Het aantal kapperszaken in Nederland groeide van ruim 26.000 in 2018 naar 32.060 in 2025, en die groei is in de winkelstraat goed te zien. Voor jou als koper betekent dat vooral iets over de plek: tel hoeveel zaken er binnen loopafstand van deze barbershop zitten en hoe lang die er al hangen. Datzelfde geldt voor een tattooshop, waar de dichtheid in de binnensteden inmiddels net zo hoog ligt. Een straat waar er in twee jaar drie bij kwamen, vraagt een ander verhaal dan een wijk waar dezelfde zaak al vijftien jaar de enige is.
Wat je overneemt is geen behandelingenlijst maar een stroom. Voor een standaard knipbeurt betaalt een klant volgens brancheopgaven rond de 35 euro en voor baardwerk ongeveer 30 euro (2025 en 2026), en in de Amsterdamse binnenstad loopt dat op naar 30 tot 55 euro voor een herenkapsel. Bij die bedragen bepaalt niet de prijs maar het aantal beurten per dag of er iets overblijft.
Begin je onderzoek dus bij de bezetting en niet bij de winst van vorig jaar. De rest van deze pagina loopt langs de posten die daaronder liggen.
Een barbershop verdient aan herhaling
Een kort model groeit uit. Wie een fade of een strakke neklijn draagt, zit binnen drie tot vijf weken weer in de stoel, en dat maakt van dezelfde klant tien tot vijftien bezoeken per jaar. Die herhaling is het hele verdienmodel, en ze is ook meteen het punt waarop je een barbershop moet doorrekenen.
Vraag daarom de kassagegevens over twaalf maanden, uitgesplitst naar knippen, baardwerk en productverkoop. Je wilt het aantal bonnen per dag zien, de gemiddelde bon en het verloop over de week. In veel zaken komt de helft van de omzet binnen op donderdag, vrijdag en zaterdag, en dat bepaalt hoeveel mensen je op de andere dagen kunt betalen.
Reken dat vervolgens terug per stoel. Kapperszaken bedienen gemiddeld tien tot twintig klanten per dag, en een zaak met vier stoelen die op vijftien beurten blijft steken heeft dus geen omzetprobleem maar een bezettingsprobleem. Dat is een verschil dat je in de jaarrekening niet ziet.
De branchecijfers geven je daarbij een ijkpunt: gemiddeld heeft een kappersbedrijf 4,2 stoelen, waarbij zaken zonder personeel op 2,6 uitkomen en zaken met personeel op 9,4 (2024). Staat er in deze barbershop meer stoelen dan er mensen zijn, vraag dan wanneer die laatste twee voor het laatst gebruikt zijn.
Koop je de barbershop of koop je de barbier?
Dit is de vraag die de prijs maakt. In deze branche staat de naam van de barbier op de boekingsapp en op de socialekanalen, en klanten die op een naam boeken volgen die naam naar de volgende zaak. Bij het kopen van een kapsalon speelt dat ook, maar daar houdt een vaste afspraakroutine mensen makkelijker vast dan bij een zaak waar je binnenloopt.
Vraag daarom de omzet per medewerker over een heel jaar, en niet het totaal. Zie je dat één persoon veertig procent van de beurten doet, dan koop je zijn agenda en niet het pand. Ga dan na of hij blijft, onder welke voorwaarden, en wat er in zijn overeenkomst staat over klanten meenemen.
Kijk in dezelfde beweging naar de verhouding tussen walk-in en afspraak. Een barbershop die het van binnenlopers moet hebben, hangt aan de looproute en aan de gevel; een zaak waar tachtig procent vooraf boekt, heeft een klantenbestand dat je kunt overdragen. Dat tweede is meer waard en het is ook makkelijker te controleren.
Vraag de kassa uitgesplitst per barbier
Een totaaloverzicht van de omzet vertelt je precies het verkeerde. Vraag om een uitdraai per medewerker over twaalf maanden, met per persoon het aantal beurten, de gemiddelde bon en het aandeel terugkerende klanten. Vraag daarnaast wie er in die periode is vertrokken en wat dat met de omzet deed; dat is het enige echte experiment dat er in deze zaak al gedaan is. Loopt het aandeel van de vertrekkende eigenaar boven de dertig procent, spreek dan af dat hij nog een aantal maanden meedraait en leg vast wat er met de prijs gebeurt als klanten toch wegblijven.
Stoelhuur is in een barbershop de regel, geen uitzondering
Bij stoelverhuur delen twee of meer ondernemers één bedrijfsruimte en werkt ieder onafhankelijk met eigen klanten. Dat is in deze branche gewoon, het houdt de vaste lasten laag, en het is precies de constructie waar de fiscus sinds kort weer naar kijkt.
De Belastingdienst handhaaft sinds 1 januari 2025 weer op schijnzelfstandigheid, waarbij 2025 als overgangsjaar zonder boetes gold. Klopt de papieren werkelijkheid niet met de dagelijkse gang van zaken, dan is dat vanaf de overdracht jouw risico en niet meer dat van de verkoper.
Vraag dus de overeenkomsten op en leg ze naast de praktijk. Wie bepaalt de prijzen, wie stelt de openingstijden vast, wie plant de agenda, wie levert de producten en wie int het geld. Hoe meer van die antwoorden bij de zaak liggen en niet bij de barbier, hoe zwakker de zelfstandigheid op papier is.
Reken daarnaast door wat het kost om die mensen in loondienst te nemen. De cao voor het kappersbedrijf loopt tot en met 31 december 2026 en is sinds 25 november 2025 algemeen verbindend verklaard, dus dat is geen keuze maar een prijskaartje dat je vooraf kunt uitrekenen.
Wat je aan inrichting en huur overneemt
De inrichting van een barbershop is vaak het duurste wat de verkoper heeft gedaan en tegelijk het minst verhandelbare. Stoelen, wasunits, spiegelwanden, verlichting en een verbouwing die op de ruimte is gemaakt hebben tweedehands nauwelijks waarde, maar ze zijn wel de reden dat de zaak eruitziet zoals hij eruitziet.
Vraag daarom een lijst van wat er meegaat en wat er van de verhuurder is, met bouwjaar en staat erbij. Kijk vooral naar de wasunits, de warmwatervoorziening en de ventilatie, want dat zijn de posten die je niet ziet en die bij vervanging meteen in de duizenden lopen.
Het huurcontract is minstens zo belangrijk als de inventaris. Ga na hoeveel looptijd er nog is, welke indexering erin staat en of de verhuurder meewerkt aan overdracht. Een barbershop op een A-locatie zonder resterende looptijd is een zaak die je over twee jaar opnieuw moet uitvinden.
Let bij de omzetopstelling ook op de twee btw-tarieven die hier door elkaar lopen. Op knippen, scheren en baardtrimmen geldt het verlaagde tarief van negen procent, op de shampoo en de pommade die je over de toonbank verkoopt het algemene tarief van 21 procent. Een kassa die dat niet netjes splitst, is een teken dat je de administratie beter laat nakijken.
Contant geld vraagt hier extra aandacht
In een barbershop komen veel kleine bedragen binnen en een deel daarvan is contant. Dat is op zichzelf niets bijzonders, maar het maakt de aansluiting tussen kassa, bank en aangifte wel het eerste wat een koper moet controleren.
Vraag om de verhouding tussen pin en contant per maand over twee jaar. Een zaak waar het contante deel jaar op jaar veel hoger ligt dan bij vergelijkbare zaken in dezelfde straat, verdient uitleg voordat je over een prijs praat.
Laat de cijfers voordat je tekent door een accountant naast de aangiftes leggen. Die haalt er dingen uit die je zelf niet ziet, en het scheelt je de vervelendste variant van een overname: een naheffing over een periode waarin jij nog niet eens de eigenaar was.
Zo vind je een barbershop die ter overname komt
Zaken in deze branche worden zelden openbaar te koop gezet. Een eigenaar die wil stoppen praat eerst met de barbiers die bij hem huren, daarna met een collega uit dezelfde stad, en pas als dat niets oplevert komt er een advertentie. Wie wacht tot hij er een ziet staan, kijkt naar het aanbod dat de rest al heeft laten liggen.
In je zoekprofiel staan de regio, het aantal stoelen dat je aankunt, of er personeel bij mag horen, en je budget. Meldt zich een ondernemer die daarbij past, dan brengen wij hem onder je aandacht.
Wees daarbij specifiek over het type zaak. Een barbershop in een winkelstraat die van binnenlopers leeft, een wijkzaak met vaste klanten en een zaak die vooral op afspraak werkt zijn drie verschillende ondernemingen, ook al hangt er dezelfde stoel.
Ga je zelf in de stoel staan? Wie het vak beheerst koopt een werkplek met een klantenkring eromheen; wie dat niet doet, koopt een zaak die alleen draait zolang het team blijft. Dat verschil bepaalt welk aanbod bij je past, en een verkoper weet het liever vanaf het eerste gesprek.