Van alle accountantskantoren in Nederland hebben er eind 2025 precies 225 een vergunning van de AFM om wettelijke controles uit te voeren. In 2025 kwamen er zestien vergunningen bij en werden er dertien ingetrokken. Dat is de hele markt voor controlepraktijken, en het verklaart waarom een kantoor met zo'n vergunning een ander gesprek is dan een kantoor zonder.
Daaromheen zit een veel grotere groep kantoren die samenstelwerk, fiscale advisering en salarisadministratie doet. Ook die kantoren zijn koopbaar en vaak goed renderend, maar het is een ander bedrijf met een ander risicoprofiel. De eerste vraag bij een overname is daarom niet wat het kost, maar welk type praktijk je precies voor je hebt. Wil je de vergunningplichtige kant helemaal niet, dan gaat het gesprek al snel over de overname van een administratiekantoor: daar bestaat geen beschermde titel en geen wettelijke controleopdracht. De tweede vraag is minstens zo belangrijk, en die krijgt meestal te weinig aandacht: hoeveel van de klanten er over twee jaar nog is.
Eerst de vraag of je dit kantoor mag voortzetten
Accountant is een beschermde titel. Er zijn twee varianten, de registeraccountant met een universitaire opleiding en de accountant-administratieconsulent met een hbo-achtergrond, en beide vragen drie jaar praktijkervaring en inschrijving in het register van de NBA. Ben je zelf geen accountant, dan kun je een kantoor wel overnemen maar alleen voortzetten met bevoegde mensen in dienst.
Bij een kantoor met een Wta-vergunning komt daar een extra laag bij. Zo'n vergunning verhuist niet automatisch mee met de aandelen. De AFM kijkt bij een eigenaarswisseling opnieuw naar de integriteit van het bestuur, naar de beschikbare mensen en middelen en naar de waarborging van onafhankelijkheid, en kan de vergunning intrekken wanneer die basis wegvalt.
Waarom dit vóór de onderhandeling moet
Een controlepraktijk zonder vergunning is geen controlepraktijk meer. Betaal je voor de controleomzet en blijkt daarna dat de vergunning niet kan worden voortgezet, dan koop je een aanzienlijk kleiner bedrijf dan je dacht. Vraag de verkoper hoe hij dit met de toezichthouder heeft afgestemd voordat je een bod uitbrengt.
Kijk waar de omzet vandaan komt
In het mkb-segment van de branche komt ongeveer 65 procent van de omzet uit administratie en het samenstellen van jaarrekeningen. Belastingaangiften en salarisadministratie zijn samen goed voor ruwweg 19 procent, en advisering voor iets meer dan tien. Die verdeling zegt veel over de stabiliteit van het kantoor dat je bekijkt.
Samenstelwerk en salarisadministratie zijn terugkerend: die klanten komen ieder jaar terug en zijn daarmee de voorspelbare basis. Advieswerk levert hogere tarieven op maar is projectmatig, en verdwijnt sneller wanneer de adviseur zelf vertrekt. Een kantoor met veel advieswerk rond één partner is dus kwetsbaarder dan het omzetcijfer suggereert. Draait een praktijk vrijwel volledig op advies, dan lijkt de afweging eerder op die bij een adviesbureau: geen jaarlijkse aangiftecyclus, wel opdrachten die met de adviseur meelopen.
Een uitsplitsing naar dienstsoort én naar klant is dus het minimum, met daarbij welk deel van de omzet contractueel of gewoontegetrouw jaarlijks terugkeert. Bedrijven met stabiele terugkerende inkomsten worden bij een gelijk resultaat hoger gewaardeerd dan bedrijven die elk jaar opnieuw moeten verkopen.
De helft van de klanten is na twee jaar weg
Dit is het cijfer dat de meeste kopers verrast. Uit de praktijk van kantoorovernames blijkt dat gemiddeld ongeveer de helft van de overgenomen klantportefeuille twee jaar later niet meer actief is. Dat is geen incident maar een patroon, en het heeft een simpele oorzaak: de relatie zit bij de accountant, niet bij het kantoor.
Klanten kunnen bovendien makkelijk weg. Een gerechtshof heeft geoordeeld dat een opzegtermijn van hoogstens drie maanden redelijk is in algemene opdrachtvoorwaarden, en zonder contract geldt in de praktijk vaak nog korter. Daar komt bij dat de beroepsgroep de overdracht van een dossier collegiaal regelt: bij een overstap moet de vorige accountant de administratie in beginsel binnen veertien dagen overdragen.
Dat verloop hoort in je bod, en de portefeuille beoordeel je op de punten die het verschil maken. Hoe lang zitten klanten er gemiddeld al? Hoeveel omzet hangt aan de vertrekkende eigenaar persoonlijk? En hoe groot is de grootste klant, want een kantoor waarvan een kwart van de omzet bij één relatie zit, heeft een concentratierisico dat ook je financiering lastiger maakt.
Personeel is schaarser dan klanten
De arbeidsmarkt is op dit moment het grootste probleem van de branche, en dat koop je mee. Bijna zes op de tien kantoren meldt een personeelstekort. Vier op de tien zegt dat het ten koste gaat van de kwaliteit van het werk. Ongeveer een kwart ziet de groei erdoor stilvallen. Een gemiddelde vacature staat een half jaar open.
De aanvoer droogt bovendien op. De instroom in de hbo-opleiding accountancy daalde van bijna 2.400 inschrijvingen in 2017 naar ongeveer 1.250 in 2024, en er wordt op nog eens vijftien procent daling gerekend. Tegelijk vergrijst de beroepsgroep snel: bijna een op de vijf accountants is 65 jaar of ouder, tegenover twaalf procent in 2012.
Voor jou als koper betekent dat twee dingen. Het team dat je overneemt is waardevoller dan de inventaris, dus onderzoek wie er blijft en onder welke voorwaarden. En de loonkosten stijgen: de cao-lonen gingen in 2024 met 6,6 procent omhoog, de sterkste stijging in ruim veertig jaar. Cijfers van vóór die verhoging geven je dus een te gunstig beeld.
Wat de kengetallen je vertellen
De branche publiceert jaarlijks benchmarkcijfers waarmee je een kantoor kunt spiegelen. Een gemiddeld kantoor in het mkb-segment telt ongeveer 6,5 fte en haalde in 2024 rond de 795.000 euro omzet, met een resultaat vóór managementbeloning van ongeveer 288.000 euro. De omzet per fte kwam in 2025 uit op ongeveer 133.000 euro, waarbij de beste twintig procent van de kantoren rond 164.000 euro zit.
Twee getallen zeggen daarbij het meest. De productiviteit ligt gemiddeld rond de 73 procent, met een kopgroep op 84 procent, en het gemiddelde uurtarief ligt rond de 105 euro tegenover 126 euro bij die kopgroep. Zit het kantoor dat je bekijkt structureel onder die niveaus, dan koop je een verbeterpotentieel, maar dan moet je wel weten waaróm het achterblijft.
En dan de tariefontwikkeling. Door het personeelstekort verhogen kantoren hun tarieven al enkele jaren op rij met circa vier à vijf procent. Een praktijk die daar niet in mee is gegaan, heeft een inhaalslag te maken die klanten kan kosten.
De verplichtingen die je erbij krijgt
Accountants werken onder tuchtrecht en onder een set beroepsregels die sinds 2014 gelden: de gedrags- en beroepsregels en de aparte onafhankelijkheidsverordening voor assurance-opdrachten. Daarnaast is een beroepsaansprakelijkheidsverzekering verplicht en geldt er een systeem van permanente educatie, waarbij accountants sinds 2021 een eigen jaarplan met leerdoelen opstellen.
De Wwft weegt in de praktijk het zwaarst. Accountants zijn poortwachter en moeten ongebruikelijke transacties melden, en het toezicht daarop is streng. Er is een boete van 1,3 miljoen euro opgelegd voor het niet melden van een ongebruikelijke transactie, en kleinere overtredingen leverden boetes op tussen ongeveer zevenduizend en vierendertigduizend euro.
De omzet is maar de helft; het dossier is de andere helft. Zijn de cliëntonderzoeken op orde, is er een werkend meldproces, en wat kwam er uit de laatste kwaliteitstoetsing? De AFM constateerde bij 26 van de dertig onderzochte kwaliteitsbeoordelingen onvoldoende diepgang, dus een schone toetsing is geen vanzelfsprekendheid en juist daarom waardevol.
Je biedt mee tegen private equity
De consolidatie in deze branche is hard gegaan. In 2024 ging er in overnames van accountants- en administratiekantoren ruim 1,25 miljard euro om, ruim drie keer zoveel als het jaar ervoor. Van de achtenvijftig transacties kwam bijna de helft van investeringsmaatschappijen, of van partijen met zulke investeerders achter zich.
Dat heeft gevolgen voor jou als individuele koper. Bij grotere kantoren concurreer je met partijen die sneller beslissen en meer kunnen betalen omdat ze schaalvoordeel inrekenen. Bij kleinere praktijken, tot een man of tien, is dat veel minder het geval en zit je vaak tegenover een vertrekkende eigenaar die vooral wil dat zijn klanten en personeel goed terechtkomen. Daar is de gunfactor een reëel onderdeel van de onderhandeling.
Zoek gericht in een markt die zelden adverteert
Accountantskantoren worden zelden openbaar te koop aangeboden. De meeste overdrachten lopen via het netwerk, via de branchevereniging of via een collega die iemand kent. Dat maakt het lastig om te wachten tot er iets voorbijkomt.
Je geeft op waar je zoekt, wat je kunt besteden en welke omvang je aankunt. Nieuw aanbod wordt automatisch met dat profiel vergeleken en bij een passend kantoor stuur je zelf een contactverzoek. Laat de portefeuille, de dossiers en de toezichtsituatie voordat je tekent toetsen door een adviseur die de accountancy kent; dat is precies het onderzoek dat zich hier terugverdient.