In de bouw stonden begin 2026 bijna 270.000 bedrijven ingeschreven, en ruim driekwart daarvan is een eenmanszaak zonder personeel. Dat vertekent het beeld van wat er te koop is. Een aannemer met een ploeg, een werf en een gevulde orderportefeuille is in die massa een uitzondering, en zulke bedrijven worden zelden openbaar aangeboden.
Komt er toch iets langs, dan is de kern van je onderzoek anders dan bij vrijwel elke andere overname. Wat er ter overname wordt aangeboden is geen voorraad en geen klantenkring, maar werk dat al is aangenomen en deels is uitgevoerd. De prijs daarvan ligt vast, de kosten nog niet, en het verschil tussen die twee komt na de overdracht bij jou terecht.
Drie dossiers zijn daarom doorslaggevend: wat er nog binnenkomt, wat er nog moet worden gemaakt, en wie het gaat maken. De rest is aanvulling.
Je koopt een orderportefeuille, geen omzetgeschiedenis
Het eerste cijfer dat je opvraagt is niet de omzet maar de werkvoorraad, uitgedrukt in maanden werk. Landelijk zat die er in juni 2026 goed bij: gemiddeld 14,1 maanden voor de burgerlijke en utiliteitsbouw, met 15,1 maanden in de woningbouw en 12,7 maanden in de utiliteit. Dat is historisch hoog en het betekent dat de branche voorlopig te doen heeft.
Voor jou telt echter alleen de portefeuille van dit ene bedrijf, en die leg je naast dat landelijke beeld. Zit een aannemer op vier maanden werk terwijl zijn segment op veertien zit, dan is de vraag waarom hij achterblijft. Zit hij op twintig maanden, dan is de vraag of hij die capaciteit werkelijk heeft en tegen welke prijzen hij heeft ingeschreven. Wie zo'n portefeuille te grillig vindt, kijkt naar het kopen van een installatiebedrijf; daar bepaalt niet de werkvoorraad maar het aantal lopende onderhoudscontracten hoeveel omzet er volgend jaar vanzelf terugkomt.
Daarna ga je de portefeuille project voor project door. Kijk wie de opdrachtgevers zijn en hoe kredietwaardig ze zijn, wanneer er is ingeschreven en met welke materiaalprijzen er toen is gerekend, en of er contractueel iets verandert bij een wisseling van eigenaar. Een vaste aanneemsom uit een inschrijving van anderhalf jaar geleden kan bij de kosten van vandaag een verliesgevend project zijn geworden.
Onderhanden werk is de post waarop overnames stuklopen
Bij een aannemersbedrijf staat een groot deel van het vermogen op de balans als werk dat is begonnen maar nog niet is opgeleverd. Fiscaal wordt dat gewaardeerd naar de mate waarin een project gevorderd is: de gemaakte kosten gedeeld door de totaal geraamde kosten, vermenigvuldigd met de aanneemsom. Zolang die raming klopt, klopt de waardering.
En daar zit precies het probleem. De raming komt van de verkopende partij, en niemand die zijn bedrijf aanbiedt rekent zichzelf arm. Een project dat op zeventig procent gereed staat maar in werkelijkheid op vijfenvijftig procent zit, staat te hoog op de balans, en dat verschil betaal jij.
De lopende werken horen apart beoordeeld te worden door iemand die kan calculeren, en niet alleen door een accountant die de administratie doorneemt. Vergelijk per project de begroting met de nacalculatie, vraag hoeveel uren er nog in moeten en kijk wat er al is gefactureerd. Spreek daarnaast af hoe het onderhanden werk op de overdrachtsdatum wordt vastgesteld en wie een afwijking draagt.
Stelposten en meerwerk verdienen een eigen ronde
Stelposten zijn geraamde bedragen voor onderdelen waarvan de prijs nog niet vaststond en die achteraf worden verrekend. Meerwerk is werk buiten het oorspronkelijke bestek. Bij allebei ontstaan in deze branche de meeste conflicten, en een geschil dat op de overdrachtsdatum nog loopt neem je over. Vraag om een overzicht van openstaand meerwerk per project, en om wat daarvan schriftelijk door de opdrachtgever is bevestigd.
Vaste prijs of regie bepaalt wie het risico draagt
Onder welke voorwaarden is elk project aangenomen? Daar hangt van af bij wie een tegenvaller terechtkomt. Bij aanneming ligt er een vaste som en is elke overschrijding voor rekening van het bouwbedrijf. Bij regie betaalt de opdrachtgever de werkelijke kosten plus een opslag van ruwweg tien procent, waarmee het risico juist bij hem ligt.
Daartussen zit de bouwteamvorm, waarbij aannemer en opdrachtgever het ontwerp samen uitwerken voordat de prijs vastligt. Een portefeuille die vooral uit vaste aannemingssommen bestaat oogt zeker, maar is gevoelig voor stijgende materiaal- en loonkosten. Een portefeuille met veel regiewerk is stabieler in de marge en onzekerder in omvang.
Welke voorwaarden zijn er van toepassing verklaard? In de gebouwde omgeving wordt meestal gewerkt met de uniforme administratieve voorwaarden, in de grond-, water- en wegenbouw met een bestek volgens de RAW-systematiek. Die regelen de betaaltermijnen, de aansprakelijkheid en de manier waarop meerwerk moet worden vastgelegd, en ze verschillen genoeg om je marge te raken.
In één jaar gingen ruim zeshonderd bouwbedrijven failliet
In 2024 werden er 618 bouwbedrijven failliet verklaard, tegen 479 een jaar eerder. Dat is bijna dertig procent meer, en binnen die stijging werden de gespecialiseerde bedrijven het hardst geraakt. Het is geen reden om af te haken, maar het laat wel zien hoe smal de marge in deze branche werkelijk is.
De oorzaak is meestal een combinatie van vaste prijzen en late betaling. Wettelijk geldt tussen bedrijven een termijn van dertig dagen wanneer er niets is afgesproken, en met een afspraak maximaal zestig, maar in de bouwpraktijk wordt er langer gewacht. Ondertussen betaal je wel je leveranciers, je ploeg en je onderaannemers.
Beoordeel daarom de debiteurenlijst en de ouderdom van de posten daarop, en vraag hoe vaak er de afgelopen jaren is gediscussieerd over een eindafrekening. Kijk daarnaast hoe afhankelijk het bedrijf is van één opdrachtgever. Eén grote aanbesteder die omvalt, kan bij een aannemer een heel jaarresultaat wegvagen.
De cao die je erbij krijgt, is fors duurder geworden
Neem je een bedrijf met personeel over, dan gaan de werknemers bij een overgang van onderneming in beginsel mee met hun opgebouwde rechten. De cao Bouw en Infra loopt van 1 januari 2025 tot 1 april 2027. Daarin zit een stapeling van verhogingen: 3,5 procent per mei 2025, één procent per juli 2025, vier procent per januari 2026 en anderhalf procent per januari 2027. Bij elkaar komt dat neer op ongeveer tien procent.
Die stijging hoort in je som voordat je een bod baseert op oudere cijfers; een jaarrekening over 2024 kent die kosten nog niet. Daar komen de verplichte aansluiting bij het bedrijfstakpensioenfonds voor de bouwnijverheid, de afdracht aan het aanvullingsfonds en de regeling voor zwaar werk nog bovenop.
Daarnaast is er de bezetting. In de bouwnijverheid werkten in 2024 ongeveer 508.000 mensen, waarvan zo'n 350.000 in loondienst, en er zijn tot 2028 tienduizenden vakmensen extra nodig. Een ingewerkte ploeg met een uitvoerder die aanblijft, is in zo'n markt meer waard dan het materieel dat op de werf staat.
Werkt het bedrijf met zzp'ers, dan koop je dat vraagstuk erbij
Zelfstandigen zijn in de bouw geen randverschijnsel maar het fundament: in 2024 waren er ruim 231.000 actief. Sinds de Belastingdienst per 1 januari 2025 weer volledig handhaaft op schijnzelfstandigheid daalt dat aantal, en in 2025 werkten er ongeveer twintigduizend zzp'ers minder in de sector dan het jaar ervoor.
De vraag voor jou is of de zelfstandigen bij dit bedrijf werkelijk zelfstandig zijn. Bepalen ze hun eigen werktijden, brengen ze eigen gereedschap mee en beslissen ze zelf hoe ze het werk uitvoeren? Is dat niet zo, dan is er feitelijk sprake van een dienstbetrekking en kan er worden nageheven over de periode waarin dat zo was.
In dezelfde beweging komt de ketenaansprakelijkheid aan bod. Een hoofdaannemer kan worden aangesproken voor loonheffingen en cao-lonen die een onderaannemer niet heeft afgedragen. Een geblokkeerde rekening beperkt dat risico doordat een deel van elke factuur rechtstreeks naar de Belastingdienst gaat, maar alleen wanneer die correct wordt gebruikt. Controleer ook of het bedrijf staat geregistreerd voor het uitlenen van personeel; zonder die registratie liggen er boetes klaar. Sta je liever aan de andere kant van die keten, dan is een timmerbedrijf kopen een andere afweging: daar ben je de onderaannemer en hangt je omzet aan een paar hoofdaannemers.
Certificaten en de Wkb bepalen wat je mag aannemen
Papieren zijn hier geen formaliteit maar toegangskaarten. Een veiligheidscertificaat is niet wettelijk verplicht, maar zonder kom je bij veel opdrachtgevers de bouwplaats niet op; voor een bedrijf geldt zo'n certificaat drie jaar met een tussentijdse audit, voor een medewerker tien jaar. Bij grotere en publieke opdrachten wordt daarnaast vaak een kwaliteitsmanagementcertificaat gevraagd, en voor specifieke werkzaamheden bestaan eigen beoordelingsrichtlijnen.
Welke certificaten zijn er, wanneer verlopen ze, en hangen ze aan de onderneming of aan iemand die vertrekt? Kijk daarbij ook naar de erkenningen die per opdrachtgever verschillen, want woningcorporaties en gemeenten stellen regelmatig eigen eisen aan wie mag inschrijven.
Sinds 1 januari 2024 geldt bovendien de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen. Bij nieuwbouw in de laagste gevolgklasse toetst niet langer de gemeente vooraf, maar beoordeelt een onafhankelijke kwaliteitsborger tijdens de uitvoering, en zonder diens verklaring is er geen oplevering. Dat vraagt om een dossier per project en om een werkwijze die dat oplevert. Vraag hoe het bedrijf dat heeft ingericht, want de uitbreiding naar zwaardere gevolgklassen komt nog. Nog verder reikt de aansprakelijkheid bij een dakdekkersbedrijf; op dakbedekking loopt de garantie gewoonlijk tien jaar door en die verplichting blijft bij de onderneming.
Reken de stikstofregels mee in je prognose
Sinds december 2024 is intern salderen niet meer vanzelfsprekend genoeg om zonder natuurvergunning te bouwen. Het Economisch Instituut voor de Bouw houdt er rekening mee dat daardoor tot 2027 zo'n tienduizend bouwvergunningen en achtduizend woningen minder tot stand komen. Werkt het bedrijf vooral in of nabij beschermde natuurgebieden, dan raakt dat rechtstreeks de instroom van nieuw werk.
Zoek gericht in een branche die snel vergrijst
Het aanbod komt eraan, alleen komt het zelden op een advertentiesite terecht. Het aandeel ondernemers van 65 jaar en ouder liep tussen 2010 en 2025 op van zeven naar bijna dertien procent, en in de bouw steeg de gemiddelde leeftijd harder dan in vrijwel elke andere sector. Er stoppen dus veel eigenaren, en de meesten dragen over aan iemand die ze al kennen.
Regio, budget en de maximale omvang van het bedrijf: dat is wat je invult. Nieuw aanbod wordt daarna automatisch met dat profiel vergeleken, en bij een passend bedrijf vraag je zelf contact aan bij de verkoper. Laat de portefeuille, het onderhanden werk en de contracten toetsen door iemand die kan calculeren; bij een aannemer is dat de belangrijkste controle die er is.