Koninklijke Metaalunie telt ruim vijftienduizend aangesloten ondernemingen, samen goed voor meer dan 180.000 werkenden. Daarnaast vertegenwoordigt FME de bredere technologische industrie, met ongeveer tweeduizend leden en zo een 220.000 werknemers. Het eerste getal is voor jou het interessantst, want daar zit het toeleverende midden- en kleinbedrijf waar de meeste overnames plaatsvinden.
Van buiten lijken die bedrijven op elkaar. Een hal op een bedrijventerrein, een paar machines, een kantoortje aan de voorkant. Van binnen verschillen ze zo sterk dat de ene overname een uitbreiding van je capaciteit is en de andere neerkomt op het overnemen van iemands baan.
Dat verschil lees je niet af aan de machines. Je ziet het aan de orderportefeuille, aan de spreiding over afnemers en aan de vraag wie er blijft zodra de eigenaar de sleutel overdraagt.
Wat voor metaalbedrijf koop je eigenlijk?
Onder één noemer zitten vakken die elkaar nauwelijks raken. Verspaning draait om draaien, frezen en boren, met omsteltijd en machinebezetting als kerngetallen. Plaatwerk draait om knippen, kanten en lassen, en vraagt een heel ander machinepark en andere klanten.
Daarnaast is er constructiewerk voor de bouw, waarvoor een certificaat volgens NEN-EN 1090 en een CE-markering op de constructie verplicht zijn. En er is oppervlaktebehandeling, waar galvaniseren en coaten chemie en vergunningen meebrengen die de andere takken niet kennen. Wie zijn afzet vooral in die bouwhoek zoekt, weegt ook het kopen van een bouwbedrijf af; dan zit je aan de vragende kant van dezelfde constructie en krijg je met de Wkb te maken.
De omzet uitgesplitst naar bewerking, over drie jaar en met de marge per soort werk, laat zien waar het bedrijf zijn geld verdient. Vraag ook de gemiddelde seriegrootte op. Een metaalbedrijf dat enkelstuks en kleine series maakt verdient aan vakmanschap en flexibiliteit, terwijl een bedrijf dat lange series draait het van omsteltijd en machine-uren moet hebben.
Onder welke cao valt dit metaalbedrijf?
Dit is de vraag die het meeste geld scheelt, en kopers slaan hem het vaakst over. Er bestaan twee cao's naast elkaar in de metaal. De cao Metaal en Techniek geldt voor het kleinere en algemenere metaalbedrijf, de cao Metalektro voor de grotere technologiebedrijven.
De afspraken lopen uiteen. De cao Metaal en Techniek loopt tot begin 2028 en bevat over die looptijd loonsverhogingen die bij elkaar op ruwweg vijf en een half procent uitkomen, deels als percentage en deels als vast bedrag per maand. Dat geeft je een paar jaar zekerheid, maar reken het wel door voordat je een bod uitbrengt.
Aan de cao hangt het pensioenfonds vast. Bij Metaal en Techniek is dat PMT, waar ruim 34.000 werkgevers zijn aangesloten en meer dan 1,3 miljoen deelnemers pensioen opbouwen. Bij Metalektro is dat PME. Welke van de twee verplicht is, volgt uit de werkingssfeer en niet uit wat de verkoper denkt dat er geldt.
Controleer de aansluiting, ga niet af op de aanname
Een metaalbedrijf dat jarenlang bij het verkeerde fonds zat, kan met terugwerkende kracht premie moeten afdragen. Vraag de aansluitingsbevestiging op en de laatste jaaropgaven van het fonds. Twijfel je over de werkingssfeer, laat dat dan vaststellen voordat je tekent en niet erna.
Kijk in de bodem voordat je het pand overneemt
Metaalbewerking laat sporen na in de grond. Ontvettingsbaden, afgewerkte olie en de restanten van galvanische processen zitten onder oudere panden, en zink, nikkel en chroomverbindingen verdwijnen daar niet vanzelf uit.
In Nederland hoef je bij een overdracht geen bodemattest te overleggen, anders dan in België. Dat betekent niet dat je het kunt overslaan. Je financier vraagt er vrijwel zeker om, en een verkennend bodemonderzoek volgens NEN 5740 is daarbij de gebruikelijke eerste stap.
Koop je de aandelen van het metaalbedrijf in plaats van alleen het pand, dan neem je de hele historie mee. Laat daarom vastleggen wie opdraait voor een sanering die later nodig blijkt, en tot welk bedrag. Dit is een van de weinige punten waarop een koper in deze branche achteraf echt in de problemen komt.
Het machinepark bepaalt je investeringsagenda
Het machinepark is bij een metaalbedrijf de grootste post op de balans. CNC-draai- en freesbanken worden doorgaans in vijf tot acht jaar afgeschreven, kantbanken en plaatbewerkingsmachines in zeven tot tien. Vraag per machine het bouwjaar, de boekwaarde en de draaiuren, en zet daar de resterende levensduur naast. Een timmerbedrijf overnemen brengt eenzelfde soort balans mee, met dit verschil: de zwaarste post is daar niet de bank zelf maar de afzuiging die het hardhoutstof moet wegvangen.
Daarnaast wil je weten wat er geleasd is. Financiële lease loopt bij dit soort machines tot tien jaar, en zo een contract gaat niet vanzelf mee naar een nieuwe eigenaar. Een werkplaats die er compleet uitziet, kan voor een flink deel op de balans van een leasemaatschappij staan.
Kijk ook naar de elektriciteitsaansluiting. Netcongestie is sinds 2025 een structureel probleem, en wie er een lasersnijmachine of een extra bewerkingscentrum bij wil zetten heeft daar vermogen voor nodig. Vraag welk vermogen er beschikbaar is en of er een aanvraag loopt bij de netbeheerder.
Klantconcentratie is het grootste risico bij een metaalbedrijf overnemen
Een metaalbedrijf in de toelevering draait vaak op een handvol vaste afnemers. Dat werkt uitstekend zolang die afnemers blijven, en het is precies het punt waarop een overname later alsnog misgaat.
De omzet per klant over drie jaar, met de marge erbij, is je vertrekpunt. Ligt meer dan dertig procent bij één afnemer, dan is dat geen detail maar het hoofdonderwerp van je onderzoek. In de overnamemarkt wordt met zo een concentratie rekening gehouden via een korting van tien tot dertig procent op de waardering.
Haal de contracten op, of de bevestiging dat ze er niet zijn. Veel toelevering loopt op raamovereenkomsten met afroep, en dan zegt de lengte van de relatie meer dan een handtekening. Vraag de verkoper of hij zijn grootste afnemers vooraf wil polsen over een eigendomswisseling.
Vergunningen, lasrook en chroom-6
Voor lasrook geldt in Nederland een grenswaarde van één milligram per kubieke meter, gemeten over een werkdag van acht uur. Voor chroom-6 ligt die op 0,001 milligram, duizend keer lager, en dat speelt zodra er roestvast staal wordt gelast of oude coatings worden bewerkt.
De risico-inventarisatie hoort op tafel, samen met de metingen en het onderhoud van de afzuiging. Vraag ook naar geluid. Vanaf 80 decibel moet er gehoorbescherming beschikbaar zijn en boven de 87 decibel mag niemand meer worden blootgesteld.
Loop de keuringen na. Hijs- en hefmiddelen worden jaarlijks gekeurd, met een belastingsproef om de vier jaar. Wordt er constructiewerk voor de bouw gemaakt, dan hoort daar een geldig NEN-EN 1090-certificaat bij, en bij levering aan de auto-industrie is IATF 16949 vrijwel altijd een voorwaarde om mee te mogen doen.
Wat een metaalbedrijf te koop ongeveer kost
Schattingen uit de overnamemarkt komen voor metaalbewerking uit rond de vijf keer de genormaliseerde EBITDA, met een bandbreedte die bij industriële mkb-bedrijven ruwweg van vier en een half tot bijna zes loopt. Bedrijven met een gespreide klantenkring en een modern machinepark zitten bovenin die reeks.
Automatisering telt daarin mee. TNO waarschuwde in 2026 dat Nederland achterloopt bij het robotiseren van de maakindustrie, met 264 robots per tienduizend werknemers en een twaalfde plaats op de wereldranglijst. Een metaalbedrijf dat al met cobots of geautomatiseerde belading werkt, wordt in de markt hoger gewaardeerd dan een bedrijf waar alles met de hand gaat.
Laat de genormaliseerde winst nakijken door je eigen accountant voordat je een bod uitbrengt. In de metaal zitten eenmalige orders, uitgestelde investeringen en voorraadwaarderingen die het resultaat van één jaar flink kunnen optillen.
De orderportefeuille en de manier waarop wordt gecalculeerd
Bij een metaalbedrijf wordt de marge bepaald voordat er een vonk valt: in de calculatie. Vraag daarom hoe er wordt gecalculeerd, wie dat doet en of het ergens is vastgelegd in normtijden en tarieven. Zit die kennis alleen bij de eigenaar, dan koop je een bedrijf waarvan de winstgevendheid met hem de deur uit kan gaan.
Daarnaast is er de nacalculatie. Wordt er per opdracht bijgehouden hoeveel uren er werkelijk in zijn gegaan, en wordt dat teruggekoppeld naar de calculatie? Een bedrijf dat dat doet, weet waar het geld verdient; een bedrijf dat het niet doet, weet dat pas aan het einde van het jaar en dan te laat.
De orderportefeuille wil je zien met per opdracht de waarde, de geplande uitvoering en de afgesproken levertijd. Zet erbij hoeveel daarvan enkelstuks is en hoeveel serie. Serie is voorspelbaar en scherper geprijsd, enkelstuks is beter betaald en moeilijker te plannen, en de mix bepaalt hoe het bedrijf draait.
En dan de offertes die zijn afgewezen, met de reden erbij. Verliest het bedrijf op prijs, op levertijd of op capaciteit? Dat laatste betekent dat er meer vraag is dan het aankan, en dat is een aanzienlijk prettiger vertrekpunt dan verliezen op prijs.
Zo vind je een metaalbedrijf dat ter overname komt
De markt beweegt op dit moment. De defensiebestedingen lopen op, de bouw trekt aan en de halfgeleiderindustrie vraagt om precisiewerk, waardoor toeleveranciers hun orderboek zien vullen. Tegelijk nadert een grote groep eigenaren de pensioenleeftijd zonder opvolger in de familie.
Je zoekprofiel omschrijft de bewerking, de regio, het aantal medewerkers en je budget. Aanmeldingen worden met dat zoekprofiel vergeleken, en bij een bedrijf dat aansluit vraag je zelf het contact aan.
Wat je niet wilt, hoort er net zo goed in. Wie geen galvanische processen wil overnemen of geen pand met een saneringsverleden wil kopen, kan dat beter meteen aangeven dan er drie gesprekken aan besteden.