De markt is groot en versplinterd. Ruim zeven op de tien websites draaien op een contentsysteem, en WordPress alleen al is goed voor ongeveer vier op de tien websites wereldwijd en zo rond de zestig procent van de systemenmarkt. Dat betekent dat het overgrote deel van de bureaus met dezelfde techniek werkt, en dat het onderscheid dus niet in de gereedschapskist zit.
Prijzen lopen ver uiteen. Een eenvoudige site gaat voor een paar honderd tot enkele duizenden euro's, een bedrijfssite zit vaak tussen de twee- en achtduizend, en maatwerkplatforms lopen door tot ver boven de vijftienduizend euro. Bureaus rekenen doorgaans tussen de negentig en honderdvijftig euro per uur, terwijl een zelfstandige ontwikkelaar tussen de zeventig en honderdtien euro vraagt.
Kijk daarom eerst naar de plek van het bureau in die bandbreedte. Een bureau dat standaardsites bouwt tegen vaste prijzen, concurreert met bouwpakketten en zelfstandigen. Een bureau dat maatwerk, integraties en advies levert, zit in een hoek waar die druk veel minder speelt.
De terugkerende omzet van een webdesignbureau
Vraag om een overzicht van alle lopende abonnementen: onderhoud, hosting, support en licenties, met per klant het maandbedrag, de looptijd en de opzegtermijn. Dit is het hart van de waardering. Een webdesignbureau met een stevig aandeel abonnementsomzet wordt aantoonbaar hoger gewaardeerd dan bureaus die per project factureren, omdat de omzet doorloopt terwijl je nog met de klant kennismaakt.
Kijk daarbij ook naar de marge op hosting. Veel bureaus verkopen hosting door van een provider en houden daar een opslag op. Dat levert geld op zonder eigen servers, maar de klant klopt bij storing wel bij jou aan. Vraag dus wie de contracten met de provider heeft en of ze op naam van de onderneming staan of op naam van de oprichter privé.
Reken vervolgens de projectomzet apart door. Projecten schommelen per kwartaal en zijn afhankelijk van hoe actief er wordt verkocht. Een bureau dat driekwart van zijn omzet uit losse opdrachten haalt, koop je met een verkoopopgave erbij die je zelf moet invullen.
Toegang en domeinen bij een webdesignbureau
Dit is het onderdeel dat kopers het vaakst onderschatten. Vraag een lijst met per klant de domeinnaam en de tenaamstelling. Zet daarnaast waar de site draait, wie het beheer over de naamservers voert en wie de inloggegevens bezit. Bij kleine bureaus staan domeinen regelmatig op naam van het bureau of zelfs van de oprichter, en dat moet netjes worden overgezet.
Vraag ook hoe wachtwoorden en toegangen worden bewaard. Een bureau met een fatsoenlijke kluis waarin per klant staat wie waar toegang toe heeft, draagt in een week over. Een bureau waarin dat in hoofden en losse notities zit, kost je maanden en levert vervelende gesprekken op met klanten die opeens niet meer bij hun eigen site kunnen.
Loop de techniek na. Hoeveel sites draaien er nog op verouderde versies van de programmeertaal of het contentsysteem? Dat is een veiligheidsrisico en een onderhoudspost, en tegelijk een reden voor klanten om binnenkort een nieuw project uit te zetten.
Reken de licenties door. Veel sites draaien op betaalde uitbreidingen, thema's of externe diensten voor formulieren, zoeken en betalingen, en die kosten lopen jaarlijks door. Vraag welke aan de klant worden doorbelast en welke het bureau zelf betaalt; dat verschil zit zelden netjes in de jaarrekening.
Toegankelijkheid en cookies voor een webdesignbureau
Sinds 28 juni 2025 geldt de Europese toegankelijkheidswet, die eisen stelt aan onder meer webwinkels, bankdiensten en vervoer. Sites moeten voldoen aan de internationale toegankelijkheidsrichtlijnen, en handhaving verloopt per lidstaat met boetes die stevig kunnen oplopen. Vraag welk deel van de bestaande sites daaraan voldoet en of het bureau daar audits voor verkoopt.
Hetzelfde geldt voor cookies. De toezichthouder controleerde in 2025 actief op cookiebanners en waarschuwde honderden Nederlandse sites, waarna driekwart daarvan de banner aanpaste. Een bureau dat dit voor zijn klanten bijhoudt, heeft een terugkerende dienst te pakken. Een bureau dat het negeert, koopt je met een risico dat bij de klanten ligt en dus bij jou terugkomt.
Beide onderwerpen zijn in feite verkoopargumenten. Ze geven een reden om bestaande klanten opnieuw te benaderen, en dat is precies wat een koper na een overname nodig heeft om zijn investering terug te verdienen.
Wat je opvraagt voor je een bod doet
De abonnementenlijst met maandbedrag, looptijd en opzegtermijn per klant. De omzet per klant over drie jaar, gesplitst in project en abonnement. Het domeinregister met de tenaamstelling. De contracten met de hostingprovider en de marge daarop. Een overzicht van de gebruikte techniek per site, met de versies. De personeelslijst met wie welke klant bedient. De uurtarieven en de bezettingsgraad per medewerker. En het overzicht van sites die nog niet aan de toegankelijkheidseisen voldoen.
Vraag ook hoe nieuwe opdrachten binnenkomen. Komen ze via zoekmachines, via bestaande klanten, via een netwerk of via een partner die doorverwijst. Een webdesignbureau dat structureel via zijn eigen site wordt gevonden, heeft een kanaal dat blijft werken. Draait alles op de contacten van de oprichter, dan koop je er een verkoopopgave bij.
Kijk daarnaast naar de vraag of het bureau doorlopend advies levert. Bureaus die naast bouwen ook meedenken over conversie, integraties met andere systemen en de inrichting van gegevensstromen, zitten in een hoek waar de tarieven overeind blijven. Dat is precies het deel van de markt dat door de opkomst van bouwpakketten niet is weggevallen maar juist is gegroeid.
Mensen, bezetting en de prijs van een webdesignbureau
In een klein webdesignbureau zijn een of twee mensen het gezicht naar alle klanten. Vertrekken zij, dan vertrekt vaak een deel van de omzet mee. Vraag daarom wie er contact heeft met de tien grootste klanten en spreek een overdrachtsperiode af waarin de verkoper je introduceert. Drie tot zes maanden overlap is in deze branche gebruikelijk.
Kijk daarnaast naar de bezettingsgraad. Nederlandse bureaus komen gemiddeld rond de zesenvijftig procent declarabele tijd uit, terwijl zestig tot zeventig procent als gezond geldt. De omzet per medewerker ligt in de buurt van een ton per jaar. Met die twee getallen kun je snel toetsen of een bureau efficiënt draait of dat het van drukte leeft zonder eraan te verdienen.
Voor de prijs wordt in Nederland bij dienstverlenende bedrijven doorgaans gerekend met ruwweg vier en een half tot bijna zes keer de genormaliseerde bedrijfswinst. Digitale bureaus laten een bredere spreiding zien, waarbij bureaus met veel abonnementsomzet en gespreide klanten aan de bovenkant zitten en projectbureaus met een dominante klant aan de onderkant.
Bedenk ook wat je wilt met de naam. Bij kleine bureaus is de handelsnaam vaak sterker dan de mensen erachter, en klanten die al jaren blijven kennen alleen die naam. Voortzetten is meestal verstandiger dan meteen omdopen, en dat is een afspraak die je in de koopovereenkomst regelt en niet achteraf.
Het team dat je overneemt en de code die het schreef
Bij een overname van de onderneming gaan de arbeidsovereenkomsten mee, ongewijzigd en met de opgebouwde rechten erbij. Vraag om een overzicht van wie er in dienst is, met functie, dienstjaren en salaris. Vraag daarnaast wie er formeel zelfstandig is, want die mensen vallen buiten die regeling en zul je zelf opnieuw moeten contracteren.
Bij een webdesignbureau is dat onderscheid meer dan een juridisch detail. Code die een werknemer in dienstverband schrijft, komt in de regel bij de werkgever terecht. Code van een zelfstandige niet, tenzij dat schriftelijk is geregeld. Vraag dus per project wie het heeft gebouwd en of de rechten zijn overgedragen, ook voor werk dat jaren geleden is opgeleverd.
Ga na hoeveel kennis er bij één persoon zit. Veel bureaus hebben één ontwikkelaar die alle maatwerk kent en die als enige weet hoe de oudere sites in elkaar zitten. Vraag wat er stilvalt als die persoon vertrekt, en of er documentatie is die dat opvangt. Dat antwoord bepaalt hoeveel van de onderhoudsomzet je werkelijk koopt.
En dan de beheeraccounts. Wie staat er als eigenaar bij de hostingpartijen, de domeinregistrar en de betaalproviders van klanten? Bij bureaus staat dat vaak nog op naam van een medewerker, en zo'n los eind valt pas op als die persoon weg is.
Zo vind je een webdesignbureau via Silverfield
Wat voor bureau zoek je, in welke regio, en binnen welke omvang? Komt er een bureau langs dat daarop aansluit, dan hoor je dat van ons en benader je de eigenaar rechtstreeks. Zoek je liever een bedrijf met een eigen product in plaats van klantwerk, kijk dan naar het kopen van een softwarebedrijf.