S Silverfield

Voor kopers van een reparatiebedrijf

Reparatiebedrijf te koop: neem een zaak over waar het werk al binnenkomt

Bij ons zet een reparateur die stopt zijn eigen reparatiebedrijf te koop, en jij koopt het zonder tussenpersoon. Zo'n zaak draait op garantiewerk voor fabrikanten, op particulieren die zelf bellen of op vaste opdrachtgevers als verzekeraars.

Zoek een reparatiebedrijf

Je logt in met een code per e-mail, zonder wachtwoord.

De opdrachtgevers

Garantiewerk voor fabrikanten is stabiel, particulieren leveren meer marge per klus op.

De onderdelen

Wat langer dan twee jaar op de plank ligt, telt nauwelijks mee in de prijs.

De monteurs

De opleiding voor garantiewerk en de certificaten staan op naam van de technicus, niet van de zaak.

De Europese richtlijn voor het recht op reparatie had 31 juli 2026 als ingangsdatum. Nederland zet haar om in eigen wetgeving. Fabrikanten moeten voor een reeks productgroepen onderdelen en reparatie-informatie leveren, tot zeven of tien jaar na verkoop. Daarmee verdwijnt een drempel waar onafhankelijke reparateurs jaren tegenaan liepen. Over de zaak die jij bekijkt, zegt die nieuwe regel nog weinig. Het ene reparatiebedrijf leeft van garantiewerk voor fabrikanten. Het andere draait op particulieren die zelf bellen. Een derde werkt op contract voor woningcorporaties of verzekeraars. Elk van die drie heeft een eigen marge en een eigen risico, en daarmee ook een eigen waarde.

Waar het werk van een reparatiebedrijf vandaan komt

Werkt de zaak voor fabrikanten of importeurs, dan ligt er een overeenkomst met een tarief per soort reparatie. Daarin staan ook eisen aan de doorlooptijd. Dat werk is stabiel, en de prijs per klus ligt vast. Een relatie die al jaren loopt, is dan een sterk bezit. Dat geldt zeker als het contract bij een eigenaarswissel meegaat zonder nieuwe goedkeuring van de fabrikant. Eén opzegging kan wel een kwart van de omzet kosten. Hangt er niet meer dan een kwart van de omzet aan één opdrachtgever, dan neem je een klantenkring over en niet één enkele relatie.

Bij particulieren ligt het omgekeerd. Er is geen contract, maar de marge per klus ligt hoger. Die klanten komen via aanbevelingen en via internet. Een reparatiebedrijf dat goed vindbaar is en veel beoordelingen heeft, trekt klanten die een ander niet eens ziet. Het aantal aanvragen per maand zegt daarbij iets over de vraag. Meer zegt het deel van die aanvragen dat werkelijk een opdracht wordt. Samen met het kanaal waarlangs ze binnenkomen, laat dat zien hoe sterk de stroom nieuwe klanten is die je overneemt.

Servicecontracten met een vast bedrag per jaar zijn in dit vak schaars. Juist daarom betaalt een koper er het meest voor. Het is omzet die elk jaar terugkomt, zonder dat er eerst iets kapot hoeft te gaan. Elk contract dat meegaat, ligt al vast voordat je als nieuwe eigenaar voor het eerst de werkplaats opent. Hoe meer van die contracten, hoe minder de zaak afhangt van de telefoon die wel of niet gaat.

Onderdelen die stilliggen

Een reparateur houdt onderdelen op voorraad om snel te kunnen leveren, en juist die voorraad veroudert. Een pomp voor een model dat al tien jaar niet meer verkocht wordt, staat op de balans maar gaat nooit meer de deur uit. Wat langer dan twee jaar stilligt, telt tegen een lagere waarde mee of helemaal niet. Een lijst met per onderdeel de inkoopdatum en het gebruik van vorig jaar laat meteen zien welk deel van de voorraad nog leeft. Schoont de verkoper die lijst zelf op voordat je biedt, dan onderhandel je alleen nog over onderdelen die ook echt verkocht worden. De marge op onderdelen is een groot deel van de winst, en die marge begint bij de inkoop. Of de zaak rechtstreeks bij de fabrikant koopt, via een groothandel of bij andere leveranciers, zie je terug in wat elk onderdeel oplevert.

Tarief, btw en marge per klus

De omzet van een reparatiebedrijf bestaat uit drie delen: arbeid, onderdelen en voorrijkosten. Voor witgoed aan huis rekent men enkele tientjes voorrijkosten. Soms zitten die in een starttarief waarin het eerste kwartier al is inbegrepen. Haal je van die drie samen de kosten af, dan zie je wat er per klus gemiddeld overblijft. Net zo veelzeggend is hoe vaak een reparatie binnen drie maanden terugkomt met dezelfde klacht.

De btw verschilt per soort reparatie. Op reparatie van witgoed en elektronica geldt 21 procent. Het verlaagde tarief van negen procent geldt voor reparaties aan fietsen, schoenen en kleding. Bij een fietsenwinkel valt de werkplaats daardoor gunstiger uit dan bij een zaak die wasmachines repareert. Dan is er nog de klant die na de diagnose toch een nieuw apparaat koopt. Kiest een groot deel van de klanten voor vervanging, dan verdient de zaak vooral aan voorrijkosten en weinig aan reparaties. Dat verdienmodel is dunner dan het op papier lijkt.

Het recht op reparatie in de praktijk

Onder de nieuwe regels moeten fabrikanten onderdelen, gereedschap en reparatie-informatie tegen redelijke voorwaarden leveren aan onafhankelijke reparateurs. Voor een aantal productgroepen geldt dat tot zeven of tien jaar na de laatste verkoop. Voor een koper opent dat werk dat tot nu toe alleen bij de merkservice terechtkwam. Het brengt ook een verwachting mee, want consumenten kennen die regels en rekenen erop dat hun reparateur ze ook kent. Hoe ver deze zaak daarin is, zie je aan de accounts bij de onderdelenportalen van fabrikanten. Ook het gereedschap dat al is aangeschaft en de bijscholing van de monteurs vertellen het. Staat dat er al, dan neem je dat nieuwe werk vanaf de eerste dag aan en betaal je die voorbereiding niet zelf.

Monteurs en hun kennis

Bij een overname van de onderneming gaan de arbeidscontracten van de monteurs mee, met hun opgebouwde rechten. Bij een reparatiebedrijf is dat de kern van de koop. Je koopt de uren van mensen die weten hoe apparaten in elkaar zitten en waar ze kapotgaan. In de techniek is het tekort aan mensen structureel. Twee monteurs met dertig jaar ervaring brengen dus kennis mee die je met geen vacature binnenhaalt.

Veel van die kennis staat op naam. Fabrikanten koppelen hun garantiewerk aan opgeleide technici, en die opleiding hoort bij een persoon. Hetzelfde geldt voor certificaten in koeltechniek of elektrische veiligheid. Vertrekt die monteur, dan gaat dat werk met hem mee. Wie welke merken beheerst, laat zien welk garantiewerk er met het team meekomt. Een dossier met storingsbeelden en onderdeelnummers houdt de kennis juist in de zaak. Draait er software voor planning en facturatie die meegaat, dan neem je ook de werkwijze over. De loonkosten lopen mee met de cao in de techniek, die loonsverhogingen voor 2026 en 2027 kent.

Servicebus, zones en werkplaats

Werkt het reparatiebedrijf bij klanten thuis, dan is de bus het bedrijf. Zo'n bus staat vol laden, gereedschap en onderdelen, en die inrichting heeft ook waarde. Vervanging kost al snel tienduizenden euro's per bus. De leeftijd van de hele vloot telt daarom zwaar mee, net als het bouwjaar, de kilometerstand en het onderhoud per voertuig. In tientallen steden gelden inmiddels zero-emissiezones voor bestelbussen. Een elektrische bus in de vloot houdt de binnenstad bereikbaar. Een dieselbus die daar niet meer in mag, moet binnen een paar jaar vervangen worden.

Een werkplaats heeft ruimte nodig voor apparaten die op onderdelen wachten, en een stroomaansluiting die zwaar genoeg is. Parkeerplek vlak bij de deur hoort daar ook bij, voor klanten die hun wasmachine komen brengen. Dan is er het afval, van afgedankte apparaten tot oude onderdelen. Wie dat ophaalt en wat het per jaar kost, hoort bij de vaste lasten die je overneemt.

De prijs van een reparatiebedrijf: bussen, voorraad en goodwill

Het tastbare deel van de prijs zit vooral in de bussen, het gereedschap en de onderdelen. Die onderdelen tel je kritisch, want ook stilliggende voorraad staat op de balans. De goodwill hangt aan de omzet die na de overdracht doorloopt. Contracten met fabrikanten tellen daarin mee, net als servicecontracten en monteurs die blijven. Hoe meer van die omzet los van de eigenaar aan de werkbank draait, hoe meer goodwill er na zijn vertrek blijft staan.

Loopt de werkbank vol en wachten klanten langer op hun reparatie, dan ligt er al meer werk dan de zaak nu aankan. Die groei kun je pakken met extra monteurs. Een nieuwe monteur heeft maanden nodig voordat hij zelfstandig de lastigere storingen oplost, en in die tijd kost hij meer dan hij oplevert. Met die inwerktijd in je begroting is de groei geen verrassing. Een accountant die de cijfers en contracten nakijkt, let bij een reparatiebedrijf vooral op twee punten. Het eerste is de waardering van de onderdelen. Het tweede zijn de garantieverplichtingen, zodat je vooraf weet welke nazorg op eerdere reparaties na de overdracht bij jou terechtkomt.

Waarom een reparatiebedrijf zelden openbaar te koop staat

De eigenaar van een reparatiebedrijf staat meestal zelf aan de werkbank en kent de andere reparateurs in zijn regio. Een zaak kan daardoor van eigenaar wisselen zonder dat ze ooit ergens openbaar stond. Wie bij ons branche en regio vastlegt, krijgt een melding zodra er een passend reparatiebedrijf te koop komt. Je contactverzoek gaat naar de reparateur zelf. Hij kijkt wie er belt voordat hij zijn werkplaats laat zien. Daarna praat je rechtstreeks over zijn opdrachtgevers, zijn voorraad en zijn monteurs.

Het helpt om vooraf te weten welke apparaten je wilt repareren, en waar. Witgoed aan huis, elektronica in een werkplaats en telefoons in een winkelstraat zijn drie verschillende bedrijven. Verkoopt de zaak ook apparaten, dan lijkt ze meer op het kopen van een elektronicawinkel. Daar zijn voorraad en marge de hoofdzaak. Bij het kopen van een bedrijf in de reparatie zit de waarde vooral in de monteurs en de merken die ze beheersen.

Een werkbank vol apparaten die morgen weer moeten draaien

Wasmachines, laptops of telefoons: welke apparaten een zaak repareert, beschrijft de verkoper zelf. Jij kiest branche en regio en krijgt bericht zodra er een reparatiebedrijf bij komt.

Meer bedrijven kopen binnen Overige dienstverlening