In het eerste kwartaal van 2026 telde het CBS ruim drieduizend bedrijven die textiel maken. Nog een kleine twaalfhonderd waren actief in de veredeling: ze verven stof, bedrukken hem of werken hem af. Met de groothandel en de agenten erbij komt brancheorganisatie Modint op ongeveer veertienduizend ondernemingen. Die maken of verhandelen textiel, kleding of schoenen. Elk van die schakels kan hier te koop komen.
Weven, verven of confectie: drie heel verschillende bedrijven
Een technische weverij maakt banden en doek voor de industrie. Een veredelaar verft en coat de stof die anderen hebben geweven. Een confectiebedrijf stelt bedrijfskleding samen en drukt er het logo van de klant op. Onder het ene woord textiel zitten zo vier of vijf verdienmodellen. Een leverancier van halffabricaten verkoopt aan andere fabrikanten. Een bedrijf met een eigen merk verkoopt aan winkels. Die twee hebben een andere klantenkring en lopen een ander risico. Voor het kopen van een bedrijf in deze sector is de schakel daarom de eerste vraag, nog voor de omzet ter sprake komt. Het antwoord bepaalt welke machines er staan, wie er afneemt en welke regels voor jou gaan gelden.
Wat de machines van een textielbedrijf je vertellen
Weefgetouwen en breimachines gaan lang mee, net als verfstraten en snijtafels. Dat geldt alleen als er onderhoud in is gestopt. Een machinelijst met bouwjaar, laatste revisie en restwaarde laat zien welk deel van het park nog jaren draait. Je ziet er ook aan wat binnenkort aan vervanging toe is. Een goed onderhouden park scheelt je een grote investering juist in de eerste jaren, als je de klanten en de mensen nog leert kennen. Is er tien jaar niets aan gedaan, dan hoort die vervanging in je prijs.
Veel textielbedrijven zitten in een oudere fabriekshal. Het werk vraagt zware vloeren en krachtstroom, en soms staat er een eigen ketelhuis naast. Zo'n pand is lastig te vervangen, en het is ook een van de redenen dat de energierekening hoog uitvalt. Of het pand eigendom is of gehuurd, verandert de koop. Gaat het gebouw mee, dan hoort de akte bij de overname. Bij huur bepaalt de looptijd van het contract hoe lang je zeker bent van de plek waar je machines staan.
Op de stellingen van een textielbedrijf liggen garens en rollen doek. Daarnaast vind je fournituren zoals knopen en ritsen, en halffabricaten die nog verder bewerkt moeten worden. Een deel daarvan ligt er soms al jaren. Voor de koopprijs telt wat je voor die voorraad nog krijgt. Wat er ooit voor betaald is, zegt weinig over een rol doek die al een paar seizoenen stilligt. Met een telling bij de overdracht betaal je alleen voor stof die nog een afnemer heeft.
Waar de marge van textiel naartoe gaat
In de vervaardiging van textiel lag de brutomarge over 2022 rond de 46 procent. Netto bleef daar rond de 8 procent van over. Het gemiddelde bedrijfsresultaat zakte dat jaar van ruim 10 naar iets boven de 8 procent. Het gat tussen bruto en netto zit vrijwel helemaal in energie en arbeid. Die twee posten zijn dus het eerste waar je in de jaarrekeningen naar kijkt. Blijft hun aandeel in de omzet over drie jaar gelijk, dan berekent het textielbedrijf zijn kosten netjes door aan zijn klanten. Dat scheelt je een prijsronde bij klanten die je nog niet kent. Loopt het aandeel op bij gelijke omzet, dan is zo'n ronde het eerste werk na de overname.
Verf- en droogprocessen vragen veel warmte, en daarmee komt de energiebesparingsplicht in beeld. Die plicht begint bij een jaarverbruik van vijfentwintigduizend kubieke meter gas of vijftigduizend kilowattuur stroom. Zit het bedrijf erboven, dan is elke besparing verplicht die zichzelf binnen vijf jaar terugbetaalt. Het jaarverbruik laat zien of de plicht voor dit bedrijf geldt. Ligt er al een onderzoek naar die maatregelen, dan staan de investeringen voor de komende jaren voor je op papier.
De afnemers achter de orders
De orderportefeuille is het belangrijkste stuk dat je krijgt. Je leest erin wat er nog geleverd moet worden. Je ziet ook hoe lang klanten al terugkomen en met welke tussenpozen ze bestellen. Vijf afnemers die elk vijftien jaar meelopen, maken een ander bedrijf dan vijftig klanten die per project shoppen. De eerste soort geeft rust in de planning, maar het werk hangt dan aan een paar namen. Hoe de omzet per klant zich over drie jaar ontwikkelde, komt in het gesprek met de verkoper vanzelf aan bod. Daaraan zie je of een grote afnemer groeit of langzaam minder bestelt.
In de branche heet de kleinste bestelling die een bedrijf aanneemt de MOQ, de minimale afnamehoeveelheid. Die bepaalt of kleine series rendabel te draaien zijn. Een textielbedrijf dat lage aantallen aankan, komt binnen bij opdrachtgevers die dichtbij willen laten maken en snel bijbestellen, een hoek waar de vraag de laatste jaren groeit.
In de maakindustrie komt het voor dat een opdrachtgever het patroon, de matrijs of het gereedschap zelf in eigendom heeft. Zulke afspraken staan niet in de jaarrekening. Toch bepalen ze of een klant morgen met zijn werk kan vertrekken. Een afnemer die zijn eigen patronen meeneemt naar een concurrent, zit losser aan het bedrijf vast dan zijn ordervolume doet vermoeden.
Recycling en het productpaspoort komen erbij
Sinds 1 juli 2023 geldt in Nederland een uitgebreide producentenverantwoordelijkheid voor textiel. Wie kleding of huishoudtextiel op de markt brengt, draait op voor de inzameling en verwerking ervan. Bedrijfskleding valt er ook onder, en dat raakt elk confectiebedrijf dat werkkleding levert. De doelen lopen op. Over 2025 moest de helft van het textiel worden hergebruikt of gerecycled, en een deel daarvan in Nederland. Vanaf augustus 2026 rapporteren producenten daar jaarlijks over aan Rijkswaterstaat. Een uitvoeringsorganisatie regelt de inzameling en verwerking namens de producenten die bij haar zijn aangesloten. Bij welke organisatie het bedrijf zit en wat de afdracht per kilo kost, hoort bij de vaste lasten die je overneemt. Voor schoenen komt er waarschijnlijk vanaf 2027 een vergelijkbare regeling.
De Europese ecodesignverordening is gepubliceerd, met regels voor duurzaam productontwerp. In juli 2026 opende de Europese Commissie het register voor het digitale productpaspoort. Dat is per product een digitaal dossier met herkomst en samenstelling. Textiel is naar verwachting rond 2028 aan de beurt. Een fabrikant moet dan per product kunnen aantonen waar het materiaal vandaan komt. Heeft het bedrijf zijn leveranciersketen nu al vastgelegd, dan heb je daar straks minder werk aan dan een concurrent die nog moet beginnen.
De vakmensen van een textielbedrijf
Wie de onderneming als geheel overneemt, wordt de werkgever van iedereen die er nu in dienst is. In een textielbedrijf is dat de kern van de koop. Weefgetouwen en snijtafels levert elke machinehandelaar. Mensen die een confectielijn instellen en weten hoe een partij garen zich gedraagt, staan in geen enkele catalogus. Hoeveel jaar ervaring een medewerker heeft en aan welke machines hij staat, zegt meer dan zijn functietitel. Leeftijd telt hier ook, want vakkennis zit soms bij mensen die tegen hun pensioen aanlopen. Wordt er al iemand opgeleid, dan koop je die kennis voor langere tijd.
Bij maatwerk en kleine series wordt de marge gemaakt in de calculatie en de werkvoorbereiding. Wie de offertes maakt en wie de verfrecepten uitrekent, bepaalt of een order geld oplevert. Zit dat bij twee of drie mensen en niet in een handboek, dan weet je waar het risico ligt. Kennen meer mensen de recepten en de calculatie, dan draait het werk door als er iemand een maand weg is. Hun namen horen daarom in het eerste gesprek met de verkoper thuis, net zo goed als de machines.
Mogelijk valt het personeel onder de cao voor mode, interieur, tapijt en textiel. Die cao kende per oktober 2025 een loonsverhoging van gemiddeld ruim drie procent. Per april 2026 kwam daar bijna twee procent bij. Met die stappen per functie in je begroting weet je wat de loonkosten doen na de overdracht. Dat wil je weten voordat je over een prijs praat, want bij een overname in deze branche is loon naast energie de grootste kostenpost.
Hoe de koopsom van een textielbedrijf tot stand komt
In het mkb wordt voor de waardering gerekend met een factor op de bedrijfswinst. Voor productiebedrijven is dat grofweg vijf tot zes keer de genormaliseerde EBITDA. Dat is de winst vóór rente, belasting en afschrijving, ontdaan van eenmalige posten. Hangt een groot deel van de omzet aan een handvol klanten, dan gaat die factor omlaag. Een brede klantenkring houdt de factor hoog. Een textielbedrijf met vijf trouwe afnemers koop je daardoor voor minder dan de winst doet denken. Van het eerste gesprek tot de overdracht duurt het traject meestal zes tot twaalf maanden.
Werkt het textielbedrijf met uitzendkrachten of onderaannemers, dan gaat de aansprakelijkheid voor hun afdrachten met de koop mee. Een deel van de loonkosten hoort daarom op een geblokkeerde rekening te staan. Zijn die stortingen keurig gedaan, dan neem je geen oude afdrachten van een ander mee. Met je eigen accountant loop je die rekening na voordat je tekent.
Een textielbedrijf vinden in jouw hoek van de markt
Wie een textielbedrijf overnemen wil, hoeft het aanbod niet elke week zelf door te lopen. In een zoekprofiel leg je vast dat je textiel zoekt en in welke regio. Elke aanmelding gaat eerst langs een van ons voordat een koper haar ziet. Komt er daarna een textielbedrijf te koop dat bij je profiel aansluit, dan sturen we je een melding. Na het inloggen lees je wat de verkoper over zijn bedrijf schreef. Wie breder kijkt dan textiel, overweegt ook het kopen van een productiebedrijf. De vragen over machines, orders en vakmensen zijn daar grotendeels dezelfde.
De eigenaar die zijn textielbedrijf verkoopt, ziet wie er contact zoekt en besluit dan of hij het gesprek aangaat. Stemt hij in, dan spreek je hem rechtstreeks. In dat gesprek hoor je in welke schakel het bedrijf zijn geld verdient. Je hoort ook wie de verfrecepten kent en welke afnemers al vijftien jaar bestellen.