wie een softwarebedrijf overnemen wil, doet bij de broncode de belangrijkste controle. Klopt het eigendom daar, dan is het product na de koop ook echt van jou. Wat een werknemer in dienstverband maakt, komt in beginsel bij de werkgever terecht. Voor een zelfstandige of een onderaannemer geldt dat niet, tenzij het werk schriftelijk is overgedragen. In hun begintijd werkten veel bedrijven met freelancers en tekenden ze geen akte van overdracht. Het auteursrecht op die stukken code ligt dan formeel nog bij de maker. Heeft elke freelancer die eraan werkte zijn deel schriftelijk overgedragen, dan hoort de code volledig bij het bedrijf dat je koopt.
Soms is met klanten escrow afgesproken. De broncode ligt dan bij een onafhankelijke partij. Valt de leverancier om of stopt hij, dan kan de klant erbij. Bij een overname loopt die regeling gewoon door.
Open source en de licenties eronder
Bijna elk product leunt op componenten van anderen, en hun licenties lopen sterk uiteen. MIT en Apache 2.0 zijn permissief en vragen weinig meer dan een naamsvermelding. Een copyleft-licentie zoals GPL of AGPL kan eisen dat afgeleid werk onder dezelfde voorwaarden beschikbaar komt. Dat raakt de kern van een product dat gesloten moet blijven. In 2024 bleek uit onderzoek naar open source in commerciële software dat 53 procent van de codebases licentieconflicten had. Bijna een derde bevatte componenten zonder duidelijke licentie. Een bedrijf dat de lijst met componenten en licenties binnen een dag aanlevert, heeft zijn zaken op orde.
Klantcontracten die bij een overname openbreken
Zakelijke softwarecontracten bevatten soms een bepaling over eigendomswisseling. Gaat de meerderheid van de aandelen naar een ander, dan mag de klant opzeggen of opnieuw onderhandelen. Naar schatting staat zo'n bepaling nu in ongeveer veertig procent van de zakelijke technologiecontracten. Tien jaar geleden was dat een kwart. Levert één afnemer meer dan tien procent van de omzet, dan hangt er in deze branche al veel aan die ene klant. Juist die klant kan zijn contract opnieuw bekijken zodra hij van de overname hoort.
De serviceafspraken horen bij hetzelfde onderzoek. Daarin staat welke beschikbaarheid is beloofd en welke reactietijden gelden. Er staat ook in wat er gebeurt als het bedrijf die niet haalt. Een belofte van 99,9 procent beschikbaarheid laat per maand ongeveer drie kwartier speling.
Technische schuld in een softwarebedrijf
Elk softwarebedrijf sleept oude code, gehaaste oplossingen en verouderde afhankelijkheden mee. Het wordt pas een probleem als een groot deel van de ontwikkeltijd naar onderhoud gaat. Dan koop je een product dat niet meer vooruitkomt. Het deel van de capaciteit dat naar nieuwe functies gaat, laat zien waar het product staat. Onderdelen die niemand meer durft aan te raken, wijzen dezelfde kant op. Verouderde componenten zijn bovendien een beveiligingsrisico. Wil je zonder technische achtergrond een softwarebedrijf kopen, dan geeft een onafhankelijke technische beoordeling je in een paar dagen het enige reële beeld.
Regels die in 2026 en 2027 ingaan
Op deze branche komt in korte tijd veel af. Op 15 augustus 2026 trad de Cyberbeveiligingswet in werking. Dat is de Nederlandse uitwerking van de Europese NIS2-richtlijn. De wet geldt voor achttien sectoren en meestal vanaf vijftig medewerkers of tien miljoen euro omzet. Er hoort een zorgplicht bij en een meldplicht binnen 24 uur.
Voor producten met digitale onderdelen is er de Cyber Resilience Act. De meldverplichtingen daaruit gelden sinds 11 september 2026. De volledige eisen volgen op 11 december 2027. De AI-verordening wordt sinds augustus 2024 stap voor stap ingevoerd. De boetes lopen op tot 35 miljoen euro of zeven procent van de wereldwijde omzet.
Levert het softwarebedrijf aan banken of verzekeraars, dan geldt sinds 17 januari 2025 ook DORA. Financiële instellingen moeten hun ICT-leveranciers daaronder in kaart brengen en de afspraken contractueel vastleggen, en die afspraken neem jij bij de koop over.
Het team en de innovatiebox
De ICT-sector heeft geen algemene cao en geen verplicht bedrijfstakpensioenfonds. De arbeidsvoorwaarden verschillen daardoor per bedrijf. Detachering is de uitzondering. Daar loopt sinds 1 januari 2026 een eigen detacheringscao, tot en met december 2028.
Mensen zijn in deze branche duur. In 2025 stegen de ICT-salarissen met zes tot acht procent. Een ervaren ontwikkelaar kost al snel tussen de 85.000 en 120.000 euro. Er staan ongeveer twintigduizend vacatures open tegenover minder dan 5.300 werkloze ICT-professionals. Bij een softwarebedrijf zit het hele systeem soms in het hoofd van twee ontwikkelaars. Blijven zij na de overname, dan neem je die kennis mee en hoef je haar niet op een krappe markt te zoeken.
Bij zelfontwikkelde software rekent ook de fiscus mee. De innovatiebox belast winst daaruit tegen negen procent in plaats van het gewone tarief. De WBSO is het toegangsbewijs tot die box. Is de onderbouwing sterk genoeg voor een controle, dan houdt dat lage tarief ook na de koop stand. Een correctie achteraf zou bij de nieuwe eigenaar terechtkomen.
Wat een softwarebedrijf kost
Schattingen uit de overnamemarkt kwamen in 2025 voor Nederlandse IT-dienstverleners uit op ongeveer 6,7 keer de EBITDA. Voor softwareontwikkelaars was dat ongeveer 7,4 keer. Beide liggen duidelijk boven het gemiddelde van het Nederlandse mkb. Het verschil tussen de twee laat zien wat terugkerende omzet waard is. Bij een echt productbedrijf rekent de markt meestal niet met de winst maar met de terugkerende omzet. Winstgevende SaaS met gematigde groei gaat voor ruwweg drie tot zes keer de jaarlijkse terugkerende omzet. Snelle groeiers met weinig uitstroom liggen hoger. Je eigen accountant kijkt de cijfers en de aannames onder je bod na voordat je tekent.
Veel overnames blijven onderhands
In deze markt wordt stevig geconsolideerd. Grotere partijen kopen kleinere aanbieders om hun product uit te breiden of om aan mensen te komen. Investeerders bouwen groepen rond een gedeelde technologie. Veel van die gesprekken beginnen en eindigen zonder dat er ooit een softwarebedrijf ter overname openbaar werd aangeboden.
Zet een oprichter hier zijn softwarebedrijf te koop, dan lezen wij de aanmelding eerst na. Pas daarna komt het bedrijf in het aanbod, dat je na het inloggen ziet. Staat je zoekprofiel voor software klaar, dan krijg je bericht zodra zo'n bedrijf erbij komt. Zoek je breder, dan zet je bij het kopen van een bedrijf nog een andere branche of regio in je profiel.
Vind je een softwarebedrijf dat past, dan vraag je de oprichter om contact. Wie je bent, is het eerste wat hij van je te zien krijgt. Of er een gesprek volgt, bepaalt hij daarna zelf. Zegt hij ja, dan praat je zonder makelaar met de oprichters zelf. De cijfers, de contracten en de broncode komen dan in jullie eigen gesprek op tafel.