De contractcatering in Nederland zette in 2025 rond de vier miljard euro om en groeide weer, na jaren waarin er flink werd ingeleverd. Het aantal mensen dat in de sector werkt ligt nog altijd ruim onder het niveau van voor 2020, en dat verschil zegt precies waar deze markt vandaan komt.
Onder de noemer catering zitten bedrijven die weinig met elkaar te maken hebben. De ene verzorgt elke werkdag de lunch in een bedrijfsrestaurant, de andere staat op zaterdag met tweehonderd couverts in een kasteeltuin. Dat zijn twee verschillende ondernemingen met dezelfde SBI-code. Beide varianten koken voor de tafel van een ander; wie zelf gasten wil ontvangen in een eigen zaak, komt uit bij een restaurant en beoordeelt dan de locatie in plaats van het orderboek.
Weet dus voordat je gaat kijken welke van de twee je zoekt, want de cijfers zijn niet met elkaar te vergelijken. Draait het bedrijf vooral om de organisatie eromheen en veel minder om de keuken, dan kijk je eigenlijk naar een evenementenbedrijf.
Contractcatering en partycatering zijn twee bedrijven
Contractcatering draait op afspraken die één tot drie jaar lopen. De omzet is voorspelbaar, de marge is dun en de opdrachtgever weet precies wat hij betaalt. Bij grotere organisaties gaat het via een aanbesteding, en zo een traject vraagt maanden voorbereiding voordat er één couvert is geserveerd.
Partycatering werkt omgekeerd. Hogere marges per opdracht, weinig zekerheid vooraf, en een omzet die zich ophoopt in het voorjaar en rond de feestdagen. Het personeel bestaat grotendeels uit oproepkrachten en het materieel staat een groot deel van het jaar stil. Wie liever een vaste dagomzet heeft dan pieken rond de feestdagen, kijkt eerder naar de aankoop van een lunchroom: daar bepaalt de passantenstroom op straat je week, niet je agenda met opdrachten.
Omzet en marge uitgesplitst naar die twee stromen, over drie jaar en per maand: dat is wat je nodig hebt. Een cateringbedrijf dat beide doet, gebruikt de vaste contracten vaak om de keuken en de vaste ploeg te betalen, en verdient zijn winst op de losse opdrachten. Dat is een prima model, maar je moet weten welk deel wat draagt.
Thuiswerken heeft de bedrijfscatering blijvend veranderd
Dit is het onderwerp waar een koper het scherpst op moet zijn. Sinds 2020 komen er op een gemiddelde werkdag veel minder mensen naar kantoor, en een bedrijfsrestaurant dat op vijf volle dagen was gebouwd, draait nu op drie drukke en twee stille.
Cateraars hebben daar van alles op bedacht: kleinere uitgiftepunten, zelfbediening met afrekenen bij een zuil, bezorging op de werkplek en een aanbod dat op dinsdag en donderdag anders is dan op vrijdag. Vraag wat dit bedrijf heeft aangepast en wat dat heeft opgeleverd.
Het aantal couverts per locatie per dag over twee jaar hoort erbij. Dat cijfer laat zien of de terugval is uitgewerkt of nog doorzet, en het is het enige getal waarmee je kunt beoordelen of de prijsafspraak met de opdrachtgever nog houdbaar is.
Let op de vorm van de prijsafspraak
Werkt het cateringbedrijf met een open calculatie, dan betaalt de opdrachtgever de werkelijke kosten plus een vergoeding en ligt het risico grotendeels bij hem. Bij een vaste prijs per couvert of een vaste jaarprijs ligt dat risico bij de cateraar, en daalt het aantal bezoekers, dan daalt de marge mee. Vraag per contract welke vorm er is afgesproken en wanneer die voor het laatst is herzien.
De contracten zijn bij een cateringbedrijf het hele bedrijf
Per opdrachtgever wil je de ingangsdatum, de einddatum, de opzegtermijn, de omzet en de marge. Zet daaronder het percentage van je omzet dat na de overdracht nog minstens een jaar vastligt. Dat getal is bij dit soort bedrijven belangrijker dan de winst van vorig jaar.
Kijk daarbij nauwkeurig naar wat er over een wisseling van eigenaar is afgesproken. Veel opdrachtgevers houden zich het recht voor om bij een overname opnieuw te onderhandelen of op te zeggen, en bij een aanbestedende organisatie kan een wisseling van eigenaar zelfs aanleiding zijn om de opdracht opnieuw in de markt te zetten.
Laat de verkoper zijn belangrijkste opdrachtgevers vooraf polsen. Een bevestiging op papier dat men met de nieuwe eigenaar verder wil, is bij een cateringbedrijf overnemen meer waard dan welk cijfer ook, want zonder die contracten koop je een keuken en een vriescel.
Wat er met het personeel gebeurt bij een contractwissel
Bij een cateringbedrijf verhuist het personeel vaak mee met de opdracht. Raakt een cateraar een locatie kwijt aan een concurrent, dan neemt die concurrent de mensen die daar werken in de regel over. Dat is geregeld in de cao voor de contractcatering, en bij een echte bedrijfsovername gelden daarnaast de wettelijke regels over overgang van onderneming.
Voor jou als koper werkt dat twee kanten op. Je krijgt bij een overname een ingewerkte ploeg mee, wat in een sector met tienduizenden openstaande vacatures veel waard is. Maar je neemt ook hun dienstjaren, hun contractvormen en hun opgebouwde rechten over.
Een compleet personeelsoverzicht met functies, dienstjaren, contractvormen en het aandeel oproepkrachten hoort er te zijn. Controleer bij die oproepkrachten of de contracten voldoen aan de regels, want een oproepkracht heeft na een jaar recht op een aanbod voor vaste uren en dat is een verplichting die met het bedrijf meegaat.
De keuken van het cateringbedrijf, de koelketen en de NVWA
Bij een cateringbedrijf zit er tussen de bereiding en het opscheppen een rit, en dat maakt de koelketen tot het gevoeligste punt van het bedrijf. Vraag hoe die is ingericht, welke apparatuur er is en hoe de temperaturen worden vastgelegd.
Het complete voedselveiligheidsdossier hoort erbij: de HACCP-plannen, de hygiënecode waarmee wordt gewerkt, de registraties en de rapporten van de laatste inspecties. Sinds 1 juli 2025 maakt de NVWA inspectieresultaten in de horeca openbaar, dus een slechte beoordeling is niet alleen een boete maar ook iets wat een opdrachtgever kan opzoeken.
En dan de keuken zelf. Is die eigendom, gehuurd of onderdeel van het pand van een opdrachtgever? Dat laatste komt vaker voor dan je denkt, en dan verlies je bij het einde van dat contract niet alleen de omzet maar ook je productielocatie.
Foodcost, inkoopprijzen en het btw-tarief
De foodcost, het aandeel van de inkoop in de omzet, is bij een cateringbedrijf de maatstaf waarop wordt gestuurd. Vraag hem per contract en per maand, en zet er de inkoopafspraken naast. De prijzen van vlees en koffie zijn de afgelopen jaren met tientallen procenten gestegen, en niet elke cateraar heeft dat kunnen doorbelasten.
Wanneer is elke prijsafspraak voor het laatst aangepast, en staat er een indexatie in? Een contract van drie jaar zonder indexatie is bij stijgende inkoopprijzen een verliespost die je meekoopt.
En dan de btw. Het tarief hangt af van wat je precies levert. Het verstrekken van eten en drinken valt onder het lage tarief. Lever je er personeel, bediening of materieel bij, dan wordt de dienst als geheel al gauw tegen het algemene tarief belast. Laat dat per contractvorm narekenen, want een verkeerde aanname werkt jarenlang door.
Wat een cateringbedrijf te koop ongeveer kost
Schattingen uit de overnamemarkt komen voor cateringbedrijven uit op ruwweg drie tot vijf keer de genormaliseerde EBITDA. Bedrijven met langlopende contracten en een gespreide klantenkring zitten bovenin, partycateraars zonder vaste afspraken eronder.
Naar beneden werkt vooral afhankelijkheid. Ligt een groot deel van de omzet bij één opdrachtgever, dan wordt daar stevig voor gecorrigeerd, zeker wanneer dat contract binnen twee jaar afloopt. Ook een keuken in het pand van diezelfde opdrachtgever drukt de prijs.
Laat de marge per contract en de personeelskosten doorrekenen door je eigen accountant voordat je biedt. In de catering wordt op smalle percentages verdiend, dus een cao-verhoging die niet is doorberekend, haalt een heel jaar resultaat weg.
Zo vind je een cateringbedrijf dat ter overname komt
Er is beweging. De markt herstelt, maar tegelijk vraagt hij investeringen in een ander soort aanbod, in plantaardig eten en in techniek aan de uitgifte. Niet elke eigenaar heeft daar nog zin in, en dat maakt bedrijven beschikbaar die je in een rustige markt nooit zou tegenkomen.
Het soort catering, de regio, het aantal medewerkers en je budget vormen samen je zoekprofiel. Aanmeldingen die daarop lijken komen bij je terug, en jij bepaalt of je erop afstapt.
En waar begin je niet aan? Wie geen bedrijf wil overnemen dat op één grote opdrachtgever leunt, of juist geen weekendwerk wil, kan dat het beste meteen aangeven. Wie geen contracten wil beheren maar liever aan de toonbank verkoopt, kan daarnaast een snackbar overwegen; daar loopt de omzet per dag binnen en hangt niets af van een aanbesteding.