Begin 2026 stonden er in Nederland bijna veertigduizend bedrijven ingeschreven voor vervoer over land. De omzet in de sector steeg in 2025 met ruim vier procent, terwijl het vervoerde gewicht juist daalde: Nederlandse vrachtauto's brachten 620 miljoen ton over de weg, 3,7 procent minder dan een jaar eerder. Meer omzet over minder tonnen betekent hogere tarieven, en niet per se een beter resultaat.
Dat laatste is precies waar het in deze branche om draait. Tussen 2016 en 2024 stegen de kosten per kilometer met gemiddeld 4,5 procent per jaar, terwijl de prijzen met 3,4 procent meegingen. Dat verschil van ruim een procentpunt per jaar drukt al bijna tien jaar op de marge.
Een transportbedrijf overnemen vraagt daarom om onderzoek op drie punten: mag je met dit bedrijf rijden, wat kost een kilometer werkelijk, en wie bepaalt je tarief. In die volgorde.
De Eurovergunning gaat niet mee met het transportbedrijf
Dit is het punt waarop overnames in deze sector stuklopen, en het wordt verrassend vaak pas laat ontdekt. Beroepsgoederenvervoer over de weg mag alleen met een Eurovergunning van de NIWO. Die vergunning is vijf jaar geldig, maar hij verhuist niet automatisch naar een nieuwe eigenaar. Jij vraagt hem zelf aan en moet daarbij opnieuw aan alle vier de eisen voldoen.
De eerste eis is kredietwaardigheid, en die is concreet: 9.000 euro voor het eerste voertuig en 5.000 euro voor elk voertuig daarna. Bij een transportbedrijf met tien combinaties praat je dus over 54.000 euro aan aantoonbaar eigen vermogen, náást de koopsom en náást je werkkapitaal. Reken dat mee in je financiering.
De tweede eis is vakbekwaamheid, en die hangt aan een mens. Er moet een vervoersmanager zijn met het erkende diploma, die feitelijk en permanent leiding geeft aan het vervoer en in de EU woont. Is dat de vertrekkende eigenaar, dan heb je een probleem op de dag van de overdracht. Je kunt die rol extern inhuren via een lastgevingsovereenkomst, maar regel dat vooraf. Daar komen nog de eisen van betrouwbaarheid en een reële vestiging bij. Verhuizen valt onder dezelfde vergunningplicht, al koop je daar iets anders; een verhuisbedrijf kopen draait om een ploeg die het tilwerk in de zomerpiek aankan.
De vrachtwagenheffing verandert je kostprijs
Sinds 1 juli 2026 betalen vrachtwagens in Nederland per gereden kilometer. De heffing geldt voor voertuigen boven de 3.500 kilo op bijna alle snelwegen en op een deel van de provinciale en gemeentelijke wegen. Het gemiddelde tarief kwam in 2026 uit op 19,1 cent per kilometer, afhankelijk van gewicht en uitstootklasse, en per 1 januari 2027 gaat daar 2,6 procent bij.
Voor een koper is dat geen detail maar een breuklijn in de cijfers. Een jaarrekening over 2025 of eerder kent deze post helemaal niet. Reken hem dus zelf in: bij een bedrijf dat een miljoen kilometer per jaar rijdt, gaat het om bijna twee ton aan nieuwe kosten. De vraag is vervolgens of dat bedrag in de tarieven is doorberekend, en of de opdrachtgevers dat hebben geaccepteerd.
Vraag om de kostprijs per kilometer, niet om de omzet
De totale kosten per kilometer liggen in het wegtransport ruwweg tussen de 80 cent en 1,50 euro, afhankelijk van het type werk. Brandstof is daarvan zo'n 20 tot 25 procent, oftewel 45 tot 55 cent per kilometer. Vraag het bedrijf om zijn eigen kostprijsberekening en leg die naast de tarieven die het rekent. Zit daar geen ruimte in, dan koop je omzet zonder marge.
Wie bepaalt het tarief van dit transportbedrijf?
De verdeling van de omzet over de opdrachtgevers is je vertrekpunt. Veel transportbedrijven halen het grootste deel van hun werk bij één of twee partijen, en dat drukt de waardering met reden. Eén contract dat wegvalt, laat je met chauffeurs en leasetermijnen zitten die gewoon doorlopen. Een logistiek bedrijf kopen verlegt dat risico naar het magazijn: daar zit de omzet vast in verladerscontracten met een looptijd en een opzegtermijn.
Zit er een brandstofclausule in de contracten? Ongeveer tachtig procent van de aangesloten vervoerders werkt daarmee, en het is het verschil tussen een prijsstijging die je kunt doorberekenen en een prijsstijging die je zelf slikt. Controleer daarbij hoe die clausule precies werkt en hoe snel hij doorwerkt, want in de praktijk komt lang niet de hele stijging bij de opdrachtgever terecht.
Een rit met een lege terugweg kost dezelfde chauffeur, dezelfde brandstof en dezelfde heffing. Vraag dus welk deel van de kilometers beladen is en hoe de retourvracht is georganiseerd. Bij afvalinzameling of bouwstoffen is retourvracht simpelweg onmogelijk; dat is geen verwijt, maar het hoort wel in je rekensom.
De vloot heeft een houdbaarheidsdatum gekregen
Een nieuwe trekker kost al gauw rond de 140.000 euro en een oplegger komt daar bovenop. Op de tweedehandsmarkt houdt een goed onderhouden vrachtwagen ongeveer de helft van zijn nieuwprijs vast, maar dat geldt niet onbeperkt. Sinds 1 januari 2026 hebben achttien gemeenten een zero-emissiezone voor vrachtverkeer, en een voertuig met Euro 6 mag daar nog tot 1 januari 2030 in. Daarna is alleen emissieloos vervoer welkom.
Die datum naast de kentekenlijst vertelt je hoeveel jaar je overneemt. Rijdt het bedrijf vooral op de lange afstand tussen distributiecentra, dan speelt de zone nauwelijks. Doet het stadsdistributie, dan koop je een vervangingsopgave. Voor de aanschaf van een elektrische vrachtwagen bestaat een subsidieregeling die afhankelijk van categorie en bedrijfsgrootte tussen de zes en negenentwintig procent van de aanschafprijs vergoedt, met een maximum van 115.200 euro.
Hoe zijn de wagens gefinancierd? Bij operationele lease draagt de leasemaatschappij het restwaarderisico, bij financiële lease draag jij dat zelf. Vraag per voertuig welke vorm er geldt, wanneer het contract afloopt en of het overgezet mag worden naar een nieuwe eigenaar.
Chauffeurs zijn schaarser dan het werk
Nederland telde in 2024 ongeveer 92.750 vrachtwagenchauffeurs en dat aantal daalt. Er stromen er per jaar zo'n 2.372 in en 2.620 uit, en de gemiddelde leeftijd ligt inmiddels rond de 45,5 jaar. Bij dat beeld staan er nog eens circa zevenduizend vacatures open. Een transportbedrijf met een volledig bezette planning is in die markt aanzienlijk meer waard dan hetzelfde transportbedrijf met drie stilstaande wagens.
De arbeidsvoorwaarden die je overneemt, horen in je rekensom. De cao voor het beroepsgoederenvervoer kende over 2024 en 2025 verhogingen van vier, twee en nogmaals vier procent, en per 1 januari 2026 kwam daar opnieuw vier procent bij plus een hogere verblijfskostenvergoeding. Daarnaast zijn de aansluiting bij het bedrijfstakpensioenfonds voor het vervoer en de sectorheffing voor opleidingen verplicht.
En dan de papieren van de chauffeurs zelf. Code 95 vraagt 35 uur nascholing per vijf jaar, waarvan minimaal zeven uur praktijk. Loopt die nascholing bij een deel van je ploeg tegelijk af, dan is dat een kostenpost én een planningsprobleem. Een compleet nieuw rijbewijstraject inclusief code 95 loopt op tot ongeveer 7.500 euro per chauffeur, dus zelf opleiden is geen snelle oplossing.
Welke certificaten meegaan en welke niet
Dit onderscheid wordt vaak over het hoofd gezien, en het bepaalt of je transportbedrijf na de overdracht hetzelfde werk mag blijven doen. Een ADR-certificaat voor gevaarlijke stoffen staat op naam van de chauffeur en blijft bij die persoon; vertrekt hij, dan verdwijnt de bevoegdheid met hem. Een ATP-keuring voor koelvervoer hangt juist aan het voertuig en gaat dus gewoon mee, met een geldigheid van zes jaar voor nieuwe wagens en daarna verlenging per drie jaar.
Certificeringen die aan de onderneming hangen liggen anders. Een HACCP-erkenning voor levensmiddelenvervoer is bedrijfsgebonden en moet door de nieuwe eigenaar opnieuw worden geregeld. Hetzelfde geldt voor de beoordeling die in de chemie gangbaar is: dat is een rapport op naam van het bedrijf, geen certificaat dat je overneemt, en het moet elke drie jaar opnieuw. Inventariseer dus per opdrachtgever welk papier hij eist en waar dat papier aan hangt.
Rijtijden en tachograaf zijn een handhavingsdossier
Voor elk transportbedrijf gelden dezelfde Europese regels. Maximaal 4,5 uur rijden achtereen, daarna 45 minuten pauze, minimaal elf uur dagelijkse rust en vijfenveertig uur weekrust. De slimme tachograaf van de tweede generatie registreert inmiddels ook grensovergangen, waardoor cabotage en detachering veel beter te controleren zijn. Voor internationaal rijdende voertuigen boven de 2.500 kilo geldt die verplichting sinds 1 juli 2026.
Het handhavingsdossier hoort er dus bij. Hoeveel controles zijn er geweest, welke overtredingen zijn geconstateerd en welke boetes zijn betaald? Overtredingen rond de tachograaf beginnen al snel bij duizend euro, en een reeks bevindingen leidt tot vaker controle en een slechtere score in het Europese register. Dat neem je over.
Zo vind je een transportbedrijf dat te koop komt
De meeste transportbedrijven worden nooit openbaar aangeboden. Ze gaan naar een collega-vervoerder die zijn vloot wil uitbreiden, naar een charter die al jaren voor het bedrijf rijdt, of naar iemand uit de familie. Wie wacht op een advertentie, ziet vooral wat er is overgebleven.
Wil je juist een bedrijf dat met bestelbussen pakketten bezorgt, dan is dat een ander verdienmodel met een ander vergunningenregime. Kijk in dat geval naar wat er speelt bij het kopen van een koeriersbedrijf. Geef anders bij Silverfield op in welke regio je een transportbedrijf zoekt, welk budget je hebt en hoe groot de vloot mag zijn. Laat de vergunning, de leasecontracten en de kostprijsberekening beoordelen door je eigen adviseur; die drie bepalen of er per kilometer geld overblijft.