Nederland telt ruim 2.400 campings, en schattingen uit de overnamemarkt komen niet verder dan vijf tot tien terreinen die daarvan jaarlijks van eigenaar wisselen. Dat is minder dan een half procent van de markt. Wachten tot er toevallig iets voorbijkomt is daarom een strategie die zelden werkt.
Voor die schaarste zijn twee verklaringen. Veel campings zijn familiebedrijven die binnen de familie blijven, en de terreinen die wel vrijkomen worden vaak snel weggekocht. Internationale ketens als Capfun, Huttopia en Siblu breiden al jaren uit in Nederland en kijken naar precies dezelfde bedrijven als jij. Roompot nam in april 2023 Landal Greenparks over, wat laat zien op welke schaal er inmiddels wordt geconsolideerd.
Kom je wel een geschikte camping tegen die ter overname wordt aangeboden, dan koop je iets ingewikkelders dan een bedrijf met een mooie ligging. Je neemt grond over, of juist een erfpachtconstructie, plus gebouwen, technische installaties, keuringsplichten, een seizoenspatroon en een groep vaste gasten met eigen rechten. Al die onderdelen kunnen je plannen versterken of blokkeren.
Een minicamping, een glamping en een kampeerboerderij zijn drie bedrijven
Wat er onder de noemer camping te koop wordt aangeboden, loopt in de praktijk sterk uiteen. Een minicamping bij een boerderij met een handvol plaatsen is een ander bedrijf dan een terrein met tweehonderd standplaatsen, en een glamping met ingerichte tenten is het geen van beide. Stel dus als eerste vast welk type je voor je hebt, want daar hangen de vergunning, het btw-tarief en je ruimte om te groeien aan vast.
Bij een minicamping zit de grens in het omgevingsplan van de gemeente en niet in een landelijke regel. Hoeveel standplaatsen er zijn toegestaan verschilt daardoor per gemeente, en juist dat aantal bepaalt wat het terrein waard is zodra je wilt uitbreiden. Vraag dat plan op voordat je een bod doet. Een minicamping die aan zijn plafond zit, koop je op de huidige omzet en niet op een plan.
Een glamping of een terrein dat vooral ingerichte accommodaties verhuurt, zit bovendien in een ander btw-regime dan een terrein met kale standplaatsen. Dat verschil is sinds 2026 groter geworden en het staat verderop deze pagina uitgewerkt. Een kampeerboerderij draait weer op groepen in plaats van op losse gasten, met een eigen seizoen en een heel andere gevoeligheid voor het weer.
Beantwoord die vraag dus voordat je naar cijfers kijkt. Wie een minicamping zoekt om zelf op te wonen en te werken, heeft aan de exploitatiecijfers van een groot recreatiebedrijf niets. Andersom kan iemand die een terrein zoekt om een keten mee uit te breiden weinig met de omzet van een kampeerboerderij.
De plaatsenmix zegt meer dan het aantal hectares
Een advertentie noemt meestal de oppervlakte en het totale aantal standplaatsen. Die twee getallen vertellen je vrijwel niets over het rendement, want vier soorten plaatsen leveren volstrekt verschillende inkomsten op. Toeristische plaatsen brengen de hoogste opbrengst per nacht maar staan buiten het seizoen leeg. Seizoensplaatsen en jaarplaatsen geven voorspelbaarheid tegen een lagere prijs. Eigen verhuuraccommodaties leveren het meest op, maar vragen schoonmaak, onderhoud en vervanging. Bestaat het aanbod vrijwel alleen uit chalets en huisjes, dan zit je in een andere branche; een vakantiepark kopen draait om de opbrengst per accommodatie en niet om de meters terrein.
Een veldindeling met de aantallen per type is dus het eerste wat je opvraagt, met de bezetting per type over minstens twee jaar erbij. Het verschil tussen hoog- en laagseizoen is in deze branche groot: campings draaien in de piek rond de 64 tot 65 procent bezetting, terwijl het laagseizoen blijft steken rond de 26,5 procent. Een terrein dat in juli vol staat kan negen maanden per jaar nauwelijks iets verdienen.
Daarnaast staat het tarief. Volgens de jaarlijkse prijsmeting van ACSI betaalde een gezin van vier in juni 2025 gemiddeld 36,33 euro per nacht op een Nederlandse camping, ruim vijf procent meer dan twee jaar eerder. Ligt het tarief van de camping die je bekijkt daar structureel onder, vraag dan waarom. Soms is het een bewuste keuze voor een doelgroep, soms is het achterstallig onderhoud dat zich in de prijs vertaalt.
Controleer of de btw-verhoging al in de cijfers zit
Dit is het punt waarop de meeste jaarcijfers van vorig jaar de plank misslaan. Per 1 januari 2026 ging het btw-tarief voor logies omhoog van negen naar 21 procent. Dat geldt voor stacaravans, chalets, vakantiehuisjes en ingerichte tenten, dus voor precies die verhuuraccommodaties die op veel campings de beste marge opleveren.
De standplaats zelf viel niet onder die verhoging en bleef op negen procent. Een camping die uitsluitend kampeerplaatsen verhuurt merkt er dus weinig van, terwijl een terrein met dertig chalets ineens een fors ander plaatje heeft. Boekingen die al in 2025 werden gemaakt voor een verblijf in 2026 vielen bovendien meteen onder het hoge tarief. Staat er horeca op het terrein die ook los draait, beoordeel die dan apart; bij de overname van een strandpaviljoen hangt zo'n zaak volledig aan het seizoen en aan een pachtovereenkomst.
Wat je hierover moet vragen
Vraag expliciet of de gepresenteerde omzet en marge zijn herrekend naar het nieuwe tarief, en hoe de verkoper de verhoging heeft opgevangen. Is de prijs voor de gast verhoogd, of is de marge gewoon gedaald? Dat antwoord verandert je waardering, en het is een vraag die veel kopers vergeten te stellen.
De toeristenbelasting hoort in je som. In 2026 heffen 320 van de 342 Nederlandse gemeenten die belasting en 243 gemeenten verhoogden het tarief, met een gemiddelde rond 1,84 euro per overnachting. Omdat de hoogte per gemeente sterk verschilt, kan hetzelfde bedrijfsmodel in de ene gemeente aanzienlijk duurder uitpakken dan in de andere.
Vaste gasten bepalen mede wat je kunt veranderen
Op terreinen met vaste plaatsen gelden meestal de RECRON-voorwaarden, en die geven de gast aanzienlijk meer bescherming dan een koper vaak verwacht. De gast is eigenaar van zijn stacaravan of chalet, maar niet van de grond eronder. Het huurcontract voor die plaats loopt in beginsel per jaar en wordt automatisch verlengd.
Voor jouw plannen is vooral van belang hoe moeilijk het is om daarvan af te wijken. De jaarlijkse huurverhoging is gemaximeerd op tien procent en moet minstens drie maanden van tevoren worden aangekondigd. Opzeggen kan een ondernemer niet zomaar: daarvoor is een concreet en uitvoerbaar plan nodig, inclusief de benodigde vergunningen, met een opzegtermijn van een jaar.
Loop je dus rond met het idee om een veld met jaarplaatsen om te bouwen naar luxe verhuur, dan is dat geen kwestie van een seizoen. Vraag de contracten op, controleer of er achterstanden of geschillen lopen, en kijk hoe oud de kampeermiddelen op het terrein zijn. Verkoopt een gast zijn chalet, dan neemt de koper het huurcontract over, en daar is jouw schriftelijke toestemming voor nodig. Wie liever water dan grond verhuurt, komt bij een jachthaven voor eenzelfde vraagstuk te staan: ook daar liggen vaste klanten er jaren en bepalen zij wat je nog kunt veranderen.
Grond, erfpacht en wat je werkelijk in eigendom krijgt
Bij een camping is de grond vaak het grootste deel van de waarde, en juist daarover ontstaat de meeste verwarring. Stel als eerste vast of het terrein in eigendom is van de onderneming of dat er sprake is van erfpacht of huur. Een erfpachtcanon ligt in de praktijk vaak rond vijf procent van de grondwaarde per jaar, en de looptijden lopen sterk uiteen, van dertig tot 99 jaar.
Een erfpachtconstructie drukt de koopsom, wat aantrekkelijk kan lijken, maar hij legt een vaste last op je exploitatie en beperkt je bij financiering. Kijk daarom naar de resterende looptijd, de herzieningsmomenten van de canon en wat er gebeurt aan het einde van de termijn. Ook een bedrijfswoning verdient aparte aandacht, want die is soms wel en soms niet onderdeel van de transactie.
Vraag eerst of je überhaupt mag uitbreiden
Veel kopers rekenen zich rijk met een plan voor twintig extra plaatsen of tien nieuwe chalets. Of dat mag, bepaalt het omgevingsplan van de gemeente, en een bestaande camping geeft geen enkele garantie dat uitbreiding erin zit.
Sinds de Porthos-uitspraak van 2 november 2022 moet bovendien vrijwel ieder bouwproject afzonderlijk worden getoetst op stikstofdepositie wanneer het in de buurt van een Natura 2000-gebied ligt. Dat kan concreet worden: in Gelderland geldt sinds 23 april 2025 voor achttien maanden een verbod op nieuwe stikstofveroorzakende activiteiten binnen een zone van ongeveer vijfhonderd meter rond vier Natura 2000-gebieden. Ruim een vijfde van alle Nederlandse campings staat in Gelderland.
Onderzoek daarnaast hoe het terrein feitelijk wordt gebruikt. Permanente bewoning van recreatieverblijven is in beginsel niet toegestaan en veel gemeenten hanteren een grens rond 180 dagen per jaar. Ongeveer vier op de tien gemeenten treedt daar actief tegen op. Wonen er mensen permanent op het terrein dat je koopt, dan neem je een handhavingsrisico over dat je omzet kan raken.
De keuringsplichten die je erbij koopt
Een camping draagt meer wettelijke verplichtingen dan de meeste andere recreatiebedrijven, simpelweg omdat er veel voorzieningen op één terrein staan. Loop ze langs voordat je tekent. Een ontbrekend logboek of een verlopen keuring is zo bijgewerkt, zolang je weet dat het speelt.
Is er een zwembad, dan valt dat onder het Besluit hygiëne en veiligheid badinrichtingen en zwemgelegenheden. Dat vraagt onder meer om een risicoanalyse, een beheersplan en dagelijkse metingen van het chloorgehalte en de zuurgraad. Speeltoestellen vallen onder het Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen: keuring vóór ingebruikname, daarna jaarlijks door een erkende partij, met een logboek dat het onderhoud aantoont.
Campings gelden verder als prioritaire instelling voor legionellapreventie, wat een risicoanalyse en een beheersplan verplicht maakt en waarop de Inspectie Leefomgeving en Transport ook onaangekondigd controleert. Voor brandveiligheid geldt het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen, met een meldingsplicht bij de gemeente.
Reken de uitgestelde investeringen mee in je bod
De vraagprijs is zelden je totale investering. Sanitair, elektra, waterleiding en riolering zijn op veel oudere terreinen aan vervanging toe. Dat werk ligt grotendeels onder de grond, en daar kijk je bij een rondleiding overheen. Reken met ordegroottes: een eenvoudige sanitairunit kost al snel drie- tot vierduizend euro en een luxere uitvoering acht- tot tienduizend, plus achthonderd tot vijftienhonderd euro voor de aansluiting. Water en riolering lopen op tot vijftig à honderd euro per strekkende meter.
Dat hoeft geen bezwaar te zijn. Privésanitair op de plaats verdient zichzelf volgens leveranciers vaak binnen vijf jaar terug, omdat je er een hoger tarief voor kunt vragen. Het punt is dat die investering in je financieringsplan hoort te staan en niet als verrassing in jaar twee.
Voor de prijs zelf geldt dat in de recreatiesector indicatieve multiples circuleren van ruwweg drie tot vier keer de EBITDA, duidelijk lager dan het gemiddelde over alle mkb-sectoren. Zo'n factor is een vertrekpunt, geen uitkomst. Bij een camping weegt de onderliggende grondwaarde zwaar mee, en dat maakt een waardering hier lastiger dan bij een bedrijf zonder vastgoed. Neem een accountant of overnameadviseur mee zodra het gesprek concreet wordt; op deze cijfers is hun oordeel het meeste waard.
Zoek gericht in een markt met weinig aanbod
Omdat er zo weinig campings vrijkomen, is het zonde om alleen te reageren op wat je toevallig ziet. Leg liever vast wat je zoekt en laat het aanbod naar jou toe komen.
Regio, budget en gewenste omvang: daarmee staat je zoekprofiel. Je kunt daarbij campingspecifieke kenmerken meegeven, zoals het aantal plaatsen, de verdeling over toeristische, seizoens- en jaarplaatsen, de aanwezigheid van verhuuraccommodaties en of er een receptie of horeca bij hoort. Nieuw aanbod wordt automatisch met dat profiel vergeleken, en bij een passend terrein kun je zelf een contactverzoek sturen.