Nederland telde in 2025 ongeveer 4.131 tankstations. Iets meer dan de helft is onbemand, en de rest heeft een shop met personeel. Maar vijf procent staat langs een rijksweg. De andere bijna vierduizend liggen aan het gewone wegennet. Een gemiddeld station zet zo'n vier miljoen euro per jaar om. Ongeveer 62 procent daarvan komt uit brandstof en 38 procent uit de shop. Onder de streep blijft gemiddeld rond de vier procent over. Dat lijkt mager voor zo'n bedrag, tot je ziet hoeveel van wat door de kassa gaat belasting is die de pomphouder meteen weer afdraagt. Een tankstation overnemen is dus niet hetzelfde als die vier miljoen kopen. Je koopt een doorzet in liters en een shop waar het rendement uit moet komen. En je koopt een stuk grond met een eigen geschiedenis.
De winst komt uit de shop
Een pomphouder houdt per liter tussen de tien en twintig cent over, op drukke plekken iets meer. Dat is zo weinig omdat de belasting het grootste deel van de pompprijs opslokt. Van elke liter benzine gaat in 2026 ongeveer 84 cent naar de accijns. Bij diesel is dat in 2026 zo'n 55 cent en bij lpg 20 cent. Over het geheel komt daar nog 21 procent btw bij. Zo is meer dan de helft van wat de klant aan de pomp afrekent belasting.
In de shop ligt dat heel anders. Die levert ongeveer 38 procent van de omzet, maar veertig tot vijftig procent van de brutowinst. Koffie, broodjes, tabak en autoproducten hebben een marge waar brandstof niet aan tipt. Bij een bemand station is de shop dus het verdienmodel, en de brandstof is de reden dat de klant stopt. Het cijfer dat er daarom toe doet, is hoeveel klanten na het tanken naar binnen lopen. Dat percentage kan een nieuwe eigenaar omhoog krijgen. Aan de literprijs kan hij weinig doen.
Een wasinstallatie op het terrein heeft een eigen rekensom, los van de pomp en de shop. Wat daarin telt aan doorstroom en water, lees je bij een wasstraat.
De doorzet in liters is de maatstaf
De doorzet is het aantal liters dat een station per jaar verkoopt. In deze branche is dat de standaardmaat. Naast de omzet gelegd, over drie jaar en per brandstof, laat de doorzet zien waar de groei vandaan kwam. Kwam die uit meer liters of uit een hogere pompprijs? Bij een hogere prijs stijgt vooral de accijns die je afdraagt.
Wat de exploitatievorm doet met de waarde van een tankstation
Een station draait in een van vier vormen. Welke dat is, bepaalt de waarde van de hele koop. Bij een eigenaar-exploitant is het meest te koop. Hij bezit het station en de installatie zelf. Alle winst is voor hem, en alle risico ook.
Een dealer werkt onder een merkcontract met een oliemaatschappij. Hij krijgt merksteun en inkoopvoordeel. Daar staan afspraken tegenover over openingstijden, uitstraling en afname. Een commissionair verkoopt de brandstof op naam van de oliemaatschappij, die ook de tanks bezit. Hij verdient een vergoeding plus de marge van de shop. Zo'n station is flink minder waard, want de koper neemt een exploitatie over zonder eigendom. De vierde vorm is huur van de oliemaatschappij, meestal voor vijf tot vijftien jaar.
Bij de drie vormen met een oliemaatschappij zit de kern van de koop in het contract. Daarin staan de resterende looptijd en of het contract overdraagbaar is. Er staat ook in of de oliemaatschappij moet instemmen met een nieuwe exploitant. Bij een merkcontract koop je merksteun en inkoopvoordeel mee, maar alleen als de oliemaatschappij akkoord gaat. Die instemming is geen formaliteit. Zonder haar heb je een witte pomp gekocht tegen de prijs van een merkstation.
Langs de rijksweg koop je een huurrecht
Langs de rijkswegen liggen ongeveer 225 stations, en daarvoor geldt een eigen systeem. Het Rijksvastgoedbedrijf verhuurt die locaties en veilt de huurrechten sinds 2002, meestal in september. Zo'n recht loopt vijftien jaar. Daarna gaat de locatie opnieuw onder de hamer. Bij de veiling van 2024 gingen negen stations weg voor ruim zestig miljoen euro samen. Eén locatie langs de A12 bracht alleen al ruim dertien miljoen op, voor vijftien jaar.
Wat daar betaald wordt, is geen koopsom voor een bedrijf. Het is een huurrecht op een plek. Bij een snelwegstation bepaalt het aantal jaren dat er nog op dat recht zit de waarde. Hetzelfde station met dertien jaar te gaan is iets anders dan met nog twee. Het Rijk reserveert bovendien locaties voor snelladen, en dat kan de volgende veilingronde veranderen.
De bodem onder het tankstation weegt het zwaarst
Onder elk tankstation liggen opslagtanks, en daarvoor gelden strenge regels. Voor ondergrondse en bovengrondse opslag bestaan aparte richtlijnen. Gecertificeerde bedrijven installeren en onderhouden de tanks. Stalen ondergrondse tanks hebben kathodische bescherming nodig. Eronder hoort een vloeistofdichte voorziening met een geldige verklaring.
Al die gegevens komen samen in het tankdossier. Daarin staan het bouwjaar en het type van elke tank, de laatste keuringen en de certificaten van de installateur. De inspectierapporten van de vloeistofdichte voorziening horen erbij. Het dampretoursysteem, dat de verdamping bij het vullen opvangt, staat er ook in.
Het zwaarste punt is de grond zelf. Bij de start van een station wordt een nulsituatieonderzoek gedaan en bij het einde een eindsituatieonderzoek. Het verschil tussen die twee bepaalt wie voor een verontreiniging opdraait. Voor vervuiling van vóór 2006 geldt een uitgestelde aanpak. De sanering daarvan moet uiterlijk in 2036 beginnen. Zo kan een oud tankstation een schone jaarrekening hebben en toch een opdracht in de grond.
Onder de Omgevingswet is een tankstation bovendien een milieubelastende activiteit. Voor veel standaardsituaties volstaat een melding. Voor afwijkende installaties of voor waterstof is een vergunning nodig. Verkoopt het station lpg, dan ligt er een veiligheidscontour omheen waarbinnen geen woningen mogen liggen. Hoe groot die is, hangt af van de opslag en de doorzet. De contour beperkt ook wat de gemeente in de omgeving nog toestaat. Vergunningen gaan meestal niet vanzelf mee met de onderneming, en hun overdracht loopt via de omgevingsdienst.
Welk station de overgang naar elektrisch doorkomt
Grotere bemande stations worden energiepunten, met laden, een shop en soms waterstof. Wie nu een tankstation neemt, stapt dus midden in die overgang. Begin 2026 reden er ruim 745.000 volledig elektrische personenauto's rond, ongeveer acht procent van het wagenpark. Van de nieuw verkochte auto's was 37 procent volledig elektrisch. Onderzoek van een grote bank verwacht dat het aantal tankstations binnen vijf tot tien jaar ongeveer halveert.
Kleine onbemande pompen zonder shop verdwijnen het eerst. Eind 2025 had Nederland drieëntwintig publieke waterstofstations, met dertien in aanbouw. Het doel is vijftig in 2030.
Voor laden telt de aansluiting. Een station met een zware aansluiting en ruimte voor snelladers staat sterker in die overgang. Door netcongestie sta je in grote delen van het land jaren in de wachtrij voor zo'n aansluiting. Een tankstation waar de aanvraag al gedaan is, heeft dus een voorsprong die je niet snel inhaalt. Bij het overnemen van een autogarage raakt dezelfde overgang niet de brandstof, maar het onderhoud aan de verbrandingsmotor.
Personeel en veiligheid op een bemand station
Voor een bemand station geldt de cao voor tankstations en wasbedrijven. Die loopt van 1 april 2025 tot en met 31 december 2026. De lonen stegen met 4,75 procent per juli 2025 en met 3,75 procent per januari 2026. Samen is dat 8,5 procent. Een jaarrekening van vóór die stappen laat dus lagere loonkosten zien dan je als nieuwe eigenaar gaat betalen. Hoe zwaar die stijging aantikt, hangt af van de openingstijden en de bezetting per dagdeel.
De avonduren leveren omzet op. Na negen uur 's avonds gelden wel extra beveiligingsmaatregelen, zoals kogelwerend glas en een afsluitbare kassa. Het advies is daarnaast zo min mogelijk contant geld in huis te hebben.
Als eerste horen dat een tankstation te koop komt
In een krimpende markt wordt het verschil tussen een goede en een slechte locatie groter. De goede gaan soms naar een collega, naar de oliemaatschappij zelf of naar een partij met meerdere stations. Wie serieus zoekt, wil in beeld zijn voordat er ergens een tankstation ter overname wordt genoemd.
Wil je een tankstation kopen, dan leg je op Silverfield een zoekprofiel vast. Meldt een pomphouder zijn tankstation aan, dan leest iemand die aanmelding eerst door voordat het station zichtbaar wordt. Sluit het aan op je profiel, dan krijg je daar direct bericht van. Het aanbod bekijk je na het inloggen. Spreekt een station je aan, dan vraag je de pomphouder om contact. Bij je verzoek ziet hij wie je bent. Stemt hij in, dan zit je zonder makelaar met hem aan tafel. Dan gaat het over de doorzet, het contract met de oliemaatschappij en de staat van de tanks.
Wil je ook een bedrijf kopen buiten de brandstof, zoals een wasstraat of een garage? Dan neem je die branches op in hetzelfde zoekprofiel. Bij elk tankstation te koop is de belangrijkste controle een beoordeling van het tankdossier en het bodemonderzoek door een adviseur die de branche kent.