Begin 2026 telde de Nederlandse industrie ruim 87.400 bedrijven, van een eenmanszaak met één draaibank tot fabrieken met honderden mensen in dienst. Samen leveren ze ongeveer twaalf procent van de toegevoegde waarde van het land en bijna 780.000 banen. Onder die totalen groeide de machinebouw in 2024 met 23,5 procent, terwijl de makers van transportmiddelen in datzelfde jaar bijna 23 procent inleverden. De chemie kromp licht.
Wie een productiebedrijf overnemen wil, kijkt daarom eerst naar de markt waar de afnemers in zitten. In welke stroom een fabriek meedraait, bepaalt wat je eigenlijk koopt. Levert ze aan een groeiende markt, dan neem je een gevuld orderboek over. Zit ze in een krimpende stroom, dan koop je een bedrijf dat nieuwe afnemers moet vinden. Dat verschil lees je niet af aan de omzet van vorig jaar, maar wel aan de orders die na de overdracht binnenkomen.
Eigen product of toelevering bij een productiebedrijf
Een bedrijf met een eigen product bepaalt zelf zijn prijs, zijn ontwikkeling en zijn merk. Het draagt ook het risico als de markt draait. Een toeleverancier maakt wat een ander tekent, tegen een prijs die grotendeels van buiten komt. Bij een eigen product zit de waarde in het ontwerp en de klanten, soms ook in octrooien. Bij toelevering zit ze in de bewerking die het bedrijf beheerst en de certificaten die het voert. Daar komt de plek bij die het inneemt in de keten van de afnemer.
Splits je de omzet van drie jaar naar eigen product en uitbesteed werk, dan zie je per stroom de brutomarge. Minstens zo veelzeggend is de vraag van wie de tekeningen zijn. Werkt het bedrijf alleen op tekeningen van anderen, dan koop je capaciteit en geen product. Bouwt het complete machines op maat, dan beoordeel je het eerder als een machinebouwbedrijf. Daar zit het risico in het onderhanden werk en in de besturingssoftware. Voor een fabriek die stof of kleding maakt, gelden bij het kopen van een textielbedrijf ook regels rond hergebruik en recycling.
Wat de balans niet over de machines zegt
Op de balans staan machines tegen aanschafwaarde min afschrijving. De Belastingdienst staat maximaal twintig procent afschrijving per jaar toe. Een machine kan daardoor na vijf jaar op nul staan, terwijl hij nog vijftien jaar meegaat. Het omgekeerde komt ook voor. Een bijna nieuwe machine kan al niet meer wat de markt vraagt. Per machine vertellen het bouwjaar, het merk en de draaiuren hoeveel leven er nog in zit. Het laatste onderhoud en de vraag of hij gekocht of geleased is, maken dat beeld af. Met de vervangingswaarde ernaast zie je wat er de komende vijf jaar geïnvesteerd moet worden.
Bij elke machine hoort een technisch dossier met een verklaring dat hij aan de Europese eisen voldoet. Heeft het productiebedrijf zelf machines samengebouwd of flink verbouwd, dan ligt die plicht bij het bedrijf zelf. Ligt het dossier er compleet bij, dan koop je dat werk mee en hoef je het na de overname niet zelf op te stellen.
Nieuwe regels voor machines vanaf 20 januari 2027
Op 20 januari 2027 vervangt de Europese Machineverordening 2023/1230 de oude Machinerichtlijn. Daar ging een overgang van 42 maanden aan vooraf. Software en zelflerende functies tellen dan mee als veiligheidsaspect, en digitale beveiliging ook. De eisen aan de technische documentatie worden zwaarder. Heeft een bedrijf dat zelf machines bouwt of verbouwt zijn documentatie al op die eisen ingericht, dan hoef jij dat na de koop niet meer te doen.
Wat het orderboek vertelt
In de maakindustrie zegt de omzet van vorig jaar weinig over volgend jaar. Het orderboek zegt meer. In het vierde kwartaal van 2025 lag de binnenlandse orderpositie in de mkb-maakindustrie negen procent hoger. De buitenlandse orders liepen in dat kwartaal met elf procent terug, en de exportverwachting bleef op min acht. In de orderportefeuille per klant staan leverdatum en marge naast elkaar. Een deel van de orders kan onder een raamcontract vallen. Daarin liggen de prijzen vast en roept de klant per keer af. De rest zijn losse opdrachten.
Het eerlijkste cijfer dat een productiebedrijf over zichzelf heeft, is de nacalculatie. Die legt naast elkaar wat een order vooraf was berekend en wat hij werkelijk kostte. Daaraan zie je hoe goed de fabriek haar eigen werk kent. Naast de nacalculatie staat het onderhanden werk, de orders die half af in de hal staan. Een grote stapel daarvan betekent lange doorlooptijden en geld dat stilstaat.
Klantvrijgaven en certificaten van een productiebedrijf
In de auto-industrie en delen van de machinebouw keurt een afnemer elk onderdeel apart goed voordat hij het afneemt. Dat heet een vrijgave. Het dossier hangt aan de leverancier en aan de locatie. Het gaat niet vanzelf mee naar een nieuwe eigenaar. Afnemers willen weten wie er overneemt en of het proces gelijk blijft. Ze willen ook weten of de kwaliteitsmensen blijven. Bij een eigenaarswissel kan per grote klant een meldplicht of een goedkeuringsplicht gelden. Is per klant bekend wat er geldt, dan ligt bij de overdracht al vast welke afnemers je als eerste spreekt.
Onder de vrijgaven liggen de certificaten. In veel ketens geldt ISO 9001 als ondergrens. Voor toelevering aan autofabrikanten is IATF 16949 een harde eis. Zo'n systeem opbouwen kost twaalf tot achttien maanden, en die tijd koop je mee als het certificaat er al is. Bij een voedingsmiddelenbedrijf wegen de papieren nog zwaarder. Daar vervalt bij een eigenaarswissel de erkenning van de toezichthouder, en die nieuwe erkenning hoort dus in de planning van je eerste maanden.
Cao en pensioenfonds
Welke cao geldt in een productiebedrijf, hangt af van het werk op de vloer. De cao Metaal en Techniek dekt ongeveer 340.000 werknemers en loopt van februari 2026 tot en met januari 2028. Per maart 2026 kwam er drie procent bij. Vanaf maart 2027 volgt 115 euro per maand, met in november een eenmalige uitkering van 132 euro bruto. Voor je begroting van de eerste jaren liggen die stappen daarmee al vast.
De grotere metaal- en elektrotechnische industrie valt onder de cao Metalektro, die over heel 2026 loopt. Per januari 2026 kwam er twee procent plus 43 euro per maand bij. In 2025 waren dat al 3,25 procent in januari en drie procent in juni. Kunststof, rubber en lijm hebben een eigen cao. Die gaf 2,6 procent per januari 2025 en drie procent per september 2025. Ook het bedrijfstakpensioenfonds hoort bij de loonkosten. Het fonds voor metaal en techniek telt alleen al ruim 34.000 bedrijven en meer dan 400.000 deelnemers.
Vakmensen en robots
Een machine koop je, een verspaner niet. Van de maakbedrijven heeft 62 procent openstaande vacatures, gemiddeld vijf voltijdsplaatsen per bedrijf. In juli 2025 stonden er in de industrie ruim 30.500 vacatures open. Een ploeg die na de overname blijft, is daardoor veel waard. Wat die ploeg waard is, lees je af aan haar leeftijd en aan hoe lang de mensen er werken. Nog meer zegt de vraag wie welke bewerking beheerst. Kunnen meerdere mensen elke machine instellen, dan draait de fabriek door als er iemand met pensioen gaat. Hangt een machine in het productiebedrijf aan twee mensen van boven de zestig, dan is dat een risico dat op geen balans staat. Automatisering helpt tegen die krapte. Met ongeveer 264 robots per tienduizend werknemers staat Nederland rond de twaalfde plek op de wereldlijst. Een productiebedrijf dat al robots inzet, heeft minder last van het tekort dat de rest van de branche afremt.
Stroom, energie en bodem onder een productiebedrijf
Een zwaardere stroomaansluiting krijg je niet zomaar. In het najaar van 2025 stonden er ongeveer 14.000 aanvragen voor een nieuwe of zwaardere aansluiting in de wachtrij. Sinds 1 juli 2026 komen kleinere aansluitingen op dezelfde lijst als de grote industrie. Het vermogen dat er nu ligt, hoort daardoor bij de eerste dingen die je van een fabriek wilt weten. Is het genoeg voor wat jij er wilt maken, dan hoef je niet achter in die rij aan te sluiten.
Verbruikt het productiebedrijf meer dan 50.000 kilowattuur stroom of 25.000 kubieke meter gas per jaar, dan geldt de energiebesparingsplicht. Maatregelen die zich binnen vijf jaar terugverdienen, zijn dan verplicht. Elke vier jaar rapporteert het bedrijf daarover aan de RVO. Sinds de Omgevingswet in 2024 inging, hangt de vergunningplicht aan de milieubelastende activiteit en niet aan het bedrijf als geheel. Op een industrieterrein hoort er altijd een bodemonderzoek bij de koop, zodat een sanering niet later op jouw rekening komt.
Hoe de prijs van een fabriek tot stand komt
In de overnamemarkt wordt een productiebedrijf te koop geschat op ruwweg 4,6 tot 5,5 keer de EBITDA. Voor die EBITDA trek je rente, belasting en afschrijving nog niet van de winst af. Een nichepositie, moderne machines en de juiste certificaten brengen de prijs naar de bovenkant. Hangt het bedrijf sterk aan de eigenaar of aan één klant, dan komt de prijs eronder uit. Voorraad, onderhanden werk en openstaande facturen worden apart afgerekend en heten samen het werkkapitaal. Daarvoor spreken koper en verkoper een normaal niveau af. Machines in lease of financiering gaan niet vanzelf schuldenvrij mee. Met een doorrekening van je eigen accountant van koopsom, investeringsbudget en machinepark weet je vóór het tekenen of de financiering sluit.
Hoe een fabriek bij een koper terechtkomt
Een fabrikant die stopt, praat meestal eerst met zijn grootste klant. Daarna volgen een collega met dezelfde bewerking of iemand uit zijn eigen ploeg. Pas als dat niets oplevert, zoekt hij verder. Op dat moment kan zijn productiebedrijf ter overname hier in het aanbod verschijnen, nadat wij de aanmelding hebben nagelezen. Met een zoekprofiel voor de branche en de regio die je zoekt, krijg je daar bericht van. Het aanbod bekijk je na het inloggen met een code per e-mail. Spreekt een fabriek je aan, dan vraag je via ons contact aan. De eigenaar leest wie je bent voordat hij antwoordt, en daarna praten jullie rechtstreeks met elkaar.
Weet je vooraf dat je geen zware milieuvergunning wilt of niet meer dan vijftig mensen onder je? Dan kies je meteen de fabrieken die bij je passen, en gesprekken die nergens heen gaan blijven je bespaard. Houtbewerking vraagt een eigen blik. Bij de aankoop van een houtbewerkingsbedrijf bepalen de houtvoorraad en de afzuiging een groot deel van het beeld. Ken je de bewerking zelf, dan zie je bij het kopen van een bedrijf in de maakindustrie sneller of een machine, een order of een vakman klopt met wat de verkoper vertelt.