Wie nu een schoenenwinkel overneemt, heeft minder concurrenten om zich heen dan wie er in 2019 een kocht. Tussen 2019 en 2024 daalde hun aantal in Nederland met ongeveer een kwart. Ruim 2.400 zaken werden er iets minder dan 1.900. Waarom de zaak die jij bekijkt het wel volhield, is precies wat je koopt, en daar gaat het eerste gesprek met de verkoper over.
Over 2025 lag die in de schoenenbranche ongeveer twee procent hoger dan een jaar eerder. Het eerste halfjaar van 2026 liet een licht lagere omzet zien, bij iets meer verkochte paren. Er worden dus niet minder schoenen verkocht, er wordt minder aan verdiend. Wie een schoenenzaak beoordeelt, begint daarom bij de marge en de voorraad. Eén sterk omzetjaar zegt in deze branche weinig over het volgende.
Waar het geld in een schoenenwinkel zit
Het meeste kapitaal van een schoenenzaak ligt in het schap, en dat komt door de maatboog. Zo heet de reeks maten die een winkel van één model op voorraad heeft. Van elk model liggen er acht tot twaalf. Van een deel van die maten gaat per seizoen maar één paar de deur uit. De andere dozen blijven staan, en ze staan allemaal op de balans. Hoe oud die dozen zijn, bepaalt wat de voorraad jou waard is.
Wat er van vorig jaar of het jaar daarvoor nog ligt, is restant. Alles wat ouder is dan een seizoen, hoort in de koopsom tegen restantwaarde. De prijs waarvoor het ooit werd ingekocht, doet dan niet meer mee. Op dat onderscheid wordt in deze branche de prijs gemaakt. Een verkoper die zijn hele voorraad tegen inkoopprijs meetelt, rekent met dozen die de klant allang heeft laten staan.
De omloopsnelheid laat zien hoe goed er wordt ingekocht. Dat is het aantal keer per jaar dat de voorraad wordt verkocht en opnieuw aangevuld. In de mode- en schoenendetailhandel geldt vier tot zes keer als gezond. Haalt een zaak dat tempo, dan staat er weinig geld stil in dozen en koop je een voorraad die loopt. Blijft ze er duidelijk onder, dan is er te veel of het verkeerde ingekocht, en die misser van je voorganger hoort niet in jouw koopsom. Omdat een paar schoenen aan het begin van een seizoen veel meer waard is dan aan het eind, telt ook het moment van tellen. Een koopcontract dat vastlegt hoe de voorraad op de overdrachtsdatum wordt geteld en gewaardeerd, houdt verkoper en koper achteraf uit de ruzie.
Collecties die al besteld zijn
Een schoenhandelaar legt zijn collectie voor het volgende seizoen ruwweg zes tot acht maanden vooruit vast. Neem je een winkel over, dan staan die orders er al voordat jij de sleutel krijgt. Je begint daardoor met een collectie die al onderweg is, met de bedragen en leverdata die erbij horen. Het is wel een smaak die niet de jouwe hoeft te zijn. De najaarscollectie koos de verkoper met zijn eigen kijk op de markt. Zat hij ernaast, dan wordt dat jouw uitverkoop.
Voor je financiering betekent dit een ruime post werkkapitaal. De najaarscollectie betaal je voordat je haar verkoopt. Tegelijk moeten de zomerrestanten nog met korting het schap uit. Zo kent een schoenenzaak twee momenten per jaar waarop de kas het krapst staat. Weet je in welke maanden die vallen, dan stem je je financiering daarop af voordat die rond is.
Wat niet in de jaarrekening staat
In contracten met merken of een inkoopcombinatie kunnen afnameverplichtingen zitten. Die zie je niet terug in de cijfers, maar ze kunnen wel op jou overgaan. Een marge die drie jaar lang overeind blijft als de kortingen apart staan, vertelt je dat deze eigenaar zijn schoenen tegen volle prijs verkoopt en niet in de uitverkoop.
Wat er na de uitverkoop overblijft
Op papier ligt de brutomarge rond de helft van de omzet. Dat getal zegt pas iets als je weet hoeveel er is afgeprijsd. De uitverkoop loopt twee keer per jaar, in december en januari en opnieuw in juni en juli. De kortingen gaan dan tot ver boven de helft. Een winkel die veel van zijn collectie pas in die weken kwijtraakt, haalt die marge van de helft bij lange na niet.
Een gezonde zaak heeft het grootste deel van de collectie verkocht voordat de korting begint. Als vuistregel wordt zeventig tot vijfenzeventig procent genoemd. Haalt een zaak dat seizoen na seizoen, dan weet je dat de eigenaar kan inkopen. Daarnaast telt de verhouding tussen omzet tegen volle prijs en omzet met korting. Bij dezelfde omzet kan het rendement van twee zaken daardoor ver uiteenlopen, en dit getal verklaart dat verschil. In het gesprek met de verkoper is het een van de eerste cijfers om over te beginnen.
Loop en huur bepalen de plek
Schoenen worden gepast, en daarvoor moet een klant eerst binnenstappen. De plek van een schoenenwinkel is daarom een groot deel van wat je koopt. Winkelruimte valt onder de huur van middenstandsbedrijfsruimte. Daar hoort een wettelijke bescherming bij, en die is voor jou als koper veel waard. Bij een overname is de indeplaatsstelling het instrument dat telt. Daarmee gaat het huurcontract over op de koper. Werkt de verhuurder niet mee, dan kan dat via de rechter. Heeft de verkoper zijn verhuurder al gepolst, dan weet je vroeg of de plek zonder omweg op jou overgaat.
Looptijd, indexering en verlengingsopties bepalen hoe lang je op deze plek vastligt en tegen welke prijs. Daarna komt de rekensom die het meest zegt: de huur naast de omzet van de laatste drie jaar. Een prognose telt daarbij niet mee. De branche verkoopt iets meer paren tegen iets minder euro's. In zo'n markt is een te hoge huur de snelste weg naar een schoenenwinkel die verlies draait.
Merken, formules en de mensen achter de toonbank
Is een winkel aangesloten bij een inkooporganisatie of werkt hij onder een formule, dan levert dat inkoopvoordeel en ondersteuning op. Er horen ook verplichtingen bij over assortiment, uitstraling en soms een minimale afname. Wat er bij een eigenaarswissel gebeurt, staat in de overeenkomst. Loopt de overeenkomst door na goedkeuring van de organisatie, dan krijg je het inkoopvoordeel mee. Andere overeenkomsten eindigen bij de overdracht. Met de merken is het net zo. Sterke merken trekken klanten naar binnen en stellen eisen aan presentatie en afname. Wie al eens keek naar het overnemen van een kledingwinkel, herkent dit, al draait de voorraad daar sneller rond.
In een schoenenwinkel is het passen zelf vakwerk. Het gaat om pasvorm en breedtematen, om kindervoeten en comfortschoenen. Dat deel van de zaak staat in geen voorraadlijst. Het zit in de mensen die er werken, in hoe lang ze er al staan en in wat ze kunnen. Neem je personeel over, dan gaan hun arbeidsvoorwaarden mee bij een overgang van onderneming. In de non-food detailhandel geldt een eigen cao. Die kosten horen in je begroting, samen met de uren die je zelf niet achter de toonbank staat.
Komen vaste klanten al twintig jaar bij dezelfde persoon, dan hangt een deel van de omzet aan die persoon. Bij een schoenenwinkel waar mensen zelf uit het schap kiezen, verlies je bij een overdracht minder. Ook zo'n trouwe klantenkring koop je mee. Een verkoper die na de overdracht een tijd meeloopt, stelt je aan die vaste klanten voor.
Wat een schoenenwinkel online voor heeft
Wie online schoenen koopt, bestelt soms twee maten en stuurt er één terug. Een winkel waar je kunt passen heeft daardoor bestaansrecht, en dat is ook de vraag die je aan de cijfers stelt. Verkoopt de zaak zelf online, dan kan dat op drie manieren: een eigen webshop, verkoop via een platform of alleen reserveren en afhalen. Elk model heeft een andere marge. Over drie jaar gemeten vertelt het retourpercentage per kanaal welk model hier geld oplevert. Retouren eten de marge op zonder dat je het in de omzet terugziet.
Winkel en webshop putten in een schoenenwinkel uit dezelfde maatboog. Gaat de laatste doos in een maat online weg terwijl een klant die maat in de winkel wil passen, dan kost dat een verkoop. Hoe deze schoenhandelaar zijn twee kanalen op elkaar afstemt, zegt veel over hoe de zaak draait. Aanmeten, steunzolen, halve maten en reparatie kan geen webshop zijn klanten bieden. Kan de verkoper laten zien welk deel van de omzet daaruit komt, dan koop je een positie in de straat en geen stapel dozen.
Hoe een schoenenwinkel te koop komt
Dat een schoenenwinkel te koop staat, hoort de straat soms pas achteraf. Een eigenaar die stopt, praat eerst met zijn inkooporganisatie, met een collega uit de plaats en met zijn personeel. Meldt hij daarna zijn schoenenwinkel ter overname bij ons aan, dan lezen wij zijn beschrijving na voordat ze in het aanbod komt. Dat aanbod bekijk je nadat je bent ingelogd. Heb je een branche en een regio vastgelegd, dan krijg je bericht zodra daar een schoenenwinkel bijkomt. Past een zaak in het aanbod bij wat je zoekt, dan vraag je de eigenaar om contact. De schoenhandelaar bekijkt dan je koperprofiel en besluit zelf of er een gesprek volgt.
Een schoenenwinkel overnemen gaat makkelijker als je weet welk soort zaak je zoekt. Een kinderschoenenwinkel die van maatadvies leeft, is een ander bedrijf dan een zaak met modemerken. De inkoop verschilt, de klanten verschillen en de prijs komt anders tot stand. Bij de ene schoenenwinkel betaal je vooral voor voorraad en plek. Bij de andere betaal je voor een klantenkring die aan het advies vastzit.
Het contact met de verkoper loopt hier rechtstreeks. De overname zelf regel je met een accountant die de detailhandel kent. Die telt voor het tekenen de voorraad en kijkt de cijfers na. In deze branche is dat geen formaliteit, want bij het kopen van een bedrijf in de detailhandel bepaalt het verschil tussen voorraad en restant de prijs.