Nederland telt ruim negenduizend garagebedrijven, en het overgrote deel daarvan verdient zijn geld niet met de verkoop van auto's maar met het repareren ervan. Dat is een wezenlijk ander bedrijf, met andere risico's en een andere manier om de prijs te beoordelen.
Waar een handelaar voorraad omzet, verkoopt een werkplaats uren. Je capaciteit is het aantal monteurs maal het aantal uren dat ze werkelijk aan een auto besteden, en meer dan dat kun je op geen enkele manier omzetten. Alles wat je koopt draait daarom om drie vragen: hoeveel uren kan dit bedrijf maken, tegen welk tarief verkoopt het die, en blijven de klanten komen.
Daaronder ligt nog een vierde vraag, en die wordt het vaakst overgeslagen. Een autogarage draait op erkenningen die de RDW verstrekt, en die zijn niet vanzelfsprekend.
Een autogarage verkoopt uren, en die zijn eindig
Het uurtarief is je eerste vraag, en daarna wat er werkelijk wordt gefactureerd. Universele garages rekenen doorgaans tussen de 85 en 125 euro per uur exclusief btw, terwijl merkdealers eerder tussen de 115 en 145 euro zitten. Het verschil is de ruimte waarmee een universele werkplaats klanten wegtrekt bij de dealer, en het is ook de reden dat je marge dunner is.
Daarnaast telt hoeveel uren een monteur daadwerkelijk aan een auto besteedt. Van de ongeveer 1.744 uren die iemand op jaarbasis beschikbaar is, gaat er tijd af aan ziekte, scholing en verlof, waardoor er in technische beroepen gemiddeld rond de 1.536 productieve uren overblijven. Reken dat door: één monteur minder productief laten draaien kost je bij een tarief van honderd euro al gauw tienduizenden euro's per jaar.
Een uitdraai uit het werkplaatssysteem zegt je meer dan een omzetcijfer. Kijk naar de verhouding tussen de uren die op de werkorders staan en de uren die er zijn betaald, naar de doorlooptijd per auto en naar de bezetting per week. Een autogarage die op papier goed draait maar de helft van haar hefbruggen leeg heeft staan, verkoopt je vooral toekomstplannen.
De APK-erkenning is de vergunning waar alles op rust
In 2024 werden er in Nederland ruim acht miljoen APK-keuringen uitgevoerd, tegen 7,6 miljoen in 2021. Voor een werkplaats is die keuring geen product maar een afspraak die vanzelf terugkomt. Een benzineauto moet na vier jaar voor het eerst, daarna elke twee jaar en vanaf acht jaar jaarlijks. Een diesel begint na drie jaar en komt daarna ieder jaar terug. Wie de keuring doet, ziet de gebreken het eerst en krijgt de reparatie er meestal bij.
Daarvoor is een erkenning van de RDW nodig, en die stelt eisen aan de ruimte zelf. De keuringsplek moet overdekt en afsluitbaar zijn en een vlakke vloer hebben. Er is gemiddeld minstens 300 lux verlichting nodig en een verwarming die ook met de deuren open tien graden haalt. Er moet een geschikte hefinrichting of inspectieput met verlichting zijn, en een aparte administratieruimte.
De keurmeester is een tweede voorwaarde. Die heeft een geldig APK-diploma nodig en moet elke twee jaar een competentietoets afleggen. Sinds 1 januari 2026 werkt de RDW bovendien met een vernieuwd erkenningenstelsel, waarbij bedrijven een basiserkenning hebben met daarbovenop hun specifieke erkenningen, en waarbij inloggen met een pasnummer en pincode is vervangen door meervoudige verificatie. Controleer of alles op naam van het bedrijf staat en of de keurmeester meegaat, want zonder keurmeester ligt de keuringsomzet stil.
Reken op steekproefcontroles
De RDW controleert sinds 1 januari 2026 een steekproef van 2,7 procent van alle APK-keuringen. Bij zo'n controle moet de inspecteur binnen een kwartier kunnen beginnen en mag er negentig minuten lang niet aan het voertuig worden gewerkt. Gaat het structureel mis, dan volgt bij zwaardere overtredingen een schorsing van zes maanden. Wordt die niet hersteld, dan kan de erkenning voor onbepaalde tijd worden ingetrokken. Vraag naar het toezichtsdossier van de afgelopen jaren.
Hangt de klantenkring aan de autogarage of aan de eigenaar?
Bij een autogarage is dit de vraag die de goodwill bepaalt. Autobezitters blijven vaak jarenlang bij dezelfde werkplaats, niet omdat ze de tarieven hebben vergeleken maar omdat ze de monteur vertrouwen. Vertrekt die monteur, dan vertrekt een deel van de klantenkring mee, en dat merk je pas een jaar later.
Het werkplaatssysteem geeft je het beste antwoord. Vraag hoeveel unieke kentekens er de afgelopen drie jaar zijn langsgekomen, hoeveel daarvan meer dan één keer terugkwamen en hoeveel er een APK-vervaldatum in het systeem hebben staan. Dat laatste is de motor van de instroom: een autogarage die haar klanten actief herinnert aan de keuring, plant haar eigen werk in.
De samenstelling is het volgende punt. Een bedrijf met veel leaseauto's of een contract met een wagenparkbeheerder heeft voorspelbaar werk maar lagere tarieven en het risico dat één contract wegvalt. Een bedrijf dat het van particulieren moet hebben, heeft betere marges en een grilliger agenda. Landelijk daalde het aantal onderhoudsmomenten in 2024 licht, met 1,6 procent, terwijl de opbrengst per bezoek juist steeg; dat patroon zou je in de cijfers van dit bedrijf terug moeten zien. Werkt de zaak vooral schades weg in plaats van onderhoud, dan koop je geen klantenkring maar een instroomkanaal, en dat is de kern van de overname van een autoschadebedrijf.
Elektrificatie snijdt in de omzet per auto
Dit is de belangrijkste ontwikkeling voor de waarde van een werkplaats, en hij werkt langzaam maar in één richting. Een onderhoudsbeurt aan een elektrische auto kost gemiddeld rond de 193 euro, tegenover ongeveer 317 euro bij benzine of diesel. Geen olie, geen filters, minder bewegende delen. Voor de eigenaar van de auto is dat winst; voor jou is het minder omzet per klant.
Het aandeel elektrisch in het Nederlandse wagenpark lag in 2025 rond de tien procent, terwijl inmiddels meer dan veertig procent van de nieuwverkopen volledig elektrisch is. Richting 2028 wordt een aandeel van vijftien tot twintig procent verwacht. Wat er nu nieuw wordt verkocht, komt over vijf jaar bij een universele werkplaats binnen, en dat is precies de horizon waarop jij dit bedrijf terugverdient.
Wat is er al voorbereid? Aan een hoogspanningssysteem mag alleen iemand werken die is opgeleid volgens de norm voor veilig werken aan elektrische voertuigen. Die norm kent twee niveaus: iemand die het systeem spanningsvrij mag maken, en iemand die er daadwerkelijk aan mag sleutelen. Die opleiding is in een dag te halen; het gereedschap, de isolatiemiddelen en de ruimte om een accu veilig te kunnen behandelen zijn de echte investering. Niet elke werkplaats verliest werk aan die overgang: zware elektrische auto's gaan juist sneller door hun banden heen, wat het overnemen van een bandenbedrijf in dezelfde markt een ander vooruitzicht geeft.
Het pand, de vloer en wat eronder zit
Een werkplaats is een milieubelastende activiteit en valt daarmee onder de Omgevingswet. Voor de meeste universele garages volstaat een melding, maar bij grotere of afwijkende activiteiten kan een vergunning nodig zijn. Controleer of die melding er ligt en of hij nog past bij wat er feitelijk gebeurt, want een uitgebreide werkplaats met spuitwerk valt onder zwaardere eisen dan een bedrijf dat alleen onderhoud doet.
Daarna komen de installaties. Afgewerkte olie hoort in gesloten tanks, er moet een olie-waterafscheider zijn en het afvalwater mag niet meer dan twintig milligram olie per liter bevatten. De slibvangput en de afscheider horen elk halfjaar door een vakkundig persoon te worden gecontroleerd. Vraag om die controlerapporten; ze zijn goedkoop om te overleggen en duur om te missen.
Doet de autogarage ook airco-onderhoud, dan speelt er sinds eind september 2025 een aangescherpte Europese verordening voor koudemiddelen. Zowel het bedrijf als de medewerkers hebben daarvoor een geldig certificaat nodig. En dan is er nog de bodem: waar decennialang met olie en brandstof is gewerkt, kan verontreiniging zitten. Vraag om een recent bodemonderzoek, ook wanneer je het pand niet koopt maar huurt.
Een autogarage vindt lastiger monteurs dan klanten
De hele autobranche komt mensen tekort, en in de werkplaats knelt het het hardst. Voor 2028 wordt het aantal openstaande plekken voor automonteurs geraamd op ruim achttienduizend, en ongeveer de helft van de bedrijven in de sector meldt nu al een tekort. Een autogarage overnemen met een compleet en ingewerkt team is daarom een heel andere transactie dan een garage kopen waar twee vacatures openstaan.
De arbeidsvoorwaarden die je overneemt, tellen mee. De cao voor het motorvoertuigen- en tweewielerbedrijf loopt van 1 februari 2025 tot en met 31 oktober 2027. Er zit een reeks verhogingen in: 1,3 procent per oktober 2025, 128 euro bruto per maand per februari 2026, 2,5 procent per januari 2027 en nog eens 1,3 procent per mei 2027. Bij elkaar is dat ruim tien procent, en een jaarrekening van vóór die stappen laat je loonkosten te laag zien.
Daar komt de verplichte pensioenregeling voor metaal en techniek bij, plus een afdracht aan het opleidings- en ontwikkelingsfonds van de branche van 0,95 procent van de loonsom. Vraag verder naar de opleidingen die de monteurs hebben, want een team zonder certificering voor elektrische voertuigen is een team dat je nog moet bijscholen.
Zelfstandig of aangesloten bij een formule
Veel universele autogarages hangen tegenwoordig onder een landelijke formule. Er zijn er inmiddels bijna vierduizend aangesloten, tegen ongeveer tweeënhalfduizend tien jaar eerder, verdeeld over een handvol ketens met landelijke dekking. Dat levert een inkoopvoordeel op, toegang tot scholing en diagnosesystemen, en een naam die klanten herkennen.
Voor jou als koper zijn er twee dingen om na te gaan. Loopt de aansluiting door na een eigenaarswissel, of moet de formule daar eerst mee instemmen? En wat kost het lidmaatschap, inclusief de verplichtingen rond uitstraling, inkoop en systemen? Een autogarage die haar klanten grotendeels aan de formule dankt, is minder waard zodra die aansluiting wegvalt. Zoek je juist een bedrijf dat handelt in auto's, met voorraad en inruil en misschien een merkcontract, kijk dan wat het kopen van een autobedrijf van je vraagt; daar zit je vermogen op het plein en niet in de agenda.
Zo vind je een autogarage die te koop komt
Een autogarage wordt zelden openbaar aangeboden. Ze gaan naar een monteur die het overneemt, naar de buurman met twee vestigingen, of naar een formule die uitbreidt. Wie wacht tot er iets langskomt, komt structureel te laat aan tafel.
Op Silverfield vul je één keer in waar je zoekt, wat je te besteden hebt en welke omvang je aankunt. Elk nieuw aanbod loopt daarna langs dat profiel, en bij een passende autogarage vraag je zelf contact aan. Laat het werkplaatssysteem, het toezichtsdossier en de milieupapieren nakijken door je eigen adviseur; die drie bepalen samen wat je werkelijk koopt.