Tussen 2010 en 2025 steeg het deel van de ondernemers dat ouder is dan 65 van zeven procent naar bijna dertien. De gemiddelde leeftijd van bouwondernemers steeg daarbij harder dan in bijna iedere andere sector. Bij een bouwbedrijf ligt de waarde op een andere plek dan je misschien denkt. De omzet van vorig jaar is gebouwd, opgeleverd en betaald. Waar een koper geld voor op tafel legt, ligt nog voor hem. Het is werk dat half af is en werk dat nog moet beginnen. Daarbij komt de ploeg die het allemaal moet maken. Maak je die drie zichtbaar, dan praat je met een koper over wat je bedrijf waard is. Wie een bouwbedrijf overnemen wil, begint daarom bij het werk dat er ligt. Dat werk heb je al, en daarmee kun je je bedrijf vandaag gratis bij ons plaatsen.
Werk in portefeuille: het eerste getal van je bouwbedrijf
Maanden werk in portefeuille is het getal waarop een bouwbedrijf wordt beoordeeld. In juni 2026 hadden bouwbedrijven landelijk gemiddeld 14,1 maanden werk liggen. Voor de woningbouw kwam het uit op 15,1 maanden. Zit jij erboven, dan is dat je sterkste kaart en speel je hem als eerste uit. Zit je eronder, dan vertel je zelf hoe dat komt. Een koper leest het getal dan meteen met jouw uitleg erbij.
Naast het totaal wil een koper weten voor wie je bouwt en hoe vast die relaties zijn. Een opdrachtgever die je al jaren bedient onder een raamovereenkomst, zegt hem meer over de komende jaren dan een losse aanbesteding die je vorige maand won. Ook de marge die je per project hebt gecalculeerd telt mee, net als de voorwaarden waarop je hebt ingeschreven. Bij een installatiebedrijf speelt de werkvoorraad nauwelijks een rol. Een koper kijkt daar naar de onderhoudscontracten en naar het deel dat elk jaar stilzwijgend wordt verlengd.
Sommige contracten bevatten een bepaling over een wisseling van zeggenschap. Dan heeft dat werk toestemming van de opdrachtgever nodig om mee over te gaan naar de koper. Weet je dat voordat het gesprek over de prijs begint, dan onderhandel je zonder verrassingen. Een onderaannemer kent hetzelfde probleem op kleinere schaal. Bij het te koop zetten van een timmerbedrijf zit de kwetsbaarheid in de paar hoofdaannemers die het werk aanleveren. Valt er één weg, dan valt een groot deel van de omzet weg.
Onderhanden werk en meerwerk bij de overdracht
Over de lopende projecten wordt bij een overname het hardst onderhandeld. Ze staan op je balans naar de mate waarin ze gevorderd zijn. Die mate is een inschatting, en jij hebt hem gemaakt. Een koper gaat er daarom van uit dat hij aan de gunstige kant zit. Werk je je nacalculatie elke maand bij, dan is je inschatting onderbouwd. Daarmee laat je zien dat je grip hebt op je werk. Dan blijft er één vraag over die in het koopcontract hoort: hoe wordt het onderhanden werk op de overdrachtsdatum vastgesteld, en wie draagt een afwijking? Hoe concreter dat vooraf is afgesproken, hoe kleiner de kans dat jouw laatste termijn wordt ingehouden.
Bij meerwerk kent iedere aannemer het verloop. De opdrachtgever vroeg er op de bouwplaats mondeling om, jouw mensen hebben het gemaakt en de discussie over de rekening komt pas bij de eindafrekening. Zolang jij aan tafel zit, kom je daar samen wel uit. Voor een koper is het een vordering die hij niet kan innen. Meerwerk met een schriftelijke opdracht of een bevestigde mail erachter houdt juist zijn volle waarde en gaat mee in de prijs. Bij stelposten werkt het net zo. Een stelpost waarvan vastligt wat er geraamd was en wat al verrekend is, telt net zo goed mee in de prijs.
Een bouwbedrijf dat een paar weken zonder jou draait
In veel aannemersbedrijven loopt alles via de eigenaar. Jij calculeert en jij belt met de vaste opdrachtgevers. Jij koopt in en jij lost op de bouwplaats op wat er misgaat. Dat werkt snel, maar een koper betaalt het meest voor wat ook zonder jou doorloopt. Alles wat alleen jij kunt, is voor hem een reden om minder te bieden of de betaling over jaren uit te smeren. Een bouwbedrijf dat een paar weken zonder jou vooruitkomt, verkoopt daarom beter. Kan iemand anders al calculeren, of zijn jouw calculaties zo opgebouwd dat een buitenstaander ze kan volgen, dan heb je daar al een sterk punt in handen.
Hetzelfde geldt voor het klantcontact. Voert je uitvoerder of bedrijfsleider zelf het gesprek met de opdrachtgevers, dan hangen die relaties niet meer alleen aan jouw naam. Inkoopafspraken en vaste onderaannemers die op papier staan, gaan ook zonder jouw hoofd mee naar de koper. Zo'n overgang groeit in een jaar of twee, en van alles wat je voor een verkoop kunt doen, betaalt ze zich het duidelijkst terug. Ziet een koper dat jij de organisatie bent, dan koopt hij een baan met risico. Ziet hij een organisatie die zelf draait, dan koopt hij een onderneming, en daar betaalt hij voor.
Alleen of met een kleine ploeg
Werk je als zelfstandige aannemer of met een paar vaste mensen, dan heb je ook iets te verkopen. Opdrachtgevers die je al jaren terugbellen en een naam in je regio bouw je niet in een jaar op. Daar komt werk bij dat al is toegezegd. Een vakman die voor zichzelf wil beginnen, of een bouwbedrijf dat in jouw regio wil groeien, begint daarmee niet bij nul. Hier geldt nog sterker dat de klanten aan jou hangen. Je verkoopt ze het best door een tijd samen met de koper op te trekken. Zo leren je opdrachtgevers hem kennen terwijl jij er nog bent.
Zelfstandigen in de keten
Sinds 1 januari 2025 handhaaft de Belastingdienst weer volledig op schijnzelfstandigheid, en de bouw merkt dat sterk. De branche telde in 2025 zo'n twintigduizend zelfstandigen minder dan in 2024. Een koper vraagt er bij elk bouwbedrijf naar, en hij vraagt door. Hij wil weten met welke zelfstandigen je werkt, hoe lang al en hoe dat in de praktijk gaat. De overeenkomsten moeten kloppen met wat er op de bouwplaats gebeurt. Noem je de gevallen die op het randje zitten zelf, dan ziet een koper een aannemer die zijn keten kent.
Dan is er de keten zelf. Betaalt een onderaannemer zijn loonheffingen niet, dan kan de fiscus bij jou aankloppen. Een geblokkeerde rekening en een controle op de afdrachten dekken dat risico af. Werk je al zo, dan ziet een koper een bedrijf waar hij geen oude rekening van de fiscus mee overneemt.
Certificaten en garanties die na de verkoop doorlopen
Voor een bouwbedrijf bepaalt papierwerk of je mag inschrijven. Een koper kijkt daarom naar de einddatum van je veiligheidscertificaten. Ligt die ruim na de verwachte overdracht, dan hoeft hij daarvoor niets van de prijs af te halen. Daarnaast telt of de certificaten aan het bedrijf hangen of aan jou als persoon. In het tweede geval gaan ze niet vanzelf mee. Sinds de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen geldt, is het opleveringsdossier bij de nieuwbouw van eenvoudige woningen en gebouwen ook de basis voor de oplevering.
Onderhoudstermijnen en ingehouden delen van aanneemsommen lopen na de verkoop gewoon door. Wie een gebrek betaalt dat in jouw periode is ontstaan, spreek je af voordat je tekent. Daarmee voorkom je dat een oude klus je na jaren alsnog geld kost. Bij de verkoop van een dakdekkersbedrijf weegt dit nog zwaarder. Op dakbedekking is tien jaar garantie gebruikelijk, en een koper wil eerst weten hoe vaak daar een beroep op is gedaan.
Werkkapitaal en de prijs van je bouwbedrijf
In een bouwbedrijf zit veel geld vast. Een deel staat uit bij debiteuren, een ander deel zit in werk dat klaar is maar nog niet betaald. Intussen lopen de rekeningen van leveranciers en het loon van de ploeg gewoon door. Bij een overname wordt daarom gerekend met een genormaliseerd werkkapitaal over twee tot drie jaar. Eén peildatum bevat in deze branche te veel toeval. Een bedrijf dat op tijd en volgens de termijnstaat factureert, heeft minder geld op straat staan, en dat telt mee bij de overname. Vraag je de laatste termijn aan zodra de oplevering rond is, dan staat dat geld bij de verkoop niet meer open.
Een debiteurenlijst zonder posten van meer dan een jaar oud komt geloofwaardiger over dan een lijst met een hoog totaal. De koper ziet dan een bedrijf dat zijn geld ook echt binnenhaalt. Een serieuze koper wil later je cijfers en stukken zien, en dat gaat vanzelf in het gesprek. Voor de waardering en de onderhandeling heb je aan je eigen accountant of adviseur een sterke partner. Die kent je werkvoorraad en je calculaties al.
Wanneer je het vertelt, en wanneer je verkoopt
Hoort een vaste opdrachtgever dat je wilt stoppen, dan nodigt hij bij de volgende aanbesteding misschien een ander uit. Hoort je uitvoerder het via een leverancier, dan raak je mogelijk de man kwijt die je nodig hebt om het bedrijf verkoopbaar te houden. Wanneer je het vertelt en in welke woorden, kies je daarom zelf. Heb je nu een goed gevulde portefeuille en een afgeronde jaarrekening, dan is dit een goed moment om je bouwbedrijf ter overname aan te bieden. Het werk dat er nu ligt, is je beste argument. Twee jaar werk in de boeken is in de bouw het sterkste dat er is. Hoe zo'n traject in het algemeen loopt, beschrijven we op de pagina over de verkoop van een bedrijf.
Je bouwbedrijf plaatsen en het eerste gesprek
Je plaatst je bouwbedrijf gratis bij ons, en in ongeveer tien minuten staat de beschrijving klaar. Je vertelt wat voor werk je doet, voor wie je bouwt en hoe ver je vooruit zit, zonder map met stukken. Wij lezen elke beschrijving na, en daarna gaat hij live. Kopers die een bouwbedrijf in jouw regio zoeken, krijgen dan een melding. Alleen ingelogde kopers zien je bedrijf in het aanbod staan.
Wil een koper met je praten, dan stuurt hij je een contactverzoek. Je leest eerst wie hij is en waarom jouw bouwbedrijf hem aanspreekt. Of je erop ingaat, bepaal je als je dat gelezen hebt. Vanaf dat moment praat je rechtstreeks met hem over de prijs en de overdracht, zonder makelaar ertussen.