S Silverfield

Voor kopers van een kledingwinkel

Kledingwinkel te koop: vind een winkel op de plek die je zoekt

Een kledingwinkel kopen is voor een groot deel een voorraad kopen. Wat die voorraad waard is, hangt af van het seizoen waarin hij is ingekocht en niet van wat er op de prijskaartjes staat.

Zoek een kledingwinkel op Silverfield

Tijdelijk kosteloos · je logt in met een code per e-mail, zonder wachtwoord.

De voorraad

De grootste post van de koopsom.

Merkcontracten

Die gaan niet vanzelf met je mee.

Locatie en huur

A1 of aanloopstraat scheelt alles.

Nederland telde in 2024 ruim 11.500 vestigingen in de kledingdetailhandel, tegen 12.755 in 2019. Bijna twee derde daarvan is een zelfstandige zaak en de rest hoort bij een filiaalbedrijf. Het aantal winkelpanden in het land liep in dezelfde jaren terug van ruim 108.000 in 2010 naar ongeveer 83.500.

Het is dus een krimpende branche, en die krimp gaat hard. De faillissementen in de mode stegen in 2024 met ongeveer dertig procent ten opzichte van het jaar ervoor. In januari en februari 2025 gingen er 57 kledingwinkels failliet tegen 34 in dezelfde maanden een jaar eerder.

Toch wordt er nog volop gekocht, juist omdat de goede zaken zich in zo'n markt onderscheiden. Wat je moet weten is waar de waarde zit, want die zit hier op een andere plek dan je zou verwachten. Bij een schoenenwinkel ligt dat weer anders: daar zit het geld vast in de maatboog.

Bij een kledingwinkel koop je vooral voorraad

Dit is de grootste post van de koopsom en tegelijk de post waar de meeste kopers te snel overheen lezen. Voorraad wordt gewaardeerd tegen kostprijs, en alleen voor incourante goederen mag daar een lagere waarde tegenover staan. Wat incourant precies is, is bij mode de hele discussie.

Een voorraadlijst per seizoen en per merk zegt je iets; één totaalbedrag niet. Kleding uit het lopende seizoen is bijna geld waard, kleding van twee seizoenen terug is een afprijzing die nog moet gebeuren. Landelijk blijft ongeveer 4,2 procent van het door de moderetail ingekochte volume onverkocht, wat neerkomt op bijna veertien miljoen kledingstukken per jaar. Wie een voorraad wil die zijn waarde langzamer verliest, kijkt naar een fietsenwinkel; daar telt het modeljaar en niet het seizoen.

Die lijst reken je daarna zelf door. Zet naast elk seizoen wat je er realistisch nog voor krijgt in plaats van wat de verkoper ervoor betaalde. Het verschil tussen die twee bedragen is in deze branche zelden klein, en het hoort van de vraagprijs af.

Tel de voorraad zelf, op de dag van de overdracht

Spreek af dat de voorraad op de overdrachtsdatum samen wordt geteld en gewaardeerd, per seizoen en per merk. Leg in de overeenkomst vast welke waardering geldt voor artikelen ouder dan twee seizoenen en wie het risico draagt voor wat er daarna nog blijft liggen. Een kledingwinkel overnemen op basis van een voorraadopgave van drie maanden oud is de duurste fout die je in deze branche kunt maken.

De collectie is al gekocht voordat jij tekent

Dit is het eigenaardige van de modedetailhandel en het staat in geen enkele jaarrekening. Collecties worden ongeveer een half jaar vooruit ingekocht: de voorjaarscollectie ligt tussen januari en maart vast, de najaarscollectie tussen juli en september. Wie in het voorjaar een kledingwinkel koopt, neemt bij die overname dus ook het najaar over dat de vorige eigenaar al heeft besteld.

Welke orders staan er open, bij welk merk, voor welk bedrag en met welke leverdatum? Vraag ook of die orders geannuleerd kunnen worden en tegen welke voorwaarden. Een levering die in september binnenkomt terwijl jij in april tekent, is een verplichting die je overneemt zonder haar te hebben gezien.

Daar komt de smaak van je voorganger bovenop. Hij koos die collectie voor zijn klanten, dus als jij een andere richting op wilt, begin je met een half jaar aan inkoop waar je zelf niet achter staat.

Gaan de merken mee naar de nieuwe eigenaar?

Een kledingwinkel zonder haar merken is een leeg pand met een kassa. Toch staan die afspraken vrijwel altijd op naam van de huidige ondernemer en gaan ze niet automatisch over. Bij een distributie- of agentuurovereenkomst bepaalt de merkhouder wie zijn collectie in deze stad mag verkopen.

De belangrijkste merken bel je vroeg, voordat je een bod uitbrengt. Vraag of zij akkoord gaan met een nieuwe ondernemer op dit adres en onder welke voorwaarden. Vraag ook naar de minimale afnameverplichtingen, want die zijn in distributieovereenkomsten gebruikelijk en ze leggen je inkoopbudget voor jaren vast.

Staat er een merkgebonden inrichting in de zaak, dan hoort daar meestal een contract bij over presentatie, voorraad en soms exclusiviteit. Vraag wie die inrichting bezit en wat er gebeurt zodra het contract eindigt.

De marge van een kledingwinkel gaat op aan afprijzing

De brutomarge in deze branche lag in 2022 rond de 47 procent, met personeelskosten van ruim zestien procent en huisvestingslasten van ruim acht procent van de omzet. Onder de streep bleef gemiddeld bijna zeven procent over. Dat is werkbaar, maar het is een gemiddelde waarin de afprijzing al verwerkt zit.

En die afprijzing is fors. In een deel van de branche gaat meer dan de helft van de artikelen niet tegen de reguliere prijs weg, met kortingen die gemiddeld rond de dertig procent liggen. Dat kost al gauw vijftien procent van de omzet, en het is het verschil tussen een winkel die op gevoel inkoopt en een die op cijfers stuurt.

Het afprijzingspercentage per seizoen over drie jaar, samen met de omloopsnelheid van de voorraad, laat zien hoe scherp er wordt ingekocht. Vraag ook de omzet per vierkante meter; in de detailhandel als geheel lag die in 2024 rond de 3.100 euro. Die drie getallen zeggen samen meer over deze kledingwinkel dan de omzet ooit kan.

De locatie bepaalt of er nog klanten langslopen

De leegstand in de Nederlandse winkelgebieden kwam in 2025 uit op zeven procent, tegen 6,7 procent begin 2024. In de binnensteden lag dat hoger, rond de 8,3 procent, en in kleinere plaatsen liep het op tot elf procent. Voor een kledingwinkel is dat geen achtergrondcijfer maar de bepalende factor.

Het loont om de straat zelf af te lopen en te tellen wat er leegstaat. Een A1-locatie in het kernwinkelgebied heeft de hoogste passantenstroom en de laagste leegstand, maar ook de hoogste huur. Een aanloopstraat is goedkoper en kan prima werken voor een zaak met een eigen publiek, mits de rest van de straat het volhoudt. Op een perifere locatie werkt het anders: bij het kopen van een woonwinkel betaal je minder huur per vierkante meter, maar hangt de aanloop af van de buren op de boulevard.

Daarna komt het huurcontract. Winkelruimte valt onder artikel 7:290 van het Burgerlijk Wetboek, wat de zittende huurder een sterke positie geeft. Om binnen te komen moet je wel in zijn plaats treden, en daar heeft de verhuurder in beginsel iets over te zeggen. Begin dat gesprek dus vroeg.

Waarom de goodwill bij een kledingwinkel vaak laag is

In veel branches betaal je goodwill voor een klantenbestand dat blijft. In de mode is dat lastiger vol te houden. Klanten binden zich aan een merk en aan een locatie, niet aan de ondernemer, en ze zijn binnen één seizoen weg zodra het aanbod verandert.

Daardoor bestaat de koopsom hier vaak vooral uit voorraad en inventaris, met weinig of geen goodwill erbovenop. Wordt er wel goodwill gevraagd, vraag dan waarop die rust. Een exclusieve merkpositie in de regio, een huurcontract onder de markthuur of een webshop met een echt klantenbestand zijn verdedigbaar. Een goed gevoel over de zaak is dat niet.

Voordat je tekent, laat je de opzet doorrekenen door een accountant die de detailhandel kent. De waardering van de voorraad is het punt waarop hun oordeel je het meeste oplevert.

Wat er online gebeurt, en wat de winkel daarvan merkt

Ongeveer tachtig procent van de omzet in de mode komt nog altijd uit fysieke winkels. Tegelijk verschuift het online deel: het aandeel van goedkope Chinese webshops in de Nederlandse online kledingbestedingen groeide van ongeveer twee procent in 2021 naar vijf procent in 2025, en de helft van de Nederlanders heeft er weleens iets besteld.

Daar staat een voordeel tegenover dat zelden wordt genoemd. Bij online kledingverkoop gaat veertig tot vijftig procent van de artikelen retour, en elke retourzending kost tien tot twintig euro aan logistiek en afhandeling. Een fysieke kledingwinkel heeft dat probleem niet, want daar past de klant het voordat hij afrekent.

Is er een webshop, en wat draagt die na retouren en verzendkosten werkelijk bij? Vraag ook of winkel en webshop dezelfde voorraad delen, want dat bepaalt hoeveel er van die extra omzet overblijft.

De regels waarop een kledingwinkel wordt gecontroleerd

Op kleding geldt het algemene btw-tarief van 21 procent, ook op kinderkleding. Op het repareren en vermaken van kleding geldt negen procent, dus een zaak met een eigen atelier heeft twee tarieven in de kassa staan.

Daarnaast gelden er regels voor kortingen. Een van-prijs mag alleen worden getoond wanneer het artikel in de dertig dagen daarvoor ook echt voor die prijs te koop was, met een uitzondering voor stapsgewijze afprijzing tijdens een uitverkoop. De ACM handhaaft daarop, en een winkel die het jaar rond met doorgestreepte prijzen werkt, loopt daar risico.

Dan de etikettering. Artikelen die voor tachtig procent of meer uit textiel bestaan, moeten de vezelsamenstelling vermelden. Verkoopt de zaak een eigen label of importeert hij zelf, dan komt daar de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid voor textiel bij, met doelen voor hergebruik en recycling vanaf 2025 en een rapportageplicht vanaf 2026.

Zo vind je een kledingwinkel die te koop komt

In een krimpende branche is het verschil tussen een goede en een slechte zaak groter dan ooit, en de goede zaken worden zelden geadverteerd. Ze gaan naar iemand uit het personeel, naar een collega-ondernemer of naar een merk dat zelf een verkooppunt wil. Wat openbaar te koop staat, is vaker de zaak die het netwerk al is langsgeweest.

Een zoekprofiel is zo gemaakt: de regio, je budget, en de winkelomvang die je aankunt. Je geeft daarbij ook winkelkenmerken op: de indicatieve waarde van je voorraad, of er een webshop bij hoort en welk deel van de omzet online loopt. Nieuwe aanmeldingen gaan langs dat profiel en bij een treffer beslis jij of je contact opneemt. Zo kom je in beeld voordat een zaak in de uitverkoop belandt in plaats van in de overdracht.

Kom in beeld voordat een kledingwinkel in de etalage staat

Zeg één keer waar je zoekt, wat je wilt besteden en hoe groot de winkel mag zijn. Bij een passende aanmelding krijg je een bericht.