De Nederlandse machinebouw zette in 2025 ruwweg zestien miljard euro om met ongeveer zeventigduizend mensen, en ruim tachtig procent daarvan gaat de grens over. Dat exportaandeel is meteen het eerste wat je moet begrijpen, want het bepaalt aan welke regels de machines moeten voldoen en in welke markten je koopt.
De bedrijven zelf zijn vaak kleiner dan die cijfers doen vermoeden. Veel machinebouwers hebben tussen de tien en honderd mensen, waarvan een flink deel op de engineeringafdeling zit. De hal is er om te assembleren, niet om te produceren.
Daardoor koop je hier iets anders dan bij een toeleverancier. Het vermogen zit niet in de machines op de vloer, maar in de tekeningen, de software en de mensen die weten waarom een constructie is zoals hij is. Koop je liever capaciteit dan ontwerpkennis, dan is een productiebedrijf kopen de andere route; daar bepalen het machinepark, de orderportefeuille en de klantvrijgaven wat je overneemt.
Wat voor machinebouwbedrijf koop je?
Het verschil tussen twee machinebouwers kan groter zijn dan tussen twee branches. Een bedrijf dat volledig op klantspecificatie werkt, ontwerpt elke machine opnieuw. Dat levert marge op en het levert risico op, want elke opdracht is een prototype dat op tijd moet werken.
Seriematige machinebouw werkt andersom. Daar staat een bewezen ontwerp dat in beperkte oplage wordt gebouwd, met kortere doorlooptijden en voorspelbaarder marges. De engineeringafdeling is kleiner en de kwetsbaarheid voor één vertrekkende ontwerper ook. Wie liever op vaste lijnen produceert dan machines bouwt, komt uit bij een verpakkingsbedrijf; daar is de bezetting van de lijnen bepalend en niet het ontwerp dat eronder ligt.
De omzet wil je uitgesplitst zien naar nieuwbouwprojecten, service en onderdelen, over drie jaar. Vraag er de gemiddelde projectgrootte en de doorlooptijd bij. Een machinebouwbedrijf dat twee grote projecten per jaar draait, heeft een heel ander risicoprofiel dan een dat er twintig kleine doet.
De Machineverordening verandert het spel per januari 2027
Dit is op dit moment het belangrijkste onderwerp in de branche. De Machineverordening 2023/1230 vervangt de oude Machinerichtlijn en is vanaf 20 januari 2027 van toepassing, zonder overgangsperiode daarna. Elke machine die daarna op de markt komt, moet eraan voldoen.
Er zitten twee wijzigingen in die er voor een koper uit springen. Cybersecurity is geen aanbeveling meer maar onderdeel van de veiligheidseisen, dus een machine met een netwerkverbinding of software moet aantoonbaar bestand zijn tegen misbruik. Daarnaast mogen handleidingen digitaal worden geleverd, mits ze tien jaar beschikbaar blijven en de klant desgewenst papier krijgt.
Wat heeft het bedrijf al gedaan om er klaar voor te zijn? Is de risicobeoordeling herzien, is er nagedacht over de beveiliging van de besturing, en weet men welke lopende ontwerpen na januari 2027 worden opgeleverd? Een bedrijf dat daar nog aan moet beginnen, koopt jij inclusief die rekening.
Let op wat een substantiële wijziging is
De verordening noemt een aanpassing die de fabrikant niet had voorzien en die een nieuw gevaar oplevert een substantiële wijziging. Wie zo een wijziging doorvoert, geldt in feite als de nieuwe fabrikant en moet het hele traject van risicobeoordeling en markering opnieuw doen. Onderhoud en reparatie vallen daar niet onder. Vraag of het bedrijf machines van klanten ombouwt en zo ja, hoe het die grens bewaakt.
Vraag het technisch dossier op, niet alleen de omzet
Per machine hoort er een technisch dossier te liggen met tekeningen, berekeningen, de risicobeoordeling en de conformiteitsverklaring. Dat dossier moet tien jaar bewaard blijven vanaf het moment dat de machine op de markt kwam. Het is bij een overname het eerste wat je zelf zou moeten willen inzien.
Pak er een paar oudere projecten bij en kijk of het dossier compleet is en of latere wijzigingen zijn bijgewerkt. Ontbreekt er documentatie bij machines die nog jaren bij klanten draaien, dan koop je een gat dat je niet meer kunt dichten, want de mensen die het ontwerp bedachten zijn dan vaak al weg.
Kijk in dat licht ook naar aansprakelijkheid. De vernieuwde Europese regels voor productaansprakelijkheid moeten uiterlijk 9 december 2026 in nationaal recht zijn omgezet, en zij brengen software en updates uitdrukkelijk onder dat regime. De aansprakelijkheid loopt in beginsel tien jaar en kan bij later opkomende schade oplopen tot vijfentwintig.
Van wie is de besturingssoftware eigenlijk?
Bij een machinebouwbedrijf overnemen is dit de vraag die het vaakst pas achteraf wordt gesteld. Werk dat door mensen in loondienst is gemaakt, komt volgens de Auteurswet bij de werkgever terecht. Werk van een freelancer niet, want die blijft rechthebbende zolang er niets anders is afgesproken.
Veel machinebouwers laten hun besturing of hun visiesysteem door een vaste externe partij programmeren. Vraag daarom naar de overeenkomsten met die partijen en kijk of de rechten zijn overgedragen of alleen in licentie gegeven. Een licentie die niet overdraagbaar is, eindigt bij een eigendomswisseling.
Loop dezelfde vraag na voor de software waarmee wordt ontworpen en voor bibliotheken die in de besturing zijn gebruikt. Laat de leverancier vooraf bevestigen dat de licenties meegaan. Dit is goedkoop uit te zoeken en duur om over het hoofd te zien.
Onderhanden werk is de lastigste post op de balans
Een machinebouwbedrijf factureert zijn machines in termijnen. Een deel bij opdracht, een deel halverwege en een deel bij oplevering, soms met een bankgarantie als zekerheid. Daardoor staat er altijd werk op de balans dat wel geld heeft gekost en nog niet is betaald.
Per lopend project wil je de aanneemsom, de gemaakte kosten, de gefactureerde termijnen en de verwachte einddatum. Zet daar de oorspronkelijke calculatie naast. Projecten die over hun budget lopen, zie je hier het eerst, en die verliezen komen na de overdracht bij jou terecht.
En dan de acceptatietesten. In deze branche wordt eerst in de eigen fabriek getest en daarna bij de klant ter plaatse, en tussen die twee momenten zit vaak het geld dat nog binnen moet komen. Een project dat de eerste test is gepasseerd, is een heel ander risico dan een dat nog moet worden opgebouwd.
Service en onderdelen zijn meer waard dan projectomzet
Nieuwbouw is grillig en volgt de investeringsbereidheid van klanten. Service, onderdelen en het moderniseren van bestaande machines lopen door, ook in een mager jaar. Die omzet is voorspelbaar en de marge ligt er doorgaans hoger.
Hoeveel machines staan er in het veld, hoe oud zijn ze gemiddeld, en welk deel valt onder een onderhoudsafspraak? Vraag ook of er onderdelen op voorraad liggen voor oudere types. Een geïnstalleerde basis van honderden machines is een inkomstenstroom die je meekoopt.
Kijk daarbij naar de documentatie van oudere machines. Zijn de elektroschema's en onderdelenlijsten op orde, dan kan een monteur vooruit. Zijn ze dat niet, dan kost elke storing bij een klant onnodig veel uren en verlies je die klant uiteindelijk aan iemand die het wel weet.
Bij een machinebouwbedrijf zit de kennis in een paar hoofden
Dit is het risico waarover kopers van een machinebouwbedrijf het meest onderhandelen. Bij veel machinebouwers weet één ontwerper waarom de constructie zo is en kent één programmeur de besturing van binnen en van buiten. Vertrekken die twee, dan is de orderportefeuille opeens veel minder waard.
Het personeelstekort maakt dat scherper. Eind 2025 stonden er in technische beroepen ongeveer drieënhalf keer zoveel vacatures open als er kortdurend werkzoekenden waren, dus je vervangt zo iemand niet even. Vraag daarom naar leeftijden, dienstjaren en wie er binnen vijf jaar met pensioen gaat.
En wat is er vastgelegd? Bestaan er ontwerpstandaarden, een gedocumenteerde codebibliotheek en werkinstructies, of zit alles in de gewoonten van het team? Spreek af dat sleutelpersonen na de overdracht aanblijven, en leg vast wat er gebeurt als dat niet lukt.
Wat een machinebouwbedrijf te koop ongeveer kost
Schattingen uit de overnamemarkt komen voor machinefabrieken uit op ruwweg vier en een half tot vijf en een half keer de genormaliseerde EBITDA. Grotere bedrijven met een winst boven de tien miljoen halen aanzienlijk hogere factoren, maar dat is een andere markt dan waar de meeste kopers zich bevinden.
Wat de factor omhoog brengt is een groot aandeel service, een gespreide klantenkring en een team dat zonder de oprichter functioneert. Wat hem omlaag haalt is een orderboek dat op twee projecten rust, een onduidelijke eigendomssituatie rond software en dossiers die niet compleet zijn.
Laat de genormaliseerde winst en de waardering van het onderhanden werk nakijken door je eigen accountant. Juist bij projectbedrijven bepaalt de manier waarop winst op lopende opdrachten wordt genomen hoe het resultaat eruitziet, en dat verschilt per bedrijf.
Zo vind je een machinebouwbedrijf dat ter overname komt
De omstandigheden zijn gunstig. De maakindustrie trok in 2026 aan, de defensiebestedingen lopen op en de halfgeleiderindustrie vraagt om precisiemachines. Tegelijk verschuift de export: de vraag buiten Europa groeit sneller dan die binnen de Unie, en dat maakt bedrijven met een internationale klantenkring gewild.
In je zoekprofiel staat de markt waarin het bedrijf werkt, het aantal medewerkers, de regio en je budget. Elke aanmelding wordt langs dat profiel gelegd, en past er iets bij, dan vraag je zelf het contact aan.
Wees ook duidelijk over wat je niet zoekt. Wie geen bedrijf wil overnemen dat volledig op klantspecificatie werkt, of juist geen seriebouwer wil, kan dat beter meteen aangeven dan er drie gesprekken aan besteden.