S Silverfield

Voor kopers van een dierenwinkel

Dierenwinkel te koop: neem een zaak over met klanten die elke maand terugkomen

Wie hier een dierenwinkel te koop vindt, praat vanaf het eerste bericht met de winkelier zelf. Wat je precies koopt, hangt vooral af van de vraag of er levende dieren in de winkel staan.

Zoek een dierenwinkel

Je logt in met een code per e-mail, zonder wachtwoord.

Herhaalaankoop

Voer en kattenbakvulling worden elke maand opnieuw gekocht, en die klanten neem je mee.

Vakbekwaamheid

Het bewijs geldt per diergroep en staat op naam van een persoon.

Het UBN

Een winkel met levende dieren is geregistreerd bij de RVO, en een nummer op naam van de verkoper doet voor jou niets.

Het CBS telt dierenwinkels samen met bloemenwinkels en tuincentra. Die groep kwam in 2024 uit op 5.436 zaken. Geen winkeltype kromp dat jaar harder: er ging bijna twee procent af. Er verdwijnen dus dierenwinkels, en dat laat ruimte voor een zaak die haar klanten wel vasthoudt. Voer, kattenbakvulling en onderhoudsartikelen raken op en worden elke maand opnieuw gekocht. Een winkel die dat kanaal in handen heeft, leunt op een voorspelbaardere omzet dan een zaak die van losse aankopen moet leven.

Binnen dezelfde CBS-groep valt een bloemenwinkel, al draait die op voorraad die binnen een week vervalt. Het ritme van terugkerende klanten zit ook onder een hondentrimsalon, waar dezelfde honden om de zes weken terugkomen. Toch lijkt een dierenwinkel op geen van beide zodra er dieren in de zaak leven. Dan koop je een geregistreerd bedrijf met eisen die aan personen hangen. Bij elke dierenwinkel te koop gaat de eerste vraag daarom over wat er in de winkel staat. Verkoopt de zaak alleen voer en benodigdheden, dan valt het hele hoofdstuk over registratie en vakbekwaamheid weg.

Een geregistreerd bedrijf met dieren in huis

Wie bedrijfsmatig huisdieren houdt, meldt zich vóór de start bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. Daar krijgt het bedrijf een uniek bedrijfsnummer. Ook een winkel met alleen vissen, knaagdieren of vogels in de zaak valt eronder. Een registratie op naam van de verkoper doet voor jou niets. Het gesprek gaat dus al vroeg over de naam waarop het nummer staat en over wat er bij de eigenaarswissel moet gebeuren. Er is toezicht op deze winkels, en daarmee bestaat er een dossier. De laatste inspectie en de opmerkingen daarin laten zien hoe de zaak ervoor staat. Een winkel waar de verblijven van de dieren op orde zijn, heeft meestal ook de rest van dat dossier op orde.

Vakbekwaamheid: het papier hangt aan een mens

Voor het bedrijfsmatig houden van gezelschapsdieren is een bewijs van vakbekwaamheid nodig. Dat is een diploma of certificaat van een erkende onderwijsinstelling, en het geldt per diergroep. Vogels en reptielen vormen een andere categorie dan vissen of kleine zoogdieren. Honden en katten hebben er elk een eigen categorie. Een vrijstelling is er niet. Staan er zowel vissen als knaagdieren in de winkel, dan is er voor allebei iemand met het juiste papier nodig.

Bij een overname heeft dit risico een naam. Het draait om drie dingen: wie de vakbekwaamheid heeft, voor welke diergroepen, en of die persoon na de overdracht blijft. Heeft alleen de verkoper het bewijs, dan koop je een winkel die je zonder opleiding of nieuwe medewerker niet mag draaien. Een ploeg waarin meer mensen het papier hebben, maakt de zaak juist sterker en haalt de prijs omhoog. De opleiding kost geld en tijd. Die doorlooptijd bepaalt vanaf welke datum jij dieren in de winkel mag houden, en daarom hoort ze in de afspraken over de leveringsdatum.

Wat de wet vraagt op de winkelvloer

De regels voor het houden van gezelschapsdieren staan in het Besluit houders van dieren. Ze gaan verder dan een koper meestal verwacht. Gezelschapsdieren mogen niet in een etalageruimte worden ondergebracht of tentoongesteld. De tijd van puppy's achter het glas is voorbij, en een winkel die daar nog op is ingericht, gaat verbouwen. Aan mensen onder de zestien mogen geen dieren worden verkocht. Juist bij drukte wordt zo'n regel aan de kassa vergeten. Voor de verblijven van de dieren gelden daarnaast eigen eisen.

Sinds 1 juli 2024 geldt de huis- en hobbydierenlijst. Daarop staan dertig zoogdiersoorten die in Nederland als huisdier mogen worden gehouden. Voor dieren die al vóór die datum in huis waren, bestaat een overgangsregeling. Dat moet dan te bewijzen zijn met een aankoopbon, een chip of een rekening van de dierenarts. Valt het hele assortiment van de winkel binnen de lijst, dan gaat de verkoop van zoogdieren na de overname gewoon door. De cijfers sinds juli 2024 laten daarnaast zien wat het verdwijnen van andere soorten met de omzet deed, en of de zaak dat al heeft opgevangen.

Voor honden geldt een chip- en registratieplicht. Een fokker laat pups binnen zeven weken na de geboorte chippen en registreren. Sinds 1 januari 2026 geldt bovendien een fok- en houdverbod voor katten met gevouwen oren en voor haarloze katten. Verkoopt de winkel honden of katten, dan wil je weten hoe de herkomst wordt vastgelegd. Die administratie gaat met het bedrijf mee, en een toezichthouder kijkt er als eerste naar. Kan de winkelier van elke pup de herkomst, de chip en de eerste dierenarts laten zien, dan neem je een zaak over waar klanten met een gerust hart terugkomen.

Diergeneesmiddelen en btw in een dierenwinkel

Sinds 28 januari 2022 regelt een Europese verordening de handel in diergeneesmiddelen. Niet alles mag over de toonbank. Middelen die alleen een dierenarts mag afleveren, komen niet in je schap. Voor de categorieën die wel via een winkel of webshop mogen, gelden een registratie en een vergunning. De NVWA houdt toezicht. De vergunningen die er al liggen, en de naam waarop ze staan, bepalen welke middelen na de overdracht in het schap blijven. Verkoopt de dierenwinkel ook online, dan speelt er nog een apart register voor internethandel in diergeneesmiddelen.

De btw loopt dwars door het schap. Voer voor vee valt onder het lage tarief van negen procent. Voer voor huisdieren valt doorgaans onder eenentwintig procent, net als het grootste deel van wat een dierenwinkel verkoopt. Diergeneesmiddelen vallen weer onder negen procent. Daardoor is de indeling van de kassa een punt om na te lopen. Die scheve grens ken je ook van de overname van een drogisterij, waar verbandmiddelen onder negen procent vallen en cosmetica onder eenentwintig. Omzet en brutomarge per groep laten zien waar deze winkel zijn geld verdient: aan voeding, aan benodigdheden of aan levende dieren. Die drie gedragen zich verschillend, en een totaalcijfer verbergt precies dat verschil.

Waar de prijs van een dierenwinkel uit bestaat

Het tastbare deel is te tellen. Winkelinrichting, aquaria en verblijven worden getaxeerd. De voorraad wordt geteld, met de houdbaarheid van het voer erbij. Daarna gaat het gesprek over de goodwill, berekend met een factor op het genormaliseerde resultaat. Een vaste klantenkring met herhaalaankopen trekt die factor omhoog. Dat doet ook een ploeg waarin de vakbekwaamheid breed verdeeld zit.

De factor zakt bij een dierenwinkel waar alleen de eigenaar het vakbekwaamheidsbewijs heeft, en bij een huurcontract dat binnenkort afloopt. Ook een assortiment dat volledig moet concurreren met online voerabonnementen weegt zwaar. Je eigen accountant leest de marge per productgroep. Daarin zie je welk deel van de winst uit het voer komt dat klanten elke maand opnieuw halen.

Een bestaande dierenwinkel of een lege winkelruimte

Wie een dierenwinkel wil beginnen, kan ook een pand huren en het zelf inrichten. Het verschil zit vooral in de papieren en de tijd. Voor levende dieren heb je een registratie nodig en iemand met een bewijs van vakbekwaamheid in de winkel. Dat is niet in een week geregeld. Bij een overname liggen de registratie, de verblijven en de inspectiegeschiedenis er al. Blijft er iemand met het juiste papier in de zaak, dan verkoop je vanaf de eerste dag dieren. Je begint dan met een winkel die de toezichthouder al kent.

Het tweede verschil zit in de klanten. Een kring van mensen die elke maand hun voer komen halen, bouw je niet in een kwartaal op. Wie zelf begint, rekent dus ook met de maanden waarin de omzet onder de vaste lasten blijft. Bij een overname betaal je in de goodwill voor klanten die er vanaf de eerste dag al zijn.

Hoe een dierenwinkel ter overname bij een koper komt

Een dierenwinkel ter overname gaat soms eerst naar een collega of een leverancier. Het zijn vaak winkels van één of twee mensen die er jaren in staken. Die jaren zitten in de vaste klantenkring die je overneemt. Zet zo'n winkelier zijn zaak daarna hier, dan leest iemand van ons de aanmelding na voordat ze in het aanbod verschijnt. Heb jij een zoekprofiel voor jouw regio, dan krijg je bericht zodra er een dierenwinkel bij komt die erin past. Of er levende dieren bij horen, is daarna een van je eerste vragen aan de verkoper. Dieren maken het kopen van een bedrijf anders dan bij elke andere winkel, want er horen een verzorgingsplan en een vaste dierenarts bij.

Wie je bericht leest, is de eigenaar en geen tussenpersoon. Hij ziet wie je bent voordat hij antwoordt, en daarna praat je met iemand die de winkel van binnen en buiten kent. Dat gesprek gaat over het assortiment, over wie welk papier heeft en over de mensen die elke maand hun voer komen halen.

Waar de buurt haar voer haalt

Levende dieren vragen elke dag verzorging, ook op zondag, en een winkel met alleen voer vraagt dat niet. Welke van de twee het wordt, bespreek je in het eerste gesprek met de winkelier. Met een account als koper zie je welke dierenwinkels er nu in het aanbod staan.