S Silverfield

Voor kopers van een transportbedrijf

Transportbedrijf te koop: vind een vervoerder met eigen wagens, chauffeurs en opdrachtgevers

Bij Silverfield koop je een transportbedrijf rechtstreeks van de vervoerder die zijn zaak overdraagt. Wat zo'n bedrijf waard is, lees je eerder af aan de kostprijs per kilometer dan aan de omzet.

Zoek een transportbedrijf

Je logt in met een code per e-mail, zonder wachtwoord.

De Eurovergunning

Die vraag je als koper zelf aan, met 9.000 euro eigen vermogen voor de eerste wagen.

Vrachtwagenheffing

Sinds 1 juli 2026 betaal je per kilometer, een post die geen oude jaarrekening kent.

Vloot en zones

Een wagen met Euro 6 mag nog tot 1 januari 2030 de zero-emissiezone in.

Begin 2026 stonden er bijna veertigduizend bedrijven ingeschreven voor vervoer over land. Je kiest dus uit een brede markt, van een klein transportbedrijf met drie wagens tot een groot bedrijf in transport. De omzet in de sector steeg in 2025 met ruim vier procent. Het vervoerde gewicht daalde juist. Nederlandse vrachtauto's brachten dat jaar 620 miljoen ton over de weg, 3,7 procent minder dan een jaar eerder. Meer omzet over minder tonnen wijst op hogere tarieven. Een beter resultaat volgt daar niet vanzelf uit, want de kosten liepen harder op. Tussen 2016 en 2024 stegen de kosten per kilometer met gemiddeld 4,5 procent per jaar. De prijzen stegen in die periode met 3,4 procent. Dat gat drukt al bijna tien jaar op de marge.

Voor jou als koper maakt dat de verschillen tussen vervoerders groot. Twee bedrijven met dezelfde omzet kunnen een heel andere winst draaien. Het hangt ervan af of een vervoerder de gestegen kosten in zijn tarieven kreeg. Wie een transportbedrijf overnemen wil, praat met de verkoper daarom over drie dingen. Mag je met dit bedrijf rijden? Wat kost een kilometer echt? En wie bepaalt je tarief? Sinds juli 2026 speelt er bij die tweede vraag bovendien een kostenpost mee die in geen enkele oude jaarrekening staat.

Met de Eurovergunning op jouw naam ga je rijden

Om met de wagens die je overneemt de weg op te gaan, heb je een eigen Eurovergunning van de NIWO nodig. Beroepsgoederenvervoer over de weg mag alleen met die vergunning. Op jouw naam is hij vijf jaar geldig. Omdat hij niet vanzelf overgaat van de vorige eigenaar, hoort de aanvraag bij de overname. De NIWO toetst daarbij vier eisen: kredietwaardigheid, vakbekwaamheid, betrouwbaarheid en een echte vestiging.

De eerste eis is kredietwaardigheid. Die staat op 9.000 euro voor het eerste voertuig en 5.000 euro voor elk voertuig daarna. Koop je een bedrijf met tien combinaties, dan toon je 54.000 euro eigen vermogen aan. Dat bedrag komt bovenop de koopsom en je werkkapitaal. Het hoort dus vanaf het begin in je financiering.

De tweede eis is vakbekwaamheid, en die hangt aan een persoon. Er moet een vervoersmanager zijn met het erkende diploma. Hij geeft feitelijk en permanent leiding aan het vervoer en woont in de EU. Vaak is dat de eigenaar die vertrekt. Heb je zelf het diploma, dan neem je die rol op de dag van de overdracht over. Heb je het niet, dan huur je een vervoersmanager extern in met een lastgevingsovereenkomst. Is die vóór de overdracht getekend, dan rijden de wagens op de eerste dag onder jouw naam gewoon door.

Voor verhuizen geldt dezelfde vergunningplicht. Toch koop je daar iets anders. Wie een verhuisbedrijf kopen wil, zoekt vooral een ploeg die het tilwerk in de zomerpiek aankan.

De vrachtwagenheffing en de echte kostprijs

Sinds 1 juli 2026 betalen vrachtwagens in Nederland per gereden kilometer. De heffing geldt voor voertuigen boven de 3.500 kilo. Ze loopt over bijna alle snelwegen en over een deel van de andere wegen. Het gemiddelde tarief kwam in 2026 uit op 19,1 cent per kilometer. Per 1 januari 2027 komt daar 2,6 procent bij.

In een jaarrekening over 2025 of eerder staat deze post nog niet. Wie de cijfers van vorige jaren doorrekent, telt hem er zelf bij op. Rijdt een transportbedrijf een miljoen kilometer per jaar, dan gaat het om bijna twee ton aan nieuwe kosten. Het sterkst sta je met een vervoerder die de heffing al in zijn tarieven heeft en daar zijn opdrachtgevers in meekreeg. Zo'n bedrijf verdient de nieuwe kosten vanaf de eerste rit terug. Heeft de vervoerder dat nog niet geregeld, dan weet je dat de tarieven die kosten nog niet dekken.

De kostprijs per kilometer zegt meer dan de omzet

In het wegtransport liggen de totale kosten ruwweg tussen de 80 cent en 1,50 euro per kilometer. Brandstof is daar zo'n 20 tot 25 procent van. De kostprijsberekening van het bedrijf hoort daarom naast de tarieven die het rekent. Waar de tarieven ruim boven de kostprijs liggen, koop je marge.

Wie bij een transportbedrijf het tarief bepaalt

Hoe de omzet over de opdrachtgevers verdeeld is, vertelt het meest over de toekomst van het bedrijf. In het boekenonderzoek zie je dat per klant. Veel transportbedrijven halen het grootste deel van hun werk bij één of twee partijen. Dat drukt de prijs. Valt één contract weg, dan lopen de chauffeurs en de leasetermijnen gewoon door. Een bredere spreiding maakt het bedrijf dus steviger en meer waard. Wie een logistiek bedrijf kopen wil, kijkt eerder naar het magazijn. Daar zit de omzet vast in verladerscontracten met een looptijd.

Ongeveer tachtig procent van de aangesloten vervoerders werkt met een brandstofclausule. Zo'n clausule bepaalt of je een prijsstijging doorberekent of zelf opvangt, en hoe snel dat gaat. In de praktijk komt lang niet de hele stijging bij de opdrachtgever terecht. Hoe de clausules in de lopende contracten luiden, bepaalt dus mee hoeveel marge er in een dure maand overblijft.

Dan de lege kilometers. Een terugweg zonder lading kost evenveel chauffeur, brandstof en heffing als een volle rit. Welk deel van de kilometers beladen is en hoe de retourvracht geregeld is, hoort in je som. Een vervoerder met vaste retourvracht verdient op dezelfde route meer dan een collega die leeg terugrijdt. Bij afvalinzameling of bouwstoffen is retourvracht gewoon onmogelijk.

Wat de vloot van een transportbedrijf nog meegaat

Een nieuwe trekker kost rond de 140.000 euro, en dan komt de oplegger er nog bij. Wat er aan eigen wagens meekomt, weegt dus zwaar in de koopsom. Een goed onderhouden vrachtwagen houdt op de tweedehandsmarkt ongeveer de helft van zijn nieuwprijs vast.

Sinds 1 januari 2026 hebben achttien gemeenten een zero-emissiezone voor vrachtverkeer. Een voertuig met Euro 6 mag daar nog tot 1 januari 2030 in. Leg je die datum naast de kentekenlijst, dan zie je hoeveel jaar je met de huidige vloot vooruit kunt. Rijdt het bedrijf vooral lange afstanden, dan speelt de zone nauwelijks. Rijdt het in de stad al elektrisch, dan koop je een vloot die na 2030 gewoon de zone in blijft rijden. Bij stadsdistributie met Euro 6-wagens staat de vervanging vóór 2030 al vast. Voor een elektrische vrachtwagen bestaat subsidie van zes tot negenentwintig procent van de aanschafprijs, met een maximum van 115.200 euro. Hoeveel je krijgt, hangt af van de categorie en de grootte van je bedrijf.

Niet elke wagen staat op de balans. Bij operationele lease draagt de leasemaatschappij het restwaarderisico. Bij financiële lease draag je dat zelf. Per voertuig telt welke vorm er geldt en wanneer het contract afloopt. Ook de vraag of het contract naar een nieuwe eigenaar over mag, hoort in dat rijtje.

Chauffeurs zijn schaarser dan werk

Nederland telde in 2024 ongeveer 92.750 vrachtwagenchauffeurs, en dat aantal daalt. Er komen er per jaar zo'n 2.372 bij en er gaan er 2.620 af. De gemiddelde leeftijd ligt rond de 45,5 jaar, en er staan circa zevenduizend vacatures open. Wie een vervoerder overneemt, krijgt er mensen achter het stuur bij. Een beginner haalt die niet zomaar in huis. Een transportbedrijf met een volle planning is meer waard dan hetzelfde bedrijf met drie stilstaande wagens.

De loonkosten volgen de cao voor het beroepsgoederenvervoer. Die kende over 2024 en 2025 verhogingen van vier, twee en nog eens vier procent. Per 1 januari 2026 kwam daar opnieuw vier procent bij, met een hogere verblijfskostenvergoeding. Aansluiting bij het pensioenfonds voor het vervoer is verplicht. Dat geldt ook voor de sectorheffing voor opleidingen.

Chauffeurs met een geldige code 95 komen met het bedrijf mee en rijden vanaf de eerste dag door. Code 95 vraagt 35 uur nascholing per vijf jaar, waarvan minstens zeven uur praktijk. De lijst met vervaldata laat zien of die nascholing bij een deel van de ploeg in hetzelfde jaar valt. Hoe verder die data uit elkaar liggen, hoe rustiger je planning. Een nieuwe chauffeur opleiden met een heel rijbewijstraject en code 95 kost tot ongeveer 7.500 euro. Elke chauffeur die meekomt, scheelt je die uitgave.

Certificaten, rijtijden en het handhavingsdossier

Een ADR-certificaat voor gevaarlijke stoffen staat op naam van de chauffeur. Vertrekt hij, dan gaat de bevoegdheid met hem mee. Een ATP-keuring voor koelvervoer hangt aan het voertuig en blijft dus bij het bedrijf. Voor een nieuwe wagen is die zes jaar geldig, daarna wordt ze per drie jaar verlengd.

Certificeringen van de onderneming zelf liggen anders. Een HACCP-erkenning voor levensmiddelenvervoer regelt de nieuwe eigenaar opnieuw. Dat geldt ook voor de beoordeling die in de chemie gebruikelijk is. Dat is een rapport op naam van het bedrijf dat elke drie jaar opnieuw moet. Of de papieren van een opdrachtgever aan de chauffeur of aan het transportbedrijf hangen, bepaalt welke ritten je vanaf de eerste week kunt blijven rijden.

Voor elk transportbedrijf gelden dezelfde Europese regels voor rijtijden. Na hooguit 4,5 uur rijden volgt 45 minuten pauze. Per dag is er minstens elf uur rust en per week vijfenveertig uur. De slimme tachograaf van de tweede generatie legt ook grensovergangen vast, zodat cabotage beter te controleren is. Voor internationale voertuigen boven de 2.500 kilo is hij sinds 1 juli 2026 verplicht.

Het handhavingsdossier laat zien hoeveel controles er waren, welke overtredingen er werden vastgesteld en welke boetes volgden. Boetes rond de tachograaf beginnen al snel bij duizend euro. Een reeks bevindingen leidt tot vaker controle en een slechtere score in het Europese register. Die score neem je over. Neem je een transportbedrijf met een schoon dossier over, dan rijd je zonder dat de inspectie je extra in de gaten houdt.

Waar een transportbedrijf ter overname opduikt

Een transportbedrijf ter overname komt lang niet altijd openbaar in beeld. Veel bedrijven gaan naar een collega die wil uitbreiden, een charter die er al jaren voor rijdt of iemand uit de familie. Als buitenstaander hoor je ervan via je zoekprofiel, dat je een melding stuurt zodra zo'n vervoerder live komt. Een bedrijf dat met bestelbussen pakketten bezorgt, heeft een ander verdienmodel en andere vergunningen. Dat verschil staat uitgelegd bij het kopen van een koeriersbedrijf.

Een vervoerder die zijn transportbedrijf op Silverfield aanmeldt, staat pas in het aanbod als wij de aanmelding hebben gelezen. Na het inloggen lees je wat de vervoerder zelf over zijn bedrijf vertelt. Twijfel je nog tussen vrachtvervoer en een aanpalende branche, dan helpt de uitleg over bedrijf kopen in het algemeen.

Het eerste contact met de vervoerder loopt rechtstreeks en zonder makelaar. Met een contactverzoek laat je hem weten dat je belangstelling hebt. Hij bekijkt eerst wie er aanklopt en bepaalt zelf of jullie om tafel gaan. Aan die tafel praat je met de eigenaar zelf over de vergunning, de klanten en de chauffeurs. Je eigen adviseur rekent de lease, de kostprijs en de koopovereenkomst door met jouw belang voor ogen.

Vaste ritten voor een verlader, vanaf de eerste week

Vaste ritten voor een verlader zijn iets anders dan werk van de vrachtbeurs. Staat er een vervoerder met zulk werk live, dan hoor je het via je zoekprofiel.